woensdag 17 mei 2017

15 t/m 17-05-2017: Lekker vogelen op de Hoge Veluwe.

Het Groentje, een van onze wenssoorten.
Het was al meer dan een jaar geleden dat Cilja en ik er samen even tussenuit waren geweest, dus toen het weer mooi leek te worden vorige week, boekten we snel Hotel Buitenlust in Hoenderloo voor twee nachten. Dit hotel is fraai gelegen en de ingang van het Nationaal Park is slechts een paar honderd meter verderop.
Maandag de 15e vertrokken we na de spits en waren rond half elf bij de ingang Schaarsbergen. Bij de eerste stop had ik meteen een jaarsoort te pakken: een Grauwe Vliegenvanger zat te zingen (nou ja, zingen kun je die piepjes amper noemen) en liet zich fraai zien. We maakten een korte wandeling waarbij we direct meerdere Bonte Vliegenvangers hoorden zingen, en ook diverse Boompiepers. Een Appelvink riep vanuit een bebladerde boomtop.
Boompieper in de Landschapstuin.
We zagen een klein vlindertje vliegen. Het diertje was erg rusteloos, maar we konden zien dat het een Groentje was, een van onze wenssoorten. Even later, bij Oud Reemst, zagen we er nog twee, en die lieten zich beter zien en zelfs fotograferen. We zagen ook onze eerste Hooibeestjes van het jaar, altijd leuk, en natuurlijk ontbrak de Gewone Heispanner niet.
We reden naar Oud Reemst, waar we behalve de Groentjes een krekel hoorden zingen vanaf het veld. En jawel, deze keer was het eindelijk eens nìet de Bos-, maar de Veldkrekel, een totaal nieuwe soort voor ons. Daar waren we bijzonder blij mee!
We reden verder en stopten af en toe om te luisteren en te kijken. Ter hoogte van het Pampelsche Zand hoorde ik mijn eerste Raaf van het jaar roepen. Deze fijne soort zou nog diverse malen fraai in de kijker komen ook, de komende dagen.
Maanwaterjuffer bij het plasje in de Landschapstuin.
Na een bak koffie in het restaurantje in het Centrum, liepen we de Landschapstuin in. Hier bevindt zich een plasje waar altijd veel libellen en juffers zitten. Ernaartoe lopend kwamen we al Citroenvlinder, Kleine Vuurvlinder en Klein Geaderd Witje tegen, en eenmaal bij het plasje was de eerste juffer die ik fotografeerde een Maanwaterjuffer. Leuk! Er zaten er heel wat vandaag. Ik had nog geen enkele libel dit jaar, dus dat werd even flink scoren. Zo vond ik Watersnuffel, Bruine Winterjuffer, Vuurjuffer, Smaragdlibel en Viervlek. Ze gingen allemaal op de foto bovendien. Intussen vloog er een fraaie Raaf over, evenals twee Kruisbekken, die weer een jaarsoort waren. Voor een roepende Havik gold hetzelfde en een zingende Boompieper liet zich gewillig fotograferen.
Viervlek.
Een paar Boomblauwtjes meldden zich nog voor de vlinder-vakantielijst en toen reden we langzaamaan richting Hoenderloo. We stopten nog even bij De Bunt en vermaakten ons daar met een paar Pimpelmezen die een nest in een holletje hadden en af en aan vlogen met voedsel voor de jongen.
Toen was het tijd om te gaan inchecken en op het heerlijke terras van Hotel Buitenlust een paar koude drankjes tot ons te nemen. Vanaf het terras hoorden we enkele malen een Zwarte Specht roepen en 's avonds, tijdens het eten en daarna op het terras, zagen we de hele tijd een paar Rosse Woelmuizen rondlopen. Ze stalen de show door heel dichtbij ons te komen, door een smalle kier van een schutting te kruipen en zich frequent te laten zien. Ze waren tevens het grootste en enige wild dat we zagen deze dagen.
Mannetje Geelgors.
Op dinsdag de 16e mei liep ik al om halfzes buiten om de bossen rond het hotel te verkennen. Dat viel licht tegen. Een paar Bonte Vliegenvangers, een roepende Appelvink en een idem Goudvink waren de hoogtepunten.
Na het ontbijt vertrokken we weer naar de Hoge Veluwe. We namen de ingang Hoenderloo en bij de eerste stop riepen er in de verte alweer Raven. Het was nu zoeken naar nog resterende jaarsoorten en de eerste vonden we in de omgeving van Fazantentuin: een luid zingende Zwarte Mees. Daarna reden we naar het Otterlosche Zand, een prachtig gebied waar we diverse Geelgorzen vonden (een jaarsoort) en waar een Boomleeuwerik en massa's Veldleeuweriken zongen.
Hebbes! Bruine Winterjuffers in love.
Het was tijd voor een bezoek aan het jachtslot Sint-Hubertus, of om preciezer te zijn: het beeld 'De Raadsman' van Mendes da Costa. Een plek waar wij nogal wat (mooie) herinneringen hebben liggen. We zaten er een tijdje en keken naar een paartje Boomklever, dat een nestje had in een holte van een boom. De oudervogels vlogen af en aan met voer en een paar keer zagen we dat ze de poepjes van de jonge vogels mee naar buiten namen. Op de achtergrond zong constant een Vuurgoudhaan.
We besloten ons bezoek met een kop cappucino bij het koffietentje van het jachtslot en reden maar weer eens naar Oud Reemst, waar we in het verleden wel Edelherten of Moeflons zagen, maar nu helemaal niets. Behalve dan een Kleine Vuurvlinder en Hooibeestjes en massa's zingende Veldleeuweriken.
Vuurjuffer.
Intussen hadden we nabij het jachtslot een poeltje ontdekt dat ons ook erg geschikt leek voor libellen. Dus toen het 's middags echt aangenaam werd qua temperatuur gingen we er weer kijken. Ik kon er een tijdje heerlijk fotograferen en voegde nog de Azuurwaterjuffer aan mijn libellenjaarlijst toe. Het fotograferen van de Smaragdlibel was de grootste uitdaging, want die beesten zitten nooit stil. Maar uiteindelijk kon ik nog een redelijk plaatje maken toen er eentje even stil bleef hangen boven het water.
Er vloog nog een Raaf over, en 's avonds op het terras hoorden we in de verte weer de Zwarte Specht roepen.
Op woensdag de 17e bleef ik lekker uitslapen en vertrokken we 's morgens alweer naar huis. Maar het waren een paar heerlijke en productieve dagen geweest!
Azuurwaterjuffer.
Maanwaterjuffer.
Watersnuffel.
Smaragdlibel.
Libellenplasje nabij Sint-Hubertus.

dinsdag 9 mei 2017

06 t/m 08-05-2017: DB voorjaarsweekend 2017

Nog niet helemaal uitgeslapen Kokmeeuw in de veerhaven van Den Helder.
Dag 1: zaterdag 06-05-2017
Vanmorgen om kwart over vijf moest ik opstaan om met de trein om halftien in Den Helder te kunnen zijn. Compleet achterlijk eigenlijk, dat je tegenwoordig vanuit hier drie uur en vijf minuten onderweg bent, waar dat vóór de laatste wijziging in de dienstregeling van NS nog krap twee-en-een-half uur was. Maar goed, het moest allemaal gebeuren, want de route via Dordrecht was wegens werkzaamheden ook nog eens afgesloten en we moesten naar het Dutch Birding Voorjaarsweekend op Texel. Gelukkig arriveerde ik zonder verdere vertraging in Den Helder. Mijn vrienden Koert en René kwamen een paar minuten na mij aan. Op naar de veerboot die, ook al zo prettig, vijf minuten na aankomst van mijn trein vertrekt, zodat we weer bijna een uur moesten wachten op de boot van halfelf.
Gelukkig waren er een Kokmeeuw die zich mooi liet fotograferen en een Noordse Kauw die dat ook wilde en die bovendien een leuke jaar-ondersoort was.
Noordse Kauw in de veerhaven van Den Helder.
Nadat ik mijn eerste jaarsoort had gescoord in de vorm van een overvliegende Grote Stern, die we later op Texel uiteraard nog uitgebreid konden bewonderen, besloten we voor een broodnodige bak koffie te gaan bij het koffietentje ter plekke.
Om halfelf vertrok dan eindelijk de boot, en in de tijd die ik nodig had om op Texel te komen, had ik dus ook naar Marokko of Turkije kunnen vliegen. Anyway, tijdens de overtocht werden we verrast door meerdere groepjes naar noord trekkende Dwergmeeuwen. Ook diverse Eiders lieten zich zien.
Eenmaal op Texel was de eerste bestemming het NIOZ, waar op het buitenveldje een Zwarte Rotgans zou zitten. Toen wij er arriveerden was er echter geen enkele rotgans van welke soort dan ook te bekennen, dus snel verder, naar de kijkhut bij Dijkmanshuizen, waar een Grauwe Franjepoot was gemeld. Helaas was ook die onvindbaar. Wel zat er een grote groep Kemphanen, waaronder schitterend gekraagde haantjes, en mijn volgende twee jaarsoorten: Temminck's Strandloper en Rosse Grutto.
Kemphanen bij Dijkmanshuizen.
We reden verder langs de oostkant van het eiland, waar iets verderop een grote groep Rotganzen zat, waar ik in no time een fraaie Witbuikrotgans tussenuit viste. Een fijne jaarsoort! Op naar de Muyweg dan, waar een groep van tien Morinelplevieren zou zitten. Altijd een uitdaging, die Morinellen, want hoewel je zou verwachten dat zulke fraai gekleurde vogels nogal opvallen op de kale akkers die ze prefereren, is het tegendeel het geval. Meestal zitten ze ver weg, onder tegenlicht en/of verstopt of gedrukt. Dat laatste was ook ditmaal het geval, maar desondanks vond ik vrij snel de eerste, en telden we er uiteindelijk zeven. Dat vonden we wel genoeg Morinel, dus op naar de bij het Renvogelveld gemelde Draaihals. De situatie daar was echter tamelijk hopeloos: de Draaihals was al een tijd niet meer gezien. Toch was dit uitstapje niet vergeefs, want we konden genieten van schitterende mannetjes Noordse - en Engelse Kwikstaarten, beide jaarsoorten, die over het Renvogelveld trippelden.
Nu was het de hoogste tijd voor een kop koffie en de traditionele lunch bij De Robbenjager. Even uitblazen. Maar niet te lang, want de Beflijsters die in de Tuintjes zouden huizen, waren ons volgende doel.
Mannetje Beflijster in de Tuintjes.
Met behulp van een oudere dame vonden we uiteindelijk twee fraaie Beflijsters (man en vrouw), die zich langdurig door ons lieten bewonderen. Natuurlijk wel van afstand, zoals we dat gewend zijn van die beesten. Intussen kregen we de tip dat bij het tweede complex een paar Paapjes zouden zitten, dus gingen we er op af. Het kostte weinig moeite om ze allebei te vinden. Altijd weer een fijne jaarsoort, het Paapje. Ik hoorde nog een Boompieper roepen, en ook die was nog een jaarsoort voor mij.
Vandaag werd ik gek van het aantal meldingen via de appgroep die speciaal voor dit weekend in het leven was geroepen. Toch steeds maar even kijken natuurlijk en zo kwam er een melding van een Roodstuitzwaluw die aan het einde van de Krimweg naar noord vliegend was gezien. Nu was er sprake van zware zwaluwentrek en aan alle kanten vlogen ons constant vele tientallen zwaluwen (vooral Boertjes) voorbij. Ik stelde voor om op een hoog duin te gaan staan en zodoende te proberen de Roodstuit op te wachten. Zo gezegd zo gedaan en verdraaid: na een minuut of vijf zie ik hem toch ineens aan komen vliegen! Gelukkig konden ook Koert en René hem oppikken en volgde er totale euforie. Wat een heerlijke soort en wat een manier om hem binnen te halen!
Kokmeeuw in de veerhaven van Den Helder.
Er werden twee Steltkluten gemeld, die eerst nogal vliegerig waren, maar uiteindelijk rustig ter plekke bleven op de Westerkolk. Steltkluten zijn altijd leuk en ze waren bovendien nog een jaarsoort voor mijn metgezellen, dus er op af! Het duurde even voordat we de juiste plek hadden gevonden, maar toen waren de beide Steltkluten ook vlot opgesnord. Ook stapte er nog een Bosruiter rond en een prachtige Zwarte Ruiter in zomerkleed.
Op naar ons volgende doel: de Geoorde Fuut van het westelijk Horsmeertje. Intussen zaten we er al aardig doorheen, maar we namen ons voor om tot het gaatje te gaan teneinde zoveel mogelijke leuke - en jaarsoorten binnen te slepen. De Geoorde Fuut dwong ons om helemaal naar de achterkant van het meertje te lopen, maar toen konden we hem, ondanks het feit dat het licht niet optimaal was, heel aardig zien.
Overigens was het het hele weekend overwegend droog, soms zonnig en soms bewolkt en tamelijk koud weer.
Een van de Steltkluten van de Westerkolk.
We keken nog even in de Mokbaai, en omdat intussen de Grauwe Franjepoot weer was gemeld bij Dijkmanshuizen, gingen we daar weer op af. En ja hoor, deze keer zat -ie er. Weliswaar ver weg, maar duidelijk herkenbaar aan zijn nerveus rondtollende gedrag. Het beestje was fraai in zomerkleed.
Zo, dachten we, nu is het wel mooi geweest voor vandaag. Maar dat was het niet, want er werd een Draaihals gemeld uit de Tuintjes. Dus reden we daar maar weer naartoe. Helaas zou de Draaihals de dipsoort van de dag worden, want hoewel we erbij stonden toen hij diep in een struik werd teruggevonden, kregen wij hem niet op tijd in de kijker. Koert en René zagen hem nog wegvliegen, ik zag helemaal niks. Jammer, maar niets aan te doen; ook dat hoort erbij. Gelukkig werd de pijn nog een klein beetje verzacht door een fraai wijfje Blauwe Kiekendief dat laag boven de duinen vloog.

Dag 2: zondag 07-05-2017
Zilvermeeuw, duintjes bij het Renvogelveld.
Om een uur of zes stonden we op vandaag, vast van plan om er weer een lange, productieve dag van te maken. Onze eerste doelsoort was de Zomertortel van het Oude Krimbos. Zoals gewoonlijk hadden we die snel te pakken. Een mannetje zong constant en bovendien liet een paartje tortelduifjes zich deze keer erg fraai zien, terwijl het mannetje met opgezette veren al koerend baltste voor het vrouwtje. Erg leuk! Op de achtergrond, in de verte, hoorden we een Koekoek.
Dan op naar de tuintjes. We hoopten dat de Draaihals was blijven hangen, en gezien het weer (stevige NW wind en zwaar bewolkt), leek die hoop realistisch. Maar ondanks dat we met een paar andere vogelaars goed zochten, kwam hij er niet uit. Wel vonden we weer een Paapje en een mooie Beflijster en zongen onder meer Roodborsttapuit, Grasmus en Braamsluiper.
Fazant op het veld achter de Tuintjes.
Na het ontbijt probeerden we de Fluiter die een stukje zuidelijk van ons hotel Molenbos was gehoord in het Krimbos. Langere tijd luisteren leverde welgeteld één zangstrofe op, maar het was genoeg om de soort op mijn jaarlijst te krijgen.
We reden naar Ottersaat, omdat in die omgeving de kansen op jaarsoorten het hoogst leken. We speurden Ottersaat af op Noordse - en Dwergsterns, maar vonden ze niet. Wel wat Steenlopers in zomerkleed, altijd leuk om te zien. Dan de hut maar weer proberen. Hier was het weer erg leuk vogelen. De Grauwe Franjepoot liet zich opnieuw zien, evenals de vele Kemphanen en enkele Temminck's Strandlopers. Koert ontdekte heel knap een fraaie Noordse Stern, en even later bleken er zelfs twee te zitten. Dat was een mooie opsteker, want die soort blijkt altijd weer lastig te zijn, zelfs op Texel. René vond een Kleine Strandloper, en ook met deze jaarsoort waren we erg blij. Vermeld moet ook worden dat het eiland dit weekend was vergeven van de Regenwulpen, die vrijwel constant te horen en/of te zien waren. Erg leuk!
Visdief bij Ottersaat.
We probeerden Dwergsterns te vinden bij de Volharding, maar dat lukte niet. We liepen een eindje bij Dorpzicht, maar daar bleek het Spotvogelbosje vrijwel compleet gekapt te zijn. We probeerden de gemelde Wielewaal van het Krimbos te vinden, maar hoewel Koert hem zag vliegen, zong de vogel niet eenmaal en bleef hij voor René en mij verborgen. Wel zagen we er een fraai (zwart) mannetje Bonte Vliegenvanger.
Het was intussen alweer lunchtijd en we kregen het gevoel dat de boel dreigde stil te vallen. Er kwamen ook weinig meldingen uit het veld vandaag. We besloten na de lunch om de Dwergstern te gaan zoeken in Utopia. We liepen er helemaal tot aan het einde, maar vonden ze niet. Wel hoorden en zagen we Kleine Karekiet en Bontbekplevier voor de jaarlijsten van mijn metgezellen. Net toen we de moed opgaven, omdat we zowat weer terug bij de ingang waren, kwamen er ineens twee Dwergsterns bijzonder fraai over ons heen gevlogen! Jippie! Die opsteker konden we goed gebruiken op dat moment.
Mannetje Kneu in de Tuintjes.
Met hernieuwde moed stortten we ons op de volgende lastige soort: een Bonte Kraai, die aan de rand van een camping werd gemeld bij de zogenaamde Seetingsnollen. Gelukkig bleek de route eenvoudiger dan hij er aanvankelijk uit zag en hoefden we minder lang te lopen dan ik tevoren dacht. Onderweg liet een Tapuit zich leuk fotograferen en gelukkig zag René de Bonte Kraai na niet al te lange tijd speuren op een heuveltje zitten, waarna de vogel zich een tijdje mooi liet bekijken. Dat gaf de vogelaar weer moed!
Zilvermeeuwen bij de Seetingsnollen.
Hoewel we intussen behoorlijk afgedraaid waren, gingen we door tot het gaatje. De Spotvogel van Dorpzicht was er dan weliswaar niet, maar langs de Burgerdijk bij Waal en Burg zat er wel eentje te zingen. Hoewel het al aan het einde van de middag was en er intussen een onaangename, harde wind stond, zat de vogel nog te zingen. Jammer was wel dat hij behoorlijk ver weg zat en dus niet in de kijker kwam. Maar hij stond weer op de jaarlijst.
Mannetje Bonte Vliegenvanger in het Krimbos.
Nu waren we echt toe aan een uurtje rust, en daarna gingen we vroeger dan normaal eten om in de schemer bij het Grote Vlak te kunnen zijn, waar al een paar nachten lang een Porseleinhoen zat te roepen. Toen we ernaartoe reden begon het te motregenen, en de wind was nog steeds noordelijk en hard, zodat de omstandigheden niet bepaald optimaal waren. Toen we ter plaatse kwamen was het nog rustig, al riepen er vele tientallen, zo niet honderden Rugstreeppadden. Maar na een stief kwartiertje wachten begon het Porseleinhoen dan toch te roepen! De vogel zat tamelijk dichtbij en we konden hem vanuit de auto luid en duidelijk horen. We wilden er nog wel even uit gaan, maar het weer was zo akelig dat we besloten om terug naar het hotel te rijden. De soort zat in de tas, en te zien zouden we hem toch niet krijgen.
Mannetje Tapuit bij de Seetingsnollen.
Dag 3: maandag 08-05-2017
De laatste dag brak alweer aan en dat deed hij - wat een genot! - met de melding dat de Ortolaan, die gisteravond bij Redoute was gevonden, nog aanwezig was. Nog voor het ontbijt reden we daar natuurlijk naar toe. Helaas was de vogel toen wij ter plaatse aankwamen juist in de onoverzichtelijke tuin van een boerderij gevlogen. Dat werd afwachten, hopen en bidden. Het duurde lang, erg lang, maar uiteindelijk zag iemand de vogel komen aanvliegen. Hij ging (te) kort in een boom boven ons zitten, vloog toen door naar de struiken langs de weg en vandaar het hoge gras langs de weg in. De verwachting was dat de Ortolaan nu, zoals hij blijkbaar gewoon was te doen, snel op de weg zou verschijnen, maar dat viel vies tegen.
Ortolaan bij Redoute.
Gelukkig, na ons geduld vreselijk op de proef te hebben gesteld zat de vogel toch ineens op de weg, en toen liet hij zich ook langdurig en bijzonder fraai bekijken. Wat een heerlijke soort!
Later dan gepland gingen we aan het ontbijt, en daarna weer het Krimbos in, waar echter weer geen Wielewaal te horen was. We besloten over zee te gaan kijken bij paal 15, aan de Westerslag. Er stond weer een stevige NW bries, en dat kan altijd iets leuks opleveren. Ditmaal waren dat drie fraaie adulte Jan-van-genten die naar noord vlogen. Ook vlogen er enkele Zwarte Sterns, Eiders en Zwarte Zee-eenden, maar een jaarsoort voor mij zat er niet in. Wel liet zich een Stormmeeuw leuk fotograferen.
Er werd nog weer een Wielewaal gemeld in een bos langs de Westerslag, maar hoewel we een paar verre riedels hoorden die mogelijk van deze soort afkomstig waren, kregen we het geluid niet overtuigend te horen. We besloten nog even de Zwarte Roodstaart van het Horntje te proberen en dan huiswaarts te gaan. De roodstaart lukte ook niet, maar gelukkig konden we direct de boot op en om vier uur was ik, na een lange reis, weer thuis. Het was weer een prachtig (lang) weekend geweest.
Stormmeeuw bij paaltje 15.

zaterdag 29 april 2017

29-04-2017: Een dag vol zeldzaamheden en ander leuks.

Mannetje Kemphaan.
Het kwam er eindelijk weer eens van: een dagje vogelen met Chris en Wiegert. We hadden een dag met mooi weer uitgekozen, zo bleek, want het was windstil en de zon scheen toen we om zeven uur vertrokken. Eerst naar een nieuw natuurgebiedje bij Ridderkerk, waar gisteren twee Steltkluten waren gezien. Het was een fraai gebied, maar hoe we ook zochten: de Steltkluten kwamen er niet uit. Wel veel andere leuke dingen, zoals een Tapuit en een Bosruiter, die beide jaarsoorten waren, en het hoogtepunt van ons bezoekje: baltsende mannetjes Kemphaan! Er waren zeker twintig Kemphanen aanwezig, sommige mannetjes met prachtige kragen, en twee begonnen er op een zeker moment te baltsen. Iets wat je in Nederland niet vaak meer te zien krijgt. Ikzelf had het al tientallen jaren niet meer gezien. Prachtig dus.
Geen Steltkluten, dan maar naar de Barendrechtse Gaatkensplas, waar de Buffelkopeend nog steeds aanwezig is. Het duurde even voor we hem hadden, maar toen liet hij zich ook fraai zien, samen met het vrouwtje Kuifeend waar hij blijkbaar nogal verliefd op is. We genoten een tijdje van het Buffelkopje en namen in het voorbijgaan ook nog onze eerste Gierzwaluwen van het jaar waar. Heerlijk dat ze er weer zijn!
Boerenzwaluw te Barendrecht.
We vertrokken naar de Biesbosch, waar onder meer de beide Visarendnesten en de vier Beflijsters die er al een week of zo huizen de doelsoorten waren. Bij de polder Hardenhoek genoten we van minstens zeven Zwartkopmeeuwen die riepen, boven ons cirkelden en en in de kolonie zaten. Ook hoorden we hier onze eerste Koekoek van het jaar, eindelijk! Een Nachtegaal zong en natuurlijk ontbrak ook de Cetti's Zanger niet.
We reden naar Lijnoorden, waar we rap de vier Beflijsters wisten op te snorren. Ze bleven helaas wel op flinke afstand. Dan op naar Visarendnest nummer 1 in polder Maltha, dat we wel vonden, maar waar geen arend aanwezig was. Dus op naar nest nummer 2, waar wel een visarend op zat te broeden. We bleven er een tijd staan kijken, fotografeerden in de tussentijd een Gele Kwikstaart en ik zag er een adulte Dwergmeeuw overvliegen, een mooie jaarsoort.
Gele Kwikstaart.
Het was het rond de middag toen we waarneming.nl checkten en bleek dat de Steltkluten toch weer waren gezien! We besloten ze alsnog te gaan inrekenen, en toen we er na een stuk omrijden vanwege een afgesloten snelweg aankwamen, lukte dat moeiteloos. De Steltkluten lieten zich van redelijk nabij bewonderen, tot ze na een tijdje ver weg het gebied in vlogen.
Intussen was het derdejaars mannetje Steppekiekendief weer gemeld dat al een paar dagen in de omgeving van Waddinxveen en Alphen verblijft. Ditmaal werd de vogel gezien bij Bentwoud. We besloten de gok te wagen en - wat een geluk! - bij aankomst zag ik vanuit de rijdende auto een kiekendief naar ons toe komen vliegen en verdomd: dat was hem! Wat een kick! We konden de vogel even prachtig bekijken, maar toen we de auto waren uitgestapt was hij ineens verdwenen. Maar later konden we hem nog vluchtig verder weg zien vliegen, en nog later konden we met een heel groepje enthousiaste vogelaars, waaronder mijn oude vriend en reisgenoot Hemme, genieten van de balts van het mannetje Steppekiek, compleet met geluid, een vrij zacht rateltje!
Flutplaatje van man Steppekiek.
Het spreekt vanzelf dat de stemming tot grote hoogten steeg onder de vogelaars. En dat we, na nog een tijdje genieten, zeer tevreden huiswaarts reden, waar we even voor vier uur aankwamen. Het was een prachtige dag geweest, zowel qua weer als qua vogels!

donderdag 27 april 2017

27-04-2017: Een dagje Winterswijk e.o.

Bekendelle, een bijna on-Nederlands landschapje.
We waren ermee aan de late kant, maar toch besloten Koert, René en ik vandaag naar Winterswijk te gaan voor de Oehoe en de spechten van Bekendelle. En natuurlijk allerlei andere oosten-des-lands-vogels die we zouden tegenkomen.
Eerst naar de steengroeve, waar de situatie compleet onoverzichtelijk bleek te zijn. Vanaf het kijkscherm waren de Oehoes onmogelijk te zien tussen het struikgewas door. Gelukkig liep ik even om en daar stond een lokale vogelaar op een heuveltje die me vertelde dat de uilenfamilie alleen van die plek nog te zien was. En dat klopte. René zette zijn telescoop erop en uiteindelijk konden we allemaal genieten van het wijfje Oehoe en haar drie (al uit de kluiten gewassen) uilskuikens, een ontzettend leuk gezicht.
We bedankten de lokale vogelaar hartelijk voor zijn hulp en gingen verder, naar Bekendelle, om daar een aantal leuke bosvogels te scoren.
Een van de drie Bonte Vliegenvangers die we vandaag hoorden en zagen.
We werden meteen al verrast door een zingende Vuurgoudhaan, waarvan vandaag diverse exemplaren in de kijker kwamen. Meteen daarna hoorde ik de eerste Bonte Vliegenvanger van de dag, waarvan we er drie zagen. Dat ging voorspoedig. Een Bont Zandoogje was nieuw voor de vlinderjaarlijst en er zong een Tuinfluiter die wat verder weg zat en niet in de kijker kwam.
We bleven een tijdje staan op een mooi punt, het zonnetje scheen en er zong van alles. Ik hoorde een roepje dat erg leek op dat van de Kortsnavelboomkruiper en ineens hoorde ik hem éénmaal (1x) zingen. Koert zag nog een waarschijnlijke Kortsnavel wegvliegen, maar daarbij bleef het vandaag, helaas.
Een Appelvink vloog over en die liet zich later gelukkig erg mooi zien. We zagen er minstens drie vandaag. Ik hoorde de alarmroep van de Middelste Bonte Specht, maar na een riedel hield hij er alweer mee op, tot frustratie van mijn vrienden.
Bosuil.
Uiteindelijk bereikten we de plek waar de nestholte van een Zwarte Specht moest zitten. We zochten ons rot, maar vonden aanvankelijk niets. Wel een paar Appelvinken en, toen we na een uurtje besloten te gaan lunchen, ineens een fraaie Middelste Bonte Specht! Dat was een opsteker en die hadden we nodig.
Na de lunch parkeerden we de auto weer aan de Klandermansweg en bij het uitstappen kwam er onmiddellijk weer een mooie Middelste Bonte in beeld. Zo, die zat goed in de tas. Terwijl we zo bezig waren ontdekte René een Bosuil hoog in een boom! Dat was leuk en met enige moeite lukte het om het beest nog op de foto te zetten ook, zij het slapend.
En uiteindelijk kwam het zelfs met de Zwarte Specht nog goed, want we zagen hem kort maar duidelijk vliegen, en even later vond ik dan eindelijk de nestholte, waar ook na enig wachten echter geen leven te bespeuren viel. Was het nest al verlaten? Verstoord misschien? Hoe dan ook, we hadden de grootste specht van Nederland in de pocket. We liepen rustig aan terug naar de auto, keken nog even naar de Bosuil, maar een betere waarneming van de Kortsnavelboomkruiper zat er niet in vandaag, zodat we maar huiswaarts gingen. Het was een prachtige dag geweest.
Nestholte van de Zwarte Specht.

donderdag 20 april 2017

20-04-2017: De eerste Kleine Vuurvlinders en Oranjetipje op de foto.

Kleine Vuurvlinder.
Vandaag nog even langs de Nieuwe Zuiderlingedijk gefietst, in de hoop de eerste Koekoek, Tuinfluiter of iets ander leuks te scoren. Het werd iets anders, dus. Ik vond mijn eerste Kleine Vuurvlinders van het jaar (3 stuks) en flink wat mannetjes Oranjetipje, waarvan er zowaar één op de foto wilde. Ook een Klein Geaderd Witje liet zich nog fotograferen. Het was heerlijk om weer even met de vlinderfotografie bezig te zijn!
Mannetje Oranjetipje.
Klein Geaderd Witje.

woensdag 19 april 2017

19-04-2017: De zomervogels lopen binnen.

Kneu.
Vanmorgen vertrok ik in alle vroegte naar de uiterwaarden van Everdingen. Gisteren waren daar onder meer Beflijsters waargenomen en rond deze tijd kun je sowieso weer veel teruggekeerde zomervogels verwachten.
Bij Acquoy werd ik al verrast door een zingende Nachtegaal. Langs de Diefdijk bij De Waaij mijn eerste jaarsoort: een Grasmus. Later zou ik er nog veel meer tegenkomen. Ook zong de Cetti's Zanger hier weer.
Aangekomen bij de uiterwaarden zong er een Sprinkhaanzanger, de Cetti's Zanger en mijn tweede jaarsoort: een Kleine Karekiet. Ik liep het gebied in bij de eerste ingang, want daar, op de grasveldjes, waren gisteren de Beflijsters waargenomen. Die vond ik helaas niet vandaag. Wel vond ik twee Groenpootruiters en een Oeverloper langs de oever van een plas daar; opnieuw twee jaarsoorten.
Torenvalk.
Na een tijd speuren gaf ik het op en liep terug naar de dijk. Daar zag ik nog net een Purperreiger opvliegen en over de bomen verdwijnen: jaarsoort nummer vijf! Dat ging voortvarend. Intussen vlogen er Visdiefjes boven de plas en Rietzangers waren bijzonder talrijk. Net toen ik dacht dat de Zwarte Sterns vandaag niet aanwezig waren, kwamen er acht overvliegen. En later nog eens vier. Leuk! Ik liep nu om de plas heen en stuitte op een zingende Braamsluiper, een soort die ik in de streek toch niet al teveel tegenkom. Later, voorbij Everdingen, vond ik er nog een.
Een Torenvalkje liet zich fotograferen, Roodborsttapuiten lieten zich zien en een Grasmus ging op de foto. Kortom, het was fris, maar zonnig weertje en ik vermaakte me prima.
Grasmus.
Ik besloot nog even naar de Steenuiltjes te gaan, en zag bij de kerk van Everdingen zwaluwen vliegen. Daar zaten drie Huiszwaluwen bij, alweer een jaarsoort! Een van de Steenuiltjes was thuis en toen vond ik het welletjes. Op de terugweg vond ik nog een Witgat. Het was weer een heerlijk ochtendje.

zaterdag 15 april 2017

15-04-2017: Iberische Tjiftjaf, Roodhalsfuut en voorjaarsvogels.

De Roodhalsfuut in zomerkleed van het Valkenburgse Meer.
Om tien over half negen arriveerde ik vanmorgen in Leiden, waar mijn vrienden Koert en René al op me stonden te wachten voor een dagje lekker vogelen. Het weer was het niet helemaal vandaag: veel wind uit het westen en aanvankelijk nog wat regen. Bovendien was het koud. Maar toch zou er een leuke set jaarsoorten uitkomen vandaag.
We begonnen bij het Valkenburgse Meer, waar al een tijdje een Roodhalsfuut in zomerkleed verblijft. Nu is het voor mij al zeker 25 jaar geleden dat ik zo'n beest in zomerkleed heb gezien, dus dat was een goede reden om deze lekkere jaarsoort eens op te zoeken. Hij was snel gevonden. Aanvankelijk zat hij ver weg, maar we konden hem op het laatst toch aardig dicht benaderen. Helaas waren de omstandigheden niet ideaal voor prachtplaatjes, maar hij staat er toch redelijk op.
Daarna was het op naar Noordwijk, waar al een week of zo een Iberische Tjiftjaf zingt. En dat deed hij ook vandaag. De vogel liet zich prachtig horen en ook zien. So far so good!
Een Gewone Pad in Meijendel.
We besloten bij Katwijk een tijdje over zee te gaan kijken omdat er gisteren veel Dwergmeeuwen waren gezien. Maar bij Katwijk vloog er vandaag niet een, helaas. Wel een paar Visdieven voor de jaarlijst en vijf Rotganzen naar noord, maar daar bleef het bij.
Snel door naar Meijendel dan, voor een duinwandeling richting Krooneend, Roerdomp en wat zich verder zou aandienen. Bij het uitstappen van de auto zong er al een Nachtegaal, dus dat was een goed begin. Lopend langs het fietspad hoorde ik een Kuifmees, die zich even later heel fraai liet zien. Bij de eerste plas water zwommen vijf Krooneenden, die waren een makkie vandaag. Later vonden we er nog twee, in een andere plas. We gingen verder met een Glanskop die zich liet horen en zien.
Roodhalsfuut.
Er zong een Boomleeuwerik, weer een jaarsoort voor mij. Een Gewone Pad kruiste ons pad en liet zich mooi fotograferen. De laatste jaarsoort voor vandaag was de Gekraagde Roodstaart, die zich wel liet horen maar niet liet zien. Toen was het hoog tijd voor de lunch, waarna we op huis aan gingen. Het was weer een lekker dagje geweest.

zondag 9 april 2017

09-04-2017: Zowat zomer.

Mannetje Roodborsttapuit.
Het was zulk fantastisch weer vandaag dat ik het niet kon laten om er nog even op uit te gaan. De temperatuur steeg voor het eerst dit jaar boven de twintig graden en het was dan ook geen wonder dat er veel vlinders vlogen. Vooral Dagpauwogen en Oranjetipjes waren talrijk, maar ik zag ook Klein Geaderd Witje, Groot Koolwitje, Citroenvlinder en Kleine Vos.
Verder nog wat leuke vogels, zoals een zingende Roodborsttapuit langs de Nieuwe Zuiderlingedijk, een soort die ik hier nog nooit eerder zag. De Cetti's Zanger bij Leerdam blijkt er toch nog te zijn en ook die langs de Nieuwe Zuiderlingedijk zong. Een Blauwborst, het paar Bruine Kiekendieven en een paartje Zomertalingen waren leukerds bij Lappenheide. Een vogeljaarsoort zat er echter niet in vandaag.
Vrouwtje Oranjetipje.
De Blauwborst van Lappenheide.

dinsdag 4 april 2017

04-04-2017: Buidelmees weg, toch mooie ochtend.

Rietgors.
Er zat al twee dagen een Buidelmees in de uiterwaarden van Everdingen, maar pas vanmorgen kon ik erop af. Jammer genoeg was het beest na een hele ochtend zoeken met een man of zes nog steeds niet gevonden en tegen de middag hield ik  het voor gezien. Toch was het een heerlijk ochtendje met prachtig voorjaarsweer, mijn eerste zingende Sprinkhaanzanger van het jaar en idem overvliegende Oeverzwaluw, de twee Steenuiltjes in hun knotwilg en onder meer Rietgors, Blauwborst, Krakeend en Roodborsttapuit die wel wilden poseren voor de camera. Ook weer twee Cetti's Zangers en het normalere spul.
Roodborsttapuit.
Krakeend.
Blauwborst.
Nog een Rietgors.
En mevrouw Krakeend.

zondag 2 april 2017

02-04-2017: Een heerlijke voorjaarsdag in de Biesbosch.

Visarend op het nest in de Biesbosch.
Je zag vanmorgen vroeg geen hand voor ogen vanwege de mist, toen ik om acht uur met Koert en René richting de Biesbosch vertrok. We hadden er begrijpelijkerwijs een hard hoofd in dat het daar beter zou zijn, met al dat water. Maar zie, een wonder geschiedde: toen we de Bandijk opreden begon de zon door de mist heen te prikken en toen we bij de Polder Hardenhoek parkeerden, trok het razendsnel open, begon de zon te schijnen en brak een prachtige voorjaarsdag aan!
Toen we de auto uitstapten hoorden we de Cetti's Zanger al schetteren. We hoorden er vele vandaag. Ook de Rietzanger was weer volop aanwezig, en die was een jaarsoort. De Fitis en de Blauwborst waren voor mijn vrienden nog jaarsoorten. Twee Witgatjes vlogen over en een Kramsvogel landde in de top van een boompje.
Heel ver weg ontdekte René met de telescoop een Zeearend in een boom. Even later vloog hij weg en konden we aan de witte staart zien dat het een adulte vogel betrof. Een lekkere jaarsoort, al had hij best wat dichterbij mogen zitten.
Bij het kwikstaartenveldje riep een Matkop, een door mijn vrienden vurig gewenste jaarsoort. Hij liet zich ook nog even zien. Uit de meeuwenkolonie wisten we twee Zwartkopmeeuwen te plukken, en dat was weer een lekkere jaarsoort. Jammer genoeg was het licht niet best, maar als ze vlogen waren ze redelijk te zien.
De eerste Boerenzwaluw van de dag vloog over. Het aantal zwaluwen was verrassend genoeg zeer beperkt vandaag. Een Lepelaar stond te slapen in het water.
Knobbelzwaan.
Op naar de Pannekoek, waar helaas geen Kleine Bonte Specht was te vinden, maar waar ik aan het eind van het pad wel een fraaie Slechtvalk ontdekte in een dode boom. Weer een goeie jaarsoort! Een zwemmende Ree was ook een aardig gezicht.
We zochten nog even naar Beflijsters, maar vonden alleen een Klein Geaderd Witje voor de vlinderjaarlijst. Op naar het Visarendennest dan maar!
Daar was het een waar spektakel. Beide Visarenden verbleven bij het nest en een van beide vogels trok in de vlucht takken van de dode bomen die vervolgens in het nest werden verwerkt. Een prachtig gezicht en uniek in Nederland! Intussen vloog een Waterpieper over en even later, langs de Reugtweg, onze eerste Gele Kwikstaart van het jaar. Later zagen we er nog een langs de Deeneplaatweg. Langs de Reugtweg ook een Kleine Plevier en een stuk of zes Zomertalingen.
Na de lunch vonden we niet veel meer. De Mongoolse Pieper werd gemeld, maar onze zoekactie leverde geen resultaat op. We besloten de dag bij Everdingen, bij de knotwilg met de Steenuilen, die tot onze grote vreugde allebei aanwezig waren.