vrijdag 7 juli 2017

07-07-2017: Nieuwe soorten bij de vleet in de Weerribben.

Mannetje Grote Vuurvlinder.
Al vroeg in het jaar hadden Wiegert en ik ons tot doel gesteld om in 2017 eindelijk de Grote Vuurvlinder te gaan opzoeken in de Weerribben. Prettige bijkomstigheid was, dat er ook nog wat gloednieuwe libellensoorten te scoren waren. Het beloofde dus een mooi dagje te worden, als alles zou meezitten tenminste.
Vandaag was het zo ver. Om kwart voor acht vertrokken we uit Leerdam en een kleine twee uur later arriveerden we op een plek waar altijd veel Grote Vuurvlinders huizen. We parkeerden de auto en achter het parkeerterreintje was meteen een fraai libellengebied waar we even rondkeken. De Gevlekte Witsnuitlibel was er aanwezig en liet zich fotograferen. Ook zagen we onze eerste Vuurlibellen van de dag.
Gevlekte Witsnuitlibel.
We liepen een eindje langs het weggetje en een kwartiertje later vond ik de eerste Grote Vuurvlinder, een fraai mannetje! Het diertje liet zich langdurig bekijken en gewillig fotograferen. Zo, die zat in de tas! We vonden er op hetzelfde stukje nog minstens twee, nog een mannetje en ten minste één vrouwtje, maar misschien waren het er ook wel vier of vijf. In ieder geval zagen we er op een zeker moment drie tegelijk vliegen.
Vuurlibel.
In de tussentijd nam ik ook nog mijn eerste Bruine Glazenmaker van het jaar waar en vlogen er een paar algemene vlinder- en libellensoorten voorbij. Na ruimschoots de tijd te hebben genomen voor de fantastische vuurvlinders, besloten we naar het Woldlakebos te gaan. Maar niet voordat we even het geluid van de Gouden Sprinkhaan afluisterden om te horen hoe dat ook alweer klonk, want we wisten dat die soort hier voorkomt. En verdraaid, er zat vlakbij ons een Gouden Sprinkhaan te zingen! Later, in het bos, zagen we zowel mannetje als vrouwtje Gouden Sprinkhaan, en beide gingen op de foto.
Vrouwtje Gouden Sprinkhaan krabt zich achter de oren.
Dit leuke beestje was nog een nieuwe Nederlandse soort voor mij.
Nu was het tijd voor de libellen. We checkten nog even het gebiedje achter het parkeerplaatsje en fotografeerden er een oud mannetje Bruine Korenbout, een soort die zeer algemeen was. Ook een Vuurlibel liet zich fotograferen, maar alleen door mij.
Bruine Korenbout.
Daarna reden we naar het bos en het duurde niet lang voor de eerste Gevlekte Glanslibel zich liet zien. Bij de eerste twijfelde ik nog een heel klein beetje, want die dingen zitten nooit stil, maar de tweede kwam zo dichtbij dat hij onmiskenbaar was. Leuke beesten zijn het, want ze zijn erg nieuwsgierig en als je stil blijft staan komen ze steeds even vlakbij je stil hangen in de lucht om te zien wat voor een raar wezen zich nu weer in hun territorium heeft begeven. Met mijn toestel was het onmogelijk om een foto te maken van de Gevlekte, maar Wiegert slaagde er wel in.
Groene Glazenmaker.
Mijn tweede gloednieuwe libellensoort liet niet lang op zich wachten en was heel wat coöperatiever qua fotografie: de Groene Glazenmaker. We zagen er maar een, maar die werkte wel volledig mee. Hij liet zich vliegend zien en hangend aan een blad, waar hij zich ook liet fotograferen.
Ik vergeet trouwens helemaal de vele Gewone Pantserjuffers te vermelden, die nog een libellenjaarsoort waren en die we om de haverklap in het riet zagen hangen. Na een flinke wandeling besloten we terug naar de auto te lopen, omdat het warm was en we zo'n beetje alles hadden gezien waarop we hadden gehoopt. Als toegift kwamen we nog een Zwarte Heidelibel tegen, een leuke libellenjaarsoort.
Zwarte Heidelibel.
Het was opnieuw een heerlijke dag geweest, met voor mij een nieuwe vlindersoort voor Nederland (de Grote Vuurvlinder), twee nieuwe libellensoorten (Groene Glazenmaker en Gevlekte Glanslibel) en een nieuwe sprinkhaansoort voor Nederland (de Gouden Sprinkhaan). Ik heb weleens beroerdere dagen gehad...
Grote Vuurvlinder.

woensdag 5 juli 2017

05-07-2017: Massa's Keizersmantels!

Mannetje Keizersmantel.
Al een paar dagen zag ik op waarneming.nl dat de AW duinen zo'n beetje vol zitten met Keizersmantels. Nog maar enkele jaren geleden was er sprake van hervestiging en was je al blij dat je er een of twee tegenkwam. Nu werd er melding gemaakt van twintig of meer op één plek, en dat door het hele duingebied. Nu moest ik toch nog een paar andere soorten uit de duinen hebben, met name de Duinparelmoervlinder en de Heivlinder, dus vanmorgen vroeg vertrok ik per trein naar Hillegom, waar - o wee - de OV-fietsen op waren. Shit. Dat werd lopen naar de ingang Panneland.
Blauwvleugelsprinkhaan.
Toen ik een uurtje later arriveerde bij de ingang Panneland was het leed echter snel vergeten. Op het parkeerterrein vlogen een stuk of acht Keizersmantels rond en foerageerden op de distels daar. Ook zaten er fotogenieke Bruin Zandoogjes en Groot Dikkopjes, zodat ik er uiteraard een tijdje bleef rondhangen. Daarna de duinen in, naar een plek waar al twee dagen achter elkaar grote hoeveelheden Keizersmantels, maar ook een Duinparelmoervlinder waren gezien. En die stond hoog op mijn verlanglijst. Het is een soort die ik nog maar tweemaal in Nederland heb gezien en het is me nog niet gelukt om hem op de foto te krijgen.
Bruin Zandoogje.
Ik checkte een eik en had onmiddellijk twee Eikenpages te pakken! Ik zocht in de omgeving van de kanalen kort naar de Heivlinder, maar die liet zich niet zien. Wel kon ik een mooie Blauwvleugelsprinkhaan fotograferen. Een stukje verder stuitte ik op een zeer klein, nerveus vlindertje: een Bruin Blauwtje, een van de soorten die ik nodig had! Intussen vond ik al lopende minstens drie of vier Zuidelijke Keizerlibellen, maar traditiegetrouw wilden ze niet poseren. Wel erg leuk dat ze het zo goed doen in de AW duinen!
Groot Dikkopje.
In de omgeving van het Vogeleiland vond ik een plek met Jacobskruiskruid, waar wederom een stuk of zeven Keizersmantels op foerageerden. Ik bleef er een tijdje hangen in de hoop hier ook een Duinparelmoer te vinden, maar dat lukte niet. Toen ik terugliep zag ik een stukje van het pad een flink veld met Jacobskruiskruid en ik besloot het te inspecteren. Ik wist niet wat ik zag. Een compleet surrealistisch beeld van massa's Keizersmantels, ik schat zo'n 150, ontvouwde zich voor mijn ogen. Totaal waanzinnig! Er liepen nog drie andere vlinderaars, en die wisten me te vertellen dat er ook een Duinparelmoer tussen zat. Nou, dat viel niet mee, maar uiteindelijk vond ik hem en zag ik de zenuwpees - want dat was het - twee maal kort op een bloem zitten. Van foto's kwam wederom niets. Maar ik had hem!
Nieuwe Keizersmantels in de maak!
Verbijsterd keken we naar de vele Keizersmantels. We vonden een paar keer een parend stel en intussen vloog een Zuidelijke Keizerlibel rond en trok de Duinparelmoervlinder zijn baantjes boven de bloemenzee. In een boom zat nog een Eikenpage en er waren ook nogal wat Harkwespen te zien, ook leuk natuurlijk.
Na een tijd genieten besloot ik rustig aan terug te lopen, want mijn voeten deden zo onderhand flink pijn en ik moest nog een stukkie - helemaal terug naar het station. Ik had geen fut meer om nog achter de Heivlinder aan te gaan, maar dat kwam helemaal goed, want de Heivlinder zocht mij op en poseerde even kort op een boomstam, net lang genoeg voor een foto.
Heivlinder.
Met vier vlinderjaarsoorten op zak liep ik de lange weg terug naar het station. Het was heerlijk toen ik eindelijk kon gaan zitten in de trein. Maar het was de moeite meer dan waard.

dinsdag 4 juli 2017

04-07-2017: Kampina revisited.

De Metaalvlinder was een nieuwe nachtvlindersoort voor mij.
Vandaag besloot ik de Kampina nog een keer te bezoeken, vooral om de Grote Weerschijnvlinder te vinden, maar ook Oranje Zandoogje, Eikenpage en nog een paar dagvlindersoorten plus een aantal libellensoorten stonden nog op mijn wensenlijst. Dit jaar probeer ik van beide soortgroepen minimaal 40 soorten in Nederland te zien, dus er moet flink aangepoot worden.
Om een uur of halftien parkeerde ik mijn OV-fiets aan de rand van het heideveldje waar tegenwoordig zoveel Heideblauwtjes zitten. Die waren er ook vandaag weer volop, evenals Bruin Zandoogjes. Ook had ik direct een Koevinkje en mijn eerste Oranje Zandoogje te pakken. Die laatste was zeer talrijk vandaag.
Oranje Zandoogje.
In tegenstelling tot hetgeen werd verwacht qua weer was het zwaar bewolkt, maar de temperatuur werd behoorlijk aangenaam vandaag en het miegelde van de vlinders op de Kampina. De drie 'gewone' witjes, veel Citroenvlinders, Dagpauwoog, Atalanta, Gehakkelde Aurelia, Distelvlinder, erg veel Landkaartjes, Groot Dikkopjes, een Boomblauwtje en een Hooibeestje lieten zich zien. Ik vond ook nog twee Kleine IJsvogelvlinders, een behoorlijk afgevlogen exemplaar en eentje die er nog wat fraaier uitzag.
Kleine IJsvogelvlinder.
Ik zocht me rot naar de weerschijnvlinder, maar hoe ik ook zocht: hij kwam er niet uit vandaag. Ook andere vlinderaars die ik tegenkwam hadden geen geluk. Wel slaagde ik erin om, door systematisch alle eiken af te speuren, uiteindelijk drie Eikenpages te vinden voor de jaarlijst. Helaas lieten ze zich niet fotograferen.
Qua vogels waren een Geelgors, een Witgat, zingende Boompiepers en een Roodborsttapuit de leukste soorten vandaag. De gewenste Boomvalk en Wespendief zaten er ook vandaag weer niet in.
Heideblauwtje.
Qua libellen was het iets minder vandaag. Natuurlijk waren er erg veel Blauwe Breedscheenjuffers en ook de Bloedrode Heidelibel vloog lekker, maar verder bleef ik steken op 1 man Weidebeekjuffer en idem Gewone Oeverlibel. Gelukkig kwam wel de Koraaljuffer eruit, en die was mijn negenentwintigste libellensoort van 2017.
Boomblauwtje.
Ik noteerde ook nog wat nieuwe bloeiende plantjes voor de jaarlijst, uiteraard, en een van de leukste waarnemingen van de dag was die van een Metaalvlinder, een prachtige nachtvlinder die familie is van de Sint-Jacobsvlinder en fraai metallic groen van kleur is. Het was een totaal nieuwe soort voor mij.
Landkaartje.
Al met al was het een heerlijke dag met ontzettend veel vlinders.

zaterdag 24 juni 2017

23-06-2017: Nachtbrakers.

Vanavond een mooie traditie in ere gehouden: een avondje genieten van nachtelijk gedierte op de Leusderheide met Christiaan. Om een uur of negen waren we ter plaatse en na een klein stukje lopen kwamen we aan bij de plek waar we altijd gaan staan wachten. Gelukkig lag die wat in de luwte, want het waaide harder dan ons lief was en we hoopten dat dat geen effect zou hebben op de activiteit van de vogels die we zochten.
Vooralsnog was het rustig. Er zong een verre Boompieper en een paar Roodborsten en Merels deden eveneens hun best, maar verder was er weinig actie. Af en toe ritselde er een muisje tussen het gewas, maar te zien kregen we ze niet.
Pas toen het bijna donker was, om tien voor half elf, hoorden we ineens de Houtsnip een paar keer roepen. Jammer genoeg vloog hij achter ons en de bomen langs en zagen we hem niet. Bovendien bleek dit de enige activiteit van de Houtsnip te zijn vanavond. Waarschijnlijk had hij er door de stevige westenwind niet veel zin in.
Vrijwel tegelijkertijd begon de eerste Nachtzwaluw te zingen. We hoorden er minimaal twee, misschien drie. Een paar keer hoorden we ook de vluchtroep en eenmaal kwam er een Nachtzwaluw prachtig dichtbij langs ons gevlogen, maar daar bleef het bij. Veel vliegactiviteit was er niet vanavond.
Gelukkig had Chris zijn batdetector meegenomen en zodoende waren we in staat om een grotere langs vliegende vleermuis te determineren als Laatvlieger, en een kleine als Gewone Dwergvleermuis.
Om even over elf hielden we het voor gezien. Het was ondanks het wat mindere weer toch weer een fijne avond geweest.

zondag 18 juni 2017

18-06-2017: Een Grijskoppurperkoet in de streek.

Aanvankelijk zat de vogel vrij ver weg en tussen de vegetatie.
Eergisteren werd er op de Vijfheerenlanden-app melding gemaakt van een 'purperkoet' die was gezien bij het kijkscherm aan de Huibert. Verder was er niet veel info: er was niet gezien of de vogel was geringd bijvoorbeeld, en of het misschien een Grijskoppurperkoet was, een soort die met een zekere regelmaat in ons land wordt gezien en veelal als escape wordt beschouwd.
Toch kunnen die rallen lange einden overbruggen, zo bewijzen ook Afrikaanse ralachtigen die af en toe in Europa opduiken, en zo'n waarneming vind ik dan ook altijd spannend. Toen de vogel vandaag weer werd ge-appt door Piet Solleveld, vergezeld van drie foto's, en duidelijk werd dat het inderdaad een Grijskop was, besloot ik te gaan kijken.
Later liet hij zich beter zien.
Ter plekke was alleen Ronald Jansen aanwezig, die me de goede plek aanwees, waar de vogel inderdaad in de kant zat, half verscholen tussen de vegetatie en vrij ver weg. Toch liet hij zich heel aardig zien en Ronald kon met de telescoop vaststellen dat beide poten ongeringd zijn, wat het toch wel een stukje spannender maakt allemaal.
Na een tijdje genieten verdween de vogel in de vegetatie en ik zocht nog wat naar libellen en scoorde zo nog de Kleine Roodoogjuffer voor de jaarlijst.
Kleine Roodoogjuffer.
Terwijl ik zo bezig was, kwam Enno Ebels aangelopen, die ik even vergezelde naar de juiste plek. Dat was een goede zet, want de vogel zat ineens veel dichterbij en liet zich even mooi zien en fotograferen, voordat hij een struik in vloog.
Mooi beessie!
Dat was voor mij het sein om te vertrekken. Ik ga er niet van uit dat de vogel zal worden aanvaard als wild, maar ach wat, het was een schitterend, spannend beest dat me een plezierige middag heeft bezorgd.

woensdag 14 juni 2017

14-06-2017: Een dagje Kampina.

Een van de drie Kleine IJsvogelvlinders van vandaag.
Het duurt wat langer, maar met de trein en de OV-fiets is de Kampina ook heel goed te doen. Dat heb ik vandaag uitgevonden. Om tien voor acht stapte ik in Leerdam in de trein en om negen uur was ik in Boxtel, waar ik een OV-fiets huurde en - na een vrij lange fietstocht omdat ik de juiste route niet goed kon vinden - na een dik halfuur fietsen parkeerde ik mijn fiets op het parkeerterreintje aan de Logtsebaan.
Direct vloog er een Bruin Zandoogje langs me, waarvan ik er vandaag meer dan 100 zag. Het was mijn eerste jaarsoort van de dag.
Een Spotvogel zat luidkeels te zingen en kwam ook nog even in de kijker, en de eerste Weidebeekjuffer diende zich aan. Van deze soort zag ik er zeker een stuk of vijftig vandaag.
Heideblauwtje, erg talrijk vandaag.
 Na wat leuke soorten die ik al op de jaarlijst had staan, waaronder nogal wat Groot Dikkopjes, vond ik mijn eerste Bloedrode Heidelibel van het jaar. Later kwam ik er nog een stuk of vier tegen. Ik speurde alle bloeiende bramen langs de bosrand af op een van mijn doelsoorten, de Kleine IJsvogelvlinder, die nu volop vliegt. De eerste was ook weer razendsnel vertrokken, maar ik zag er drie of vier vandaag en ze lieten zich steeds mooier en langduriger zien. Een heerlijke, fraaie soort altijd! Iets verderop vond ik mijn eerste Heideblauwtje van de dag en van het jaar, en ook daar ritselde het van op de bramen. Ik hoefde er niet eens het veldje voor op waar we ze de afgelopen paar jaar steeds hadden.

Bloedrode Heidelibel, nog niet uitgekleurd.
Intussen riep er in de verte een Raaf, en speurde ik de juffertjes af of er toevallig niet heel misschien een Speertje tussen zat. Maar vandaag vond ik alleen Azuurtjes en Blauwe Breedscheenjuffers, van beide soorten vele tientallen.
Langs de Beerze vond ik nog twee Kleine IJsvogelvlinders, en ook de Metaalglanslibel, een vaste gast hier, werkte prima mee. Ik speurde het beekje af en tussen de vele, vele Weidebeekjes vond ik uiteindelijk een van mijn doelsoorten: een mannetje Bosbeekjuffer!
Mannetje Bosbeekjuffer.
Na een tijdje te hebben genoten van deze altijd leuke soort, speurde ik verder naar een van mijn andere doelsoorten: de Beekrombout. Hiervoor is het al tamelijk laat en ik vond hem vandaag ook niet, helaas. Maar terwijl ik de boel afspeurde, landde er ineens een fraaie Glassnijder pal voor mijn neus, en deze soort had ik nog maar eenmaal in mijn leven voor de lens gehad. Heel fijn dus dat ik er nu een paar mooie plaatjes van kon schieten. Even later meldde zich het eerste Koevinkje van het jaar (voor mij althans), een vroeg exemplaar en daarom des te leuker.
De Glassnijder landde pal voor mijn neus.
Ik liep nog een eindje verder, maar dat leverde weinig op, behalve een roepende Grote Gele Kwikstaart dan. Daarom liep ik terug, speurde nogmaals de omgeving van de Beerze af, maar vond verder niets nieuws. Wel zong er fanatiek een Wielewaal, die ik helaas niet in de kijker kreeg, en er vloog een IJsvogel langs. En terwijl ik naar de Wielewaal luisterde en probeerde die te vinden, scharrelde er ineens een Gewone Bosmuis rond mijn voeten, snuffelde even aan mijn schoen en kuierde het struikgewas weer in. Gelukkig kon ik hem fotograferen, al bleek bij thuiskomst dat er slechts een aardig plaatje bij zat.
Gewone Bosmuis, wat een leuk beestje!
Teruglopend naar mijn fiets stuitte ik nog op twee Reeën, en gelukkig bleek de terugweg naar Boxtel een stuk korter en eenvoudiger dan de heenweg. Het was een lekker dagje geweest.
Groot Dikkopje, een van de vele.
Blauwe Breedscheenjuffers op de versiertoer.

zaterdag 10 juni 2017

10-06-2017: Iepenpages!

Een van de zes Iepenpages van vandaag.
Morgen vier ik mijn veertigjarig vogelaarsjubileum en ik vond dat ik dat maar eens moest vieren met een nieuwe soort voor Nederland. Qua vogels zat er niets in, maar op het vlinderfront heb ik nog wel een paar nieuwen voor ons land te scoren. Zoals de Iepenpage, een zeldzaam beestje dat over het algemeen wordt gevonden op onooglijke plekken, zoals in de stad Heerlen of op een verkeersknooppunt bij Amsterdam, en dan nog vooral in hoge Iepen, waar ze zich bij voorkeur in de toppen ophouden. Toen er de afgelopen dagen dan ook maximaal 11 Iepenpages in Maastricht werden gezien, vaak vergezeld van heel aardige foto's en met de opmerking dat de Iepen ter plaatse niet heel hoog waren, zag ik mijn kans schoon om deze leuke soort eindelijk op een fatsoenlijke manier op mijn NL-lijst te krijgen.
Makkelijk maakten ze het me niet, maar toch.
Om half acht nam ik de trein, om een uur of tien was ik ter plekke. Er waren nog twee andere mensen aan het zoeken en het duurde toch nog een halfuur voordat ik de eerste Iepenpage vond. Het beestje zat er erg fraai voor, maar ik kreeg hem niet op tijd in de zoeker om er een leuke plaat van te schieten. Samen met de andere vlinderaars vond ik uiteindelijk zo'n zes stuks Iepenpage, zonder uitzondering hoog in de - inderdaad niet erg hoge - iepen. Met veel pijn en moeite kreeg ik er toch nog een paar herkenbaar op de foto.
Hoog in de iepen zaten ze.
Na een tijdje besloot ik naar de Hoge Fronten te lopen, in een poging om eindelijk de Muurhagedis eens in te rekenen. Met de hagedis wilde het helaas niet lukken. Het duurde een tijd voordat ik de echt geschikte plek had gevonden en die bleek 'tijdelijk' te zijn afgesloten. Van een afstand kon ik de oude muur wel zien en ik speurde hem met de kijker af, maar vergeefs. Wel vond ik zomaar een Scheefbloemwitje als 'troost'prijs! Hij zat ver weg, maar ik kreeg hem op de foto en de foto loog niet. Het was tevens het enige witje dat ik vandaag zag.
Bewijsplaatje van Scheefbloemwitje, Hoge Fronten, Maastricht.

donderdag 1 juni 2017

01-06-2017: Gevlekte Witsnuitlibel, een nieuwe soort!

De Gevlekte Witsnuitlibel was een gloednieuwe libellensoort voor mij.
Ik besloot vandaag een dagje Amsterdamse Waterleidingduinen te doen met als hoofddoel de Gevlekte Witsnuitlibel, die daar regelmatig wordt gezien bij een paar plasjes en die voor mij nog een gloednieuwe libellensoort zou zijn. Om half zeven de trein gepakt en om half negen liep ik de duinen in bij Panneland. Al snel merkte ik dat er a) bijzonder weinig vlinders vlogen en b) er bijzonder veel Gewone Oeverlibellen aanwezig waren. Van die laatste soort, en van de Viervlek, heb ik er vandaag vele honderden gezien.
Het kostte enige moeite om bij een plasje te geraken waar de laatste tijd de Gevlekte Witsnuiten werden gezien. Later bleek dat ik de moeilijke route had genomen, tussen riet en duindoorns door, terwijl er ook een doodsimpele route is over een breed pad. Enfin, ik vond het plasje uiteindelijk, en het was een klein libellenparadijsje!
Onderweg naar het libellenplasje liet een Boomleeuwerik zich fotograferen.
Massa's Viervlekken bevonden zich op het plasje en overal waar ik liep vlogen Gewone Oeverlibellen omhoog. Om tussen al dat geweld witsnuitjes te vinden, viel nog niet mee. Maar na een stief kwartiertje rustig zitten en kijken vond ik een mannetje Noordse Witsnuitlibel. Erg leuk! Maar nog niet de soort waarvoor ik eigenlijk kwam. Die kwam nog een kwartiertje later in beeld, aan de andere kant van het plasje. Daar had hij een omgebogen blad uitgekozen als uitvalsbasis en hier liet hij zich leuk fotograferen.
De Noordse Witsnuitlibel, ook een leukerd.
Na zo een klein uur te hebben rondgekeken, liep ik terug en vond het gemakkelijke brede pad. Hier vond ik mijn eerste Zuidelijke Keizerlibel van de dag. Mijn eerste, hoor ik u denken. Jawel, want ik zag er minstens vier vandaag. Deze zeldzame soort heeft zich blijkbaar goed gevestigd in de AW duinen en dat is goed nieuws!
Ik liep door naar het Groot Zwarteveld, waar ook nog een paar goed met libellen bezette plasjes lagen en waar tot mijn verrassing een Fluiter druk aan het zingen was in het belendende bos.
Tureluurs werd je van de Viervlekken vandaag.
Ik hoopte op een Boomvalk, maar die kwam er helaas niet uit vandaag. Wel vond ik bij een van de plasjes een kakelverse Bruinrode Heidelibel, een hele vroege! Gelukkig wilde hij ook op de foto. Intussen was het qua vlinders bitter weinig. Een paar Hooibeestjes en een Icarusblauwtje was de score tot dan toe. En nogal wat Sint-Jacobsvlinders, altijd een fraaie verschijning.
Pas op de terugweg vond ik een (1) Kleine Parelmoervlinder, die nog een jaarsoort was. Ook een Kleine Vuurvlinder liet zich nog zien.
Een van de vele Sint-Jacobsvlinders van vandaag.
Natuurlijk was het ook genieten van de vele Nachtegalen, Gekraagde Roodstaarten, Boomleeuweriken, een enkele Braamsluiper en vele andere leuke vogelsoorten. Een jaarsoort op vogelgebied kwam er echter niet uit.
Op de terugweg werd ik nog opgehouden door Zuidelijke Keizerlibel nrs. 2, 3 en 4 (en mogelijk 5, maar die kon ik niet afmaken). Overigens was ook de Grote Keizerlibel talrijk vandaag, evenals de Vroege Glazenmaker, het Lantaarntje en de Azuurwaterjuffer. Tenslotte vond ik nog een Glassnijder, die op de valreep nog een vijfde libellenjaarsoort betekende.
Gewone Oeverlibel.

vrijdag 26 mei 2017

26-05-2017: Een dagje Limburg voor vogels, vlinders en libellen.

Een van de vele hoogtepunten van vandaag: de Veldparelmoervlinder.
Het was vandaag schitterend zomers weer en ik had een afspraak om op pad te gaan met Wiegert, er waren weinig plaatsen te bedenken waar we meer leuke dingen konden zien dan in Limburg, dus: gaan! Om halfzeven vanmorgen vertrokken we en om even over achten arriveerden we op onze eerste bestemming: Munstergeleen, waar al drie dagen lang een Krekelzanger zat te zingen. We moesten ons een kwartiertje vermaken met enkel een paar Bosrietzangers, maar toen ging de Krekelzanger los en hij liet zich zelfs zien, al was het tussen takjes en bladeren door. Zo, dat was een fijn begin van de dag. Teruglopend naar de auto vonden we ook onze eerste Weidebeekjuffer van het jaar. Leuk!
Boswitje in de Meertensgroeve. We zagen er veel vandaag.
Op naar bestemming nummer twee: de Bemelerberg, dé plek in Nederland voor de zeldzame Veldparelmoervlinder. We klommen eerst vergeefs helemaal naar boven - hoewel, het leverde wel mijn eerste Distelvlinders van het jaar op - maar de Veldparelmoertjes bleken beneden te zitten. Na enig zoeken vonden we de goeie plek en even later ontdekte Wiegert de eerste Veldparelmoer. We zagen er twee, misschien drie vandaag. Ook een Groot Dikkopje liet zich zien en die was een jaarsoort.
Uitzicht op Maastricht vanaf de Bemelerberg.
Van de vogels scoorden we in het voorbijgaan de Geelgors, Spotvogel, zingende Veldleeuwerik en een fraaie Groene Specht.
Door naar bestemming nummer drie: de Meertensgroeve bij het plaatsje Vilt. Een klein paradijsje is het, deze groeve, met zijn bloemen, plasjes, libellen en vlinders. En Geelbuikvuurpadden, normaal gesproken, maar die zaten er vandaag niet in. De greppels waarin ik ze enkele jaren geleden had, stonden droog en in de plasjes waren ze ook niet te vinden. Wat zich wel liet zien was een fraai Boswitje, een prachtige Koninginnenpage, talloze Viervlekken, de Grote Keizerlibel, diverse Smaragdlibellen, Azuurwaterjuffers en Watersnuffels. Na een tijdje zoeken naar de padden kregen we door dat die niet gingen lukken vandaag, dus gingen we verder, op naar bestemming nummer vier: het gehucht Mheer, bron van de Scheefbloemwitjespopulatie in Nederland!
Alle witjes in Mheer waren Scheefbloemwitjes. Zo ook dit exemplaar.
Deze nieuwe vlindersoort voor Nederland - pas vorig jaar voor het eerst vastgesteld - was ook de afgelopen tijd alweer gezien, en we wilden hem graag toevoegen aan onze NL vlinderlijst. We parkeerden de auto middenin het dorpje en speurden de tuinen af. Het eerste het beste witje dat we zagen, was een Scheefbloemwitje. Leuk, maar het was een echte zenuwenlijder en hij liet zich niet fotograferen. Dat ging beter met witje nummer twee, een fraai en  overduidelijk vrouwtje Scheefbloemwitje, dat ook nog eens eitjes aan het afzetten was! Zij liet zich met enig geduld wel fotografisch vastleggen, zodat ons bezoek aan Mheer een volledig succes was.
Een van de Plasrombouten die we vandaag zagen op de Sint-Pietersberg.
Hoogste tijd voor de Sint-Pietersberg! Na een halfuurtje rijden arriveerden we bij D'n Observant en gingen aan de slag. Eerst op het veldje beneden, waar vooralsnog alleen bloednerveuze blauwtjes rondfladderden die weigerden te gaan zitten, zodat we niet konden vaststellen of het misschien om Klaverblauwtjes ging. Later lukte dat beter, en toen moesten we constateren dat we alleen Icarusblauwtjes hadden gezien. Leuk waren de vele Vals Witjes die we vandaag tegenkwamen. Ook het Boswitje was weer present en we kwamen diverse Plasrombouten tegen.
Een van de Bruin Dikkopjes die we vandaag tegenkwamen.
Na een tijdje toch succes: twee Bruin Dikkopjes lieten zich zien en uiteindelijk fotograferen. Later kwamen we er nog diverse tegen. Ook liet zich weer een Koninginnenpage zien en Blauwe Breedscheenjuffers waren goed voor de libellenjaarlijst.
Tijd om de Pietersberg op te klimmen naar het weitje waar ik met Cilja ook zo vaak leuke dingen heb gezien. We zochten het veld af en vonden opnieuw Bruin Dikkopjes, Ook weer Plasrombouten en ik zag een fraaie Zuidelijke Oeverlibel die Wiegert miste. De Gewone Oeverlibel was toen al gescoord voor de jaarlijst.
Het Groentje had ik nog nooit eerder gezien op de Sint-Pietersberg.
We liepen naar de grot en bij het plasje aldaar was een stel Platbuiken in de weer en in het water zagen we een mannetje Kleine Watersalamander. Leuk! Maar verder was hier weinig te beleven, zodat we maar terug naar het veld liepen, waar ik een Groentje vond - een soort die ik nog nooit eerder op de Sint-Pietersberg had gezien - en waar Goudvinken riepen en er een mannetje van deze soort kwam overvliegen. Verder weer vele Vals Witjes, en van de nachtvlinders waren ook Klaverspanner en Bruine Daguil algemeen.
Vals Witje, een erg leuke nachtvlinder.
Toen de koek hier op leek en het zeer gewilde Kaasjeskruiddikkopje er maar niet uitkwam, gingen we terug naar beneden om daar het veld nog eens door te spitten. Maar ook daar kwam er niet veel nieuws meer uit. Daarom besloten we rond drie uur huiswaarts te keren. We waren verzadigd van de fraaie soorten. Het was een fantastische dag geweest!

dinsdag 23 mei 2017

23-05-2017: Orpheusspotvogel in de streek: bliksemactie vereist.

Vlak na de middag zag ik de melding van een zingende Orpheusspotvogel bij Beesd op waarneming.nl verschijnen. Die moest natuurlijk even op de jaarlijst! Ik had deze zeldzaamheid al een jaar of vijf niet meer gezien, dus dat werd wel weer eens tijd. De trein genomen, OV-fiets gepakt en even later stond ik met drie andere vogelaars naar de Orpheus te luisteren. De vogel hield zich op in compleet onoverzichtelijk wilgenstruweel en bleef daar laag in, misschien mede omdat het stevig waaide. Maar hij liet zich in ieder geval prima horen. Dan weer vlak langs de rand van het struweel, dan weer wat verder weg. In de kijker kreeg ik hem helaas niet, maar dat mocht de pret niet drukken. Na een dik halfuur werd de vogel stil en ging ik weer op huis aan.

maandag 22 mei 2017

22-05-2017: Roodoogjuffers en glazenmakers

Landkaartje.
Vandaag was het wederom mooi weer en ik ben er daarom nog een paar uurtjes op uit gegaan. Deze maal naar een gebiedje langs de Huibert bij Hei- en Boeicop omdat daar de afgelopen week leuke libellensoorten waren gezien, waaronder de Plasrombout.
Helaas vond ik die vandaag niet, maar het was een mooi gebiedje met veel vlinders, waaronder nogal wat Argusvlinders en Landkaartjes. Van de libellen vond ik de Vroege Glazenmaker en de Grote Roodoogjuffer als jaarsoorten en qua vogels waren de twee zingende Spotvogels die in onderweg tegenkwam de leukste soorten.
Kakelverse Grote Roodoogjuffer.
In ieder geval is het gebiedje het zeker waard om nog eens te bezoeken.

zondag 21 mei 2017

21-05-2017: Vogels, vlinders en libellen in de eigen streek.

Heerlijk, de Bruine Korenbouten vliegen ook alweer.
Het beloofde heerlijk weer te worden vandaag, dus na ons uitgebreide zondagse ontbijt ging ik een paar uurtjes op pad, in de hoop wat jaarsoorten te vinden in de categorieën vogels, vlinders en libellen. Qua vogels was vooral de Bosrietzanger een bijna-zekerheid, want ze zijn weer terug en dan zijn ze hier in de streek talrijk. Ik was dan ook Leerdam nog niet uit of ik had er al een te pakken. Op deze plek zat ook een Spotvogel te zingen.
Ik fietste langs de Meerdijk, waar ik nog een Braamsluiper hoorde, en verder langs de Nieuwe Zuiderlingedijk, waar ik op mijn vaste plekjes een rondje liep.
Landkaartje. Een van de vele vandaag.
Op plek nr. 1 had ik direct al een Argusvlinder te pakken, een fijne jaarsoort. Even verder kwam het eerste Landkaartje in beeld, waarvan ik er vandaag nog een aantal zou vinden. Voor wat betreft de libellen was de Variabele Waterjuffer mijn eerste jaarsoort, gevolgd door het Lantaarntje. Ook zag ik een Smaragdlibel en mijn eerste Grote Keizerlibel van het jaar. Ook diverse Oranjetipjes, Atalanta's en Kleine Vuurvlinders lieten zich zien, naast een aantal nog algemenere soorten.
Kleine Vuurvlinder.
Een hele serie bloeiende plantensoorten waren eveneens welkom op de jaarlijst 2017, en toen ik bijna weer terug bij het begin van het paadje was, vond ik mijn eerste Bruine Korenbout van het jaar. Later zag ik er nog een of twee. Een fijne jaarsoort.
Langs het laatste paadje vond ik, naast o.m. Oranjetipjes en Bruine Korenbouten, twee heel gave soorten. Ten eerste een zingende Wielewaal: nogal een zeldzaamheid hier in de streek. Hopelijk is het een vaste plek waar ik hem ook de komende jaren kan vinden! Ten tweede vond ik drie Platbuiken, een libellensoort die ik vorig jaar heb gemist. Eerst zag ik een mannetje en een ei-afzettend vrouwtje en later nog een 'los' vrouwtje dat zich liet fotograferen.
Vrouwtje Platbuik.
Daarna begon het te betrekken en vond ik het mooi geweest. Twee vogel- en evenzoveel vlinderjaarsoorten en vier libellenjaarsoorten waren mijn deel. Geen slecht uitstapje!