vrijdag 5 oktober 2012

31-03-2012: Afscheid van het Korhoen?


Toen ik in 1977 begon met vogelen, was het Korhoen al een schaarse broedvogel in ons land, maar kwam hij nog op allerlei plaatsen voor. Mijn eerste Korhoenders zag ik destijds op de Regte Heide in Noord-Brabant, een plek waar ze nu allang verdwenen zijn. Ze verdwenen overal, tot er uiteindelijk alleen nog een flinke populatie restte op de Sallandse Heuvelrug. Maar ook deze is geleidelijk aan afgenomen en de laatste telling, in 2012, leverde slechts één haan en drie hennen op.
Vandaag zou ik een dagje gaan vogelen met Christiaan en we hadden afgesproken om nog een keer een poging te wagen op het Korhoen. 2012 kan immers weleens het laatste jaar zijn waarin dat mogelijk is. Dus vertrokken we vanmorgen om kwart voor vijf, want voor het Korhoen moet je vroeg uit de veren. Het was nog donker toen we arriveerden op de parkeerplaats bij het bezoekerscentrum en na een bak koffie liepen we de heuvel af naar de plek waar de hoenders altijd baltsten en waar we 'm ook vorig jaar nog hadden gezien. Het weer was niet ideaal: het was koud, er stond een gure noordenwind en af en toe miezerde het. Kortom, de verwachtingen waren niet al te hoog gespannen.
We stonden al een tijdje te kijken op de 'oude plek' toen een paar lokale vogelaars ons erop wezen dat de enige overgebleven Korhaan voornamelijk te vinden was in een ander deel van de Sallandse Heuvelrug. We liepen die kant dus maar eens op. Er vlogen wat Kneutjes over en een Kramsvogel en hé, daar riep tweemaal een Keep, ook overvliegend, en die was een jaarsoort. We hoorden en zagen zingende Veld- en Boomleeuweriken, Roodborsttapuiten en een Appelvink kwam tsjikkend overvliegen. Er dansten twee Reeën door de heide en even verder vonden we een Klapekster, altijd een erg leuke soort natuurlijk. We genoten een tijdje van hem en liepen verder, tot we opnieuw een Klapekster ontdekten en we een vogelaar tegen het lijf liepen die vertelde dat we nu op de plek stonden waar de laatste Korhaan regelmatig werd gezien. We speurden een tijdje, maar hoorden noch zagen iets wat op een Korhaan leek. Wel zagen we een stuk verderop, langs een ander weggetje, een groep vogelaars staan die vanaf dat punt over het heideveld keken, dus liepen we die kant maar eens op. Deze vogelaars vertelden ons dat de Korhaan tot voor tien minuten geleden had zitten zingen en dat was een aangename verrassing, want we hadden de hoop al zowat opgegeven. We maakten dus toch nog kans! Na een paar minuten hoorden we de haan inderdaad en hij bleef vanaf dat moment langdurig zingen. Maar ondanks dat we met een man of vijftien stonden te speuren, konden we 'm niet ontdekken. Wel zaten er op dit veld maar liefst drie Klapeksters, ongetwijfeld een persoonlijk record. Er arriveerde een nieuw groepje vogelaars en een van hen ontdekte na korte tijd de kop van het Korhoen! Even later hadden we hem allemaal in de kijker dan wel de telescoop, het zonnetje brak ook nog even door en zo nu en dan liet de Korhaan, de laatste van Nederland, zich heel fraai zien. Helaas niet op foto-afstand, maar ja, je kunt niet alles hebben hè.
Zo genoten we nog een tijdje van de haan, terwijl we ons realiseerden dat het heel goed de laatste keer kon zijn. We namen dan ook met gemengde gevoelens afscheid van deze prachtige vogel om onderweg te gaan naar doelsoort nummer twee: de Oehoe van de Achterhoek. Het verhaal van de Oehoe is heel wat vrolijker: hij is een vogel die steeds vaker in ons land broedt. Onze Oehoe zat gewoon op zijn (eigenlijk haar) vaste richel en ook een van de donsjongen liet zich erg leuk zien.

We namen de tijd om uitgebreid te genieten van deze fantastische uil en we zochten nog even naar het mannetje, dat vaak in de bomen langs de groeve zit. Maar helaas, die werkte vandaag niet mee. Wel zong ook hier een Geelgors en vlogen er twee Appelvinken over.
Doelsoort nummer drie was de Pallas' Boszanger die al enige dagen zit te zingen op de Westerheide bij Laren. Nu zie je die Pallasjes weleens in het late najaar op Texel of op een andere plek langs de kust, maar een zingend exemplaar is behoorlijk uniek. Hij heeft een erg leuk liedje waarin ook trillers zitten en wordt daarom ook wel 'de kanarie van de taiga' genoemd. Het kostte ons een hoop geduld en kou lijden tot de kanarie van de taiga zich verwaardigde om een riedeltje weg te geven. En zich laten zien, daarin had hij al helemaal geen zin. Gelukkig begon hij wel steeds frequenter te zingen en uiteindelijk kreeg Chris 'm nog mooi in de kijker, terwijl ik het moest doen met de zang en een paar keer een snel wegvliegend verenbolletje. Maar gelukkig had ik 'm eerder in mijn vogelaarsleven al een aantal malen erg mooi gezien en was ik vooral benieuwd naar de zang, terwijl de Pallas voor Chris een nieuwe soort was. Dat was dus eerlijk verdeeld. We zagen en hoorden ook nog heel fraai twee Kuifmezen.
Tijd voor de Amerikaanse Wintertaling van Hilversum was er niet meer, het Korhoen en de Pallas' Boszanger hadden ons aardig wat tijd gekost. Maar we waren dik tevreden, dat spreekt voor zich!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen