donderdag 4 oktober 2012

26-08 t/m 05-09-2011: Arizona met Birding Breaks


Vrijdag 26-08-2011
's Ochtends vroeg vertrok ik met de trein vanuit Leerdam naar Schiphol, waar ik het Nederlandse deel van de groep ontmoette: reisleider Jacob, Gerard, Els, Adriaan, Sytske en Barbara. Na een paar uur rondhangen op Schiphol vlogen we met British Airways naar Londen, waar het Belgische segment van de groep op ons wachtte in de vorm van Michaël en Marc. In Londen moesten we wederom wachten, waarna uiteindelijk de reis naar Phoenix werd aangevangen. Toen na een vlucht van ruim tien uur de landing was ingezet gaf de vluchtinformatie op anderhalve kilometer hoogte al een buitentemperatuur van 30 graden Celsius aan, en toen we eenmaal aan de grond stonden was die opgelopen tot maar liefst 45 graden. Welkom in de snelkookpan van Phoenix, Arizona! Het was intussen al eind van de middag lokale tijd en we moesten nog door de douane, de bagage ophalen en de huurbus regelen, zodat er weinig meer van vogelen kwam. Onderweg naar het hotel scoorde ik de eerste Amerikaanse soort van deze reis: Great-tailed Grackle. In het Best Western-hotel in Phoenix was er een luidruchtige airco – gelukkig dat die er was, daar niet van – en vanwege allerlei omstandigheden deed ik er geen oog dicht, terwijl ik toch hondsmoe was. Na een lange, lange nacht werd het uiteindelijk toch

Zaterdag 27-08-2011
en zoals je zult begrijpen stond ik nogal brak aan de start. Wel was ik er, doordat ik niet had geslapen, met het eerste licht uit en in dat prille morgenlicht waren er rond het hotel Great-tailed Grackles, Mourning Doves enStadsduiven te zien. Een groepje gewone Spreeuwen vloog over en her en der scharrelden Huismussen rond. Jacob en Michaël voegden zich korte tijd later bij me en gezamenlijk liepen we een klein rondje om het hotel. White-winged Dove werd gezien, en tot groot genoegen van Michaël kwamen zowaar de eerste hummers voorbij in de vorm van Anna's Hummingbird (vijf stuks in totaal vandaag). Als laatste pre-ontbijtsoort liet een Curve-billed Thrasherzich kort bewonderen in een boom.

After breakfast spoedden we ons per airconditioned bus naar de Glenndale Recharge Ponds, een loeihete plek waar we even flink moesten omschakelen van de Hollandse treurnis-zomer naar de Arizoonse bakoven. Maar vogels waren er volop, en daar ging het natuurlijk allemaal om. Al snel bleek ik beter bestand te zijn tegen de hoge temperaturen dan ik had gevreesd en de vogels deden de rest. Killdeer was talrijk, Great Blue Heron, Great Egret en Snowy Egret vormden een trio reigers dat op natte plekken meestal wel was te vinden. Een leuke verrassing was de eenzame Horned Lark (Strandleeuwerik, dezelfde als in Nederland, althans: nog wel) die op de slikken rondscharrelde.Black-necked Stilt, Least Sandpiper en Wilson's Phalarope (Grote Franjepoot, onlangs nog te zien op ons eigen Texel) waren talrijk, Baird's Sandpiper iets minder. De eerste Turkey Vulture werd gezien en daarvan zouden er nog vele volgen. Een eenzame Neotropic Cormorant, een goeie soort voor Arizona, vloog langs en hij bleef de enige van de reis. Ook de Semipalmated Plover liet zich alleen hier zien. Intussen vond ik het hoog tijd worden voor een eerste nieuwe soort en dat verlangen werd prompt bevredigd door twee fraaie White-faced Ibises die kwamen aanvliegen en landden in de ponds. Later zagen we er langs de weg, onderweg naar Tucson, nog veel meer. Nieuwe steltlopers volgden: Western Sandpiper en Lesser Yellowlegs in redelijke getale, alsmede een zeldzame Short-billed Dowitcher, die het in z'n eentje moest zien te rooien. Bekende soorten als de Mallard (Wilde Eend) en Bank Swallow (Oeverzwaluw) zwommen c.q. vlogen rond en een Spotted Sandpiper kwam de steltloperlijst nog wat meer opvrolijken.



We besloten naar een ander deel van de ponds te rijden; onderweg konden we dan wat bosjes afspeuren waar volgens een lokale vogelaar al trekvogeltjes in te vinden waren. Dat klopte, want we troffen er Black Phoebe, Wilson's Warbler, Red-winged Blackbird, Hooded Oriole en Pacific-slope Flycatcher aan. In het andere deel van de plasjes werd door Jacob al snel mijn tweede nieuwe soort van de reis ontdekt – een soort waarop ik erg had gehoopt en die ik ook wel had verwacht, namelijk de American Avocet, ofwel de Amerikaanse Kluut, een uiterst fraai steltlopertje. Er stonden er in totaal acht te rusten tussen 100-plus Black-necked Stilts. De eerste van vele Western Kingbirds werd gezien, American Coots en Northern Shovelers dobberden op het water en een American Kestrel kwam overvliegen. Toen we terugliepen naar de bus vloog er een Green Heron op die landde in een rietkraagje verderop. In wat bosjes vonden we nieuwe soort nr. drie: Abert's Towhee. Dat tikte lekker aan. Ik had eerlijk gezegd weinig verwachtingen voor de eerste dag qua nieuwe soorten; alleen American Avocet leek voor de hand te liggen. Maar het zou nog beter worden.
Het was tijd om naar het volgende gebied te gaan: Gilbert's Water Ranch, waar ook water was, maar omringd door struikgewas en bomen, een plek dus die goed leek voor zangertjes. Onderweg stuitten we op een clubje van zes Gambel's Quails, een leuke soort die we nog vaker zouden tegenkomen. Eenmaal aangekomen bij Gilbert's Water Ranch konden we vaststellen dat de Turkse Tortel nu ook Arizona heeft bereikt. Volgens de Sibley-gids zou hij hier een dwaalgast zijn, maar daarvan was in de verste verte geen sprake: de TuTo heeft de streek waar onze reis zich afspeelde duidelijk gekoloniseerd. Het was tijd voor mijn volgende gloednieuwe soort: de Ash-throated Flycatcher liet zich fraai bewonderen. Even verderop zag ik een Common Ground-dove opvliegen en een grote groep Brown-headed Cowbirds zat in de bomen. Een leuke verrassing was de waarneming van een Loggerhead Shrike, een vogel die veel algemener was dan we hadden verwacht. We zouden 'm nog regelmatig tegenkomen. Meer algemene soorten waren de Northern Mockingbird, Northern Rough-winged Swallow, Lark Sparrow, House Finch en Verdin. Veel soorten watervogels die we in Glenndale al hadden gezien waren ook hier aanwezig, maar Long-billed Dowitcher en Blue-winged Teal waren nog aanvullingen op de snel groeiende vakantielijst. Ik fotografeerde mijn eerste libel, een fraai exemplaar met zwarte banden over z'n vleugels, die thuis – na speurwerk in ter plaatse aangeschafte literatuur – de Widow Skimmer bleek te zijn.

Het was intussen hoog tijd om zuidwaarts te gaan, richting Tucson. Een stop bij Picacho Peak leverde de eerste Cactus Wrens op, alsmede nog een Curve-billed Thrasher. Onderweg werd vanuit de auto door sommigen een vliegende, door anderen een zittende Crested Caracara gescoord, een prima soort voor Arizona. Tijdens het uitladen van de bagage bij de Travelodge Tucson, waar we een nacht verbleven, vloog er een Cooper's Hawk over en onderweg naar de laatste vogellokatie van de dag werden de eerste Red-tailed Hawks en Common Ravens gezien.
's Avonds vogelden we tot donker in de Sweetwater Wetlands nabij Tucson. Bij aankomst zat er alweer een nieuwe soort voor me klaar: Cassin's Kingbird! Voor de meeste deelnemers was de Tropical Kingbird, waarvan we diverse exemplaren zagen, spectaculairder, maar deze vogel was voor mij een zeer goede bekende uit Centraal – en Zuid-Amerika. Voor de VS is Tropical Kingbird echter een zeer goede soort. De eerste Lesser Goldfinches, Song Sparrows en Common Yellowthroats werden gezien, alle drie talrijke soorten in ons reisgebied. Dat gold trouwens ook voor de fraaie Yellow Warbler, die een Fitis-achtig liedje liet horen. Leuk was een paartje Ruddy Duck met vijf pullen, een soort die we in Nederland alleen als ontsnapte/verwilderde vogel te zien krijgen. Ook werden enkele Cinnamon Teals gezien, een soort die we al eerder hadden verwacht. Een tweede gefotografeerde libellensoort was de Common Green Darner, een soort keizerlibelachtig beest. Het schemerde al een beetje toen er een Kwak werd ontdekt, en eenmaal terug bij de ingang vlogen er ineens enkele tientallen Lesser Nighthawks in de omgeving. Zo leverde de eerste dag van de reis meteen een stortvloed aan soorten op, met daarbij vijf gloednieuwe voor mij. Dat mocht een goed begin heten.


28-08-2011: Vogelen tussen de cactussen

Het ontbijt in de Travelodge bleek niet veel voor te stellen, dus op naar de buren (Denny's) waar een Lumberjack Slam een stevig fundament legde voor de komende, wederom snikhete, vogeldag. Het eerste doel van vandaag was Saguaro National Monument, een prachtig reservaat vol Saguaro's en andere cactussoorten. Ik was er in 1982 al eens geweest, in de winter, en herinnerde me dit gebied als fantastisch mooi. Destijds lag er sneeuw, nu blakerde het in de zon en stonden veel cactussen in bloei. Het was nog net zo mooi als in mijn herinnering. Onderweg ernaartoe scoorden we onze eerste zoogdiersoort van de reis: drie Coyotes staken de weg over! Even later nummer twee: een Black-tailed Jackrabbit met enorme oren verschool zich onder een struik naast een saguaro, maar werd desondanks door ons opgemerkt. De eerste van vele Gila Woodpeckers werd gezien; er zouden er nog heel veel volgen. Een clubje van drie Black-tailed Gnatcatchers liet zich uitgebreid bekijken en ook een paar Black-throated Sparrows verscheen in ons kijkerbeeld. Vreemd was de waarneming van een Purple Martin die rondjes vloog en steeds een hol in een saguaro leek in te gaan. We waren in de veronderstelling dat deze vogels alleen nog in die speciale martin-kasten broedden. Een groepje Cactus Wrens deed enorm zijn best om door ons te worden bewonderd en dat lukte ze dubbel en dwars. Ik kon mijn eerste vlindersoort van de reis fotograferen en dat bleek een Empress Leilia te zijn. Razendsnelle hagedisjes die met omhoog gekrulde zwartwitte staarten over zand en rotsen raasden bleken Zebra-tailed Lizards te zijn, een accurate naam voor die beestjes. Kort na elkaar verscheen vervolgens het illustere gekuifde duo Phainopepla en Pyrrhuloxia in ons kijkerbeeld en vooral die laatste liet zich geweldig mooi zien. We gingen door naar het bezoekerscentrum dat echter nog niet open was, zodat we een korte trail daaromheen liepen. We bewonderden een mannetje Northern Cardinal en stapten vervolgens bijna op een Mojave Rattlesnake, een bijzonder giftig slangenbeest dat zo'n 80 cm lang was. Gelukkig hoorden we 'm voordat we hem zagen en vanaf een veilig trapje keken we op hem neer terwijl hij doodkalm en zeer zelfbewust het pad overstak en in de bosjes verdween. Na een bezoekje aan het visitor center liepen we nog een trailtje, hetgeen ons drie Canyon Towhees en de enige Gilded Flicker van de reis opleverde. Ook de twee Harris's Hawks, die vanuit de auto werden ontdekt, bleken de enige van de reis te zijn. We waren toen al Saguaro NM aan het uitrijden om verder naar het zuiden te gaan, naar onze volgende bestemming: Casa de San Pedro nabij Sierra Vista.


Toen we daar na een stief uurtje doorrijden vlakbij waren, was er ineens roofvogel-alarm: er werd een vliegende Swainson's Hawk opgemerkt vanuit de bus. Eén? Welnee, nadat de bus tot stilstand was gekomen en we waren uitgestapt bleken er minstens 50 richting het zuiden te zweven! Wat een spektakel. Even verderop zaten er ineens 20 Western Kingbirds op een draad, duidelijk ook op trek. De eerste Barn Swallows (Boerenzwaluwen, andere ondersoort dan bij ons) werden gezien en toen bereikten we ons onderkomen voor de komende twee nachten en dat lag er paradijselijk bij! Casa de San Pedro lag heerlijk geïsoleerd vlakbij een met bomen en struiken omzoomde rivier en was omgeven door voederplekken en hummingbird feeders. Dat werd scoren! En dat werd het ook. De drukbezochte feeders werden nauwgezet bekeken en leverden direct al twee gloednieuwe soorten voor mij op: Black-chinned – en Broad-billed Hummingbird, beide vanaf nu talrijke kolibriesoorten. Ook een fraaie Rufous Hummingbird liet zich nu en dan zien en dat gold eveneens voor de White-breasted Nuthatch. Een stuk of veertien raven die we eerder hadden gezien in een boom bleken bij navraag toch echt Chihuahuan Ravens te betreffen, precies zoals we ze hadden gedetermineerd. Maar bij dergelijke lastige soorten is bevestiging van lokale vogelaars altijd fijn. Op een vlinderstruik in de prachtige tuin zat een legertje Pipevine Swallowtails en ook een enkele Bordered Patch, twee nieuwe vlindersoorten.


Aan het eind van de middag brachten we een bezoek aan de San Pedro Riparian National Conservation Area, een hele mond vol maar het was dan ook een fraai gebied.  Een mannetje Blue Grosbeak was geweldig fraai, maar ik besefte pas 's avonds dat het een nieuwe soort voor me was. Overigens zouden we deze grosbeak nog veel vaker tegenkomen. Dat gold ook voor de waanzinnig mooie Vermilion Flycatcher, waarvan we eveneens een mannetje vonden. Een nondescripte Empidonax-vliegenvanger werd gedetermineerd als Willow Flycatcher wegens flink formaat, onbreken van oogring, forse snavel, het feit dat Alder Flycatcher hier niet voorkomt en ontbrekende vlekjes op z'n onderstaartdekveren (dus geen pewee). Langs de rivier was eigenlijk weinig actie en de vogels die er waren maakten er een sport van zich razendsnel weer in een boomkruin te verstoppen en niet meer tevoorschijn te komen. Pas aan het eind, op het open veld, werd het weer leuk met een mannetje Summer Tanager en twee Botteri's Sparrows, wederom een nieuwe soort voor mij! Ook de vele, vele Lark Sparrows die we hier zagen en hoorden mogen niet onvermeld blijven.


29-08-2011: Nieuwe soorten bij de vleet

Na een werkelijk heerlijk ontbijt in Casa de San Pedro (maar niet nadat ik 's morgens vroeg mijn eerste Lazuli Bunting had gescoord, een soort die de anderen allang hadden gezien) vertrokken we per bus naar het Environmental Operations Park (kortweg EOP), een afvalwaterzuiveringsgebied dat aantrekkelijk is gemaakt voor vogels – en dus voor vogelaars. Hier mag je alleen onder begeleiding in en onze gids, Rick, stond bij aankomst al op ons te wachten, hetgeen eveneens gold voor vier Bullock's Orioles die zich lieten zien in de struiken naast het parkeerterrein. De vogelbevolking kwam hier aardig overeen met die in de Glenndale Ponds, Gilbert's Water Ranch en Sweetwater Wetlands, zodat er weinig nieuws meer te halen was. Maar ho, Rick wees ons er fijntjes op dat die rare Wilde Eenden met donkere lijven, lichte hals en kop en gele snavels Mexican Duck waren. En bij thuiskomst bleek dat de IOC deze eendjes nog/weer als een aparte soort beschouwd. Alweer een nieuwe dus!  Aanvullingen op de vakantielijst moesten zo onderhand echt van de zangvogels komen. Tree Swallow, Cliff Swallow en een enkele Lark Bunting werkten goed mee en ook een door Jacob ontdekte Inca Dove, een zeldzame soort voor het gebied, was van harte welkom op de vakantielijst. Tientallen fraaie Yellow-headed Blackbirds stalen de show. 


Rick nam ons mee naar een ander deel van het EOP, zonder water maar met struiken en bomen, waaruit een drietal fraaie nieuwe soorten tevoorschijn kwam: Cassin's Sparrow (twee exemparen), Bell's Vireo en – weliswaar op respectabele afstand, maar toch – Lucy's Warbler. Kortom, het tikte alweer lekker aan vandaag! Maar we waren er nog lang niet. Rick besloot met ons mee te gaan naar Ramsey Canyon, gewoon omdat hij het leuk vond. En wij waren er blij mee, want hij wist een heleboel goeie plekjes en hij kende de geluiden van de vogels op z'n duimpje. Hij nam ons eerst mee naar een plek voor de Rufous-crowned Sparrow, die gewillig meewerkte. Als bonus kregen we hier nog een prachtige MacGillivray's Warbler op een presenteerblaadje aangeboden, de eerste van het seizoen volgens Rick. Daarna gingen we te voet de canyon in, een prachtige plek die veel goeds beloofde.


We begonnen net achter het Visitor Center, waar een aantal hummingbird feeders hing. We zagen een Acorn Woodpecker, we hoorden een Hepatic Tanager die maar niet in beeld wilde komen en ik fotografeerde een juweel van een vlinder die later Two-tailed Swallowtail bleek te heten.  De feeders werden bezocht door een paar ondertussen 'gewoon' geworden kolibriesoorten toen er ineens alarm werd geslagen: daar was een prachtig mannetje Lucifer Hummingbird, een van de zeldzaamste hummers van de VS! Dat was kicken, begrijp je, zeker toen zich ook nog een mannetje Magnificent Hummingbirdin het kolibriegewoel mengde. Het was tijd om verder de canyon in te lopen en zowat het eerste vogeltje dat in de kijker kwam was de uiterst fraaie Painted Redstart! Dat was er weer zo een die hoog op mijn verlanglijst stond. Even verderop verscheen mijn allereerste Black-throated Grey Warbler in beeld, een onwaarschijnlijk fraai warblertje, veel mooier dan zijn naam doet vermoeden. Direct daarna werd er een heuse Black-and-white Warbler ontdekt, een grote zeldzaamheid in deze streek! Het was toen al wel duidelijk dat we in een positieve flow zaten en we waren vastbesloten die vast te houden. Er verscheen weer zo'n prachtig mannetje Summer Tanager voor onze neuzen en een groepje Bridled Titmice kwam de vakantielijst opvrolijken. Ik ontdekte de eerste Sulphur-bellied Flycatcher, waarvan we er nog veel meer zouden zien tijdens deze wandeling. Een gloednieuwe zoogdiersoort liet zich zien: de Arizona Grey Squirrel, een diertje met een hoge aaibaarheidsfactor waarvan we diverse exemplaren zagen. Tegelijkertijd konden we het niet helpen onze aandacht regelmatig te verleggen naar de vele prachtige vlinders die er in de canyon rondfladderden. Zo zagen en fotografeerden we Red-spotted Admiral, Arizona Sister, Marine Blue en American Lady.


Toen we na een flinke wandeling weer terug kwamen bij het Visitor Center, tijdens welke terugreis we nog een Brown Creeper zagen, was het de hoogste tijd om de meegebrachte lunch te nuttigen, met een argwanend oog op de omgeving gericht omdat er her en der Zwarte Beren schenen rond te hangen die ook niet vies waren van een boterhammetje. Ik zag hier geen beer (de hele vakantie niet, trouwens), maar wel mijn eerste Mexican Jays, die de anderen al eerder hadden gezien. Na de lunch liepen we een klein stukje naar beneden, waar nog meer hummingbird feeders hingen. Hier zagen we onze eerste Black-headed Grosbeak van de reis en een wijfjestype Broad-tailed Hummingbird werd ontmaskerd. De ster van deze feeders was echter het mannetje Blue-throated Hummingbird, een joekel van een kolibrie die z'n komst aankondigde met een luid 'TSEEK!' Wat een fantastisch beest, wat een prachtige nieuwe soort en wat liet hij zich mooi en langdurig bekijken. Deze superhummer eindigde dan ook in mijn persoonlijke top vijf van de trip.


Maar we waren nog lang niet klaar. We verplaatsten ons naar Ash Canyon Bed & Breakfast, waar je als vogelaar zomaar in de tuin vol hummingbird– en andere feeders mag gaan kijken mits je een kleine donatie doet voor al het voer dat er doorheen gaat, wat niet meer dan logisch is. Deze locatie bleek vooral een geweldige fotografie-plek te zijn. Er waren veel hummers te zien, waaronder opnieuw een Lucifer Hummingbird (ditmaal een vrouwtje), Anna's hummer, Magnificent hummer et cetera. Bij een andere voederplek verscheen er ineens een clubje van zeven Bushtits en even later een gluiperige Bewick's Wren en de eerste Ladder-backed Woodpecker van de trip.


30-08-2011: Naar de prairie


We begonnen de dag met een vroege wandeling door het gebied achter Casa de San Pedro. Toen ik me meldde stond de Barn Owl al in de telescoop. Verder was het genieten van soorten die al op de vakantielijst stonden, zoals Blue Grosbeak, Vermilion Flycatcher, Lazuli Bunting (veel), Black-headed Grosbeak en Gambel's Quail. Na het ontbijt (wederom overheerlijk!) laadden we de koffers in en begonnen we aan de rit naar Sonoita, onze volgende bestemming. Vlabij Sonoita moesten we in de remmen voor een overvliegende Prairie Falcon, die voor veel deelnemers nieuw was en derhalve erg in de smaak viel. Ook werd er weer een Grey Hawk gezien, een soort waarmee we erg veel geluk hadden tijdens deze reis.

Omdat ons verblijf, de in 'western style' gebouwde herberg Sonoita Inn nog totaal verlaten was, reden we met bagage verder om te vogelen. We stopten op de Patagonia Roadside Rest Area, een op het eerste gezicht onaanzienlijke, maar befaamde vogelplek vanwege de 'staked out' Thick-billed Kingbird. Nou, die was hier letterlijk 'staked out': de kingbird met z'n enorme snavel zat in een kale boomstronk die hoog boven de bebladerde bomen en struiken uit torende. Wat een beest! Dit was er een die erg hoog op mijn verlanglijst stond en de Thick-billed Kingbird liet zich langdurig bekijken. Hij eindigde dan ook in mijn top vijf van de trip. Als extraatje werd nog een Nashville Warbler ontdekt die zich bijzonder mooi liet bekijken en die ook alweer een nieuwe soort voor mij was. In een groepje TV's (Turkey Vultures) vlogen ineens drie Black Vultures, een nieuwe voor de vakantielijst. Verder kon je je hier als vlinder- en insectenliefhebber helemaal uitleven; er viel van alles te zien en te fotograferen.

Ons volgende doel was Patagonia Lake State Park, een gebied met een uitgestrekt kunstmatig meer omgeven door bomen en struiken. Er komen veel dagjesmensen voor, maar ook veel vogels. Zo vonden we op het meer de Pied-billed Grebe voor de vakantielijst, evenals Double-crested Cormorant. Ook lieten Bell's Vireo en Lucy's Warbler zich opnieuw bekijken. De ster van deze plek was vandaag echter een Virginia's Warbler, die helaas slechts kort in de kijker kwam maar zich goed liet zien en die de enige van de hele reis was. Ook de libellen-, zoogdier- en reptielenlijsten werden hier opgekrikt door respectievelijk Blue Dashers, Rock Squirrels en Clark's Spiny-lizards.

We besloten naar Paton's Yard te gaan, grenzend aan het Sonoita Creek Preserve. Paton's Yard is net zoiets als Ash Canyon B&B, namelijk een (voormalige) privé-tuin met een hoop hummingbird – en andere feeders. De voormalige eigenaren, het echtpaar Paton, zijn al enige tijd geleden overleden, maar de tuin blijft gewoon toegankelijk voor vogelaars. Naast de intussen gewoon geworden kolibriesoorten als Black-chinned, Broad-billed, Rufous en Anna's zou zich hier regelmatig een Violet-crowned Hummingbird laten zien, en dat was degene die we speciaal zochten. Lang hoefden we niet te wachten: eerst zag Jacob hem kort, toen ik en vervolgens de rest van de groep. De Violet-crowned Hummingbird keerde regelmatig, doch meestal kort, terug naar een van de feeders aan de rand van de tuin. Wat een fraaie nieuwe soort alweer! Toen we even later ook nog onverwachts een uiterst fraaie Yellow-breasted Chat, die bekend staat als gluiperige skulker, hoog in een kale boomtop vonden, was het vogelfeest weer eens compleet. Grappig waren ook de Gambel's Quails die op een van de voederplanken kwamen eten en een Northern Cardinal werd eveneens zeer gewaardeerd. Toen hadden we het wel een beetje gezien in de tuin, mede omdat ontzettend irritante steekbeestjes ons het leven zuur kwamen maken, en we gingen nog wat vogelen in het Sonoita Creek Preserve. Hier kwam de dag tot een nieuw hoogtepunt met de waarneming van een Rufous-winged Sparrow (zeldzaam en een nieuwe soort!) die een jonge Brown-headed Cowbird voerde. Die cowbirds zijn net als onze Koekoek broedparasieten. Eenmaal trok de brutale cowbird de arme sparrow zelfs aan zijn staart om hem tot voedsel halen aan te zetten. Een onvergetelijk schouwspel.

Het was tijd om terug te keren naar de Sonoita Inn en deze maal was er wel iemand aanwezig. We werden ingecheckt, zodat we de bagage kwijt konden en daarna gingen enkele vrijwilligers, waaronder ikzelf, nog even met de bus naar de uitgestrekte prairies van Las Cienegas. We reden nog maar net toen ik een paar Pronghorns zag staan – de Amerikaanse antilope die strikt genomen geen antilope is. Dat was weer even genieten en plaatjes schieten. Even verderop stonden er nog drie, maar die bevonden zich beduidend verder van de weg dan die eerste twee. Er werden nog twee vakantiesoorten toegevoegd aan de lijst, te weten een Say's Phoebe en de talrijke Chipping Sparrow. Verder waren er vele Eastern (Lilian's) Meadowlarks aanwezig in dit voor die soort uiterst geschikte biotoop. Op de terugweg vonden we een Common Poorwill op de weg, een dood exemplaar helaas. Levend zouden we hem niet vinden deze reis en dus kon hij niet telbaar aan de lijst worden toegevoegd.

31-08-2011: Een goede slangendag

We begonnen de dag op een vroeg uur in de riparian area van Las Cienegas: een strook bomen en struiken langs de rivier. Maar evenals in de riparian areas die we elders bezochten was het ook hier weer hard werken voor weinig loon. Toch was er eindelijk wat gedoe van warblertjes. Zo kwam er een Wilson's Warbler uit, alsmede de eerste Orange-crowned Warbler van de trip. Ook zag ik mijn eerste Western Tanagers van de reis, een soort die door anderen al eerder was waargenomen, en vier Black-headed Grosbeaks waren ook erg leuk. De klapper van deze morgen was voor mij de jonge Yellow-billed Cuckoo die we vonden en die zich heel leuk liet bekijken. Deze soort was ik al menigmaal misgelopen op diverse reizen naar Noord- en Midden-Amerika en hij stond dan ook hoog op mijn verlanglijst. We vervolgden het pad, maar niet voor lang. Michaël merkte droog op dat hij het niet verstandig achtte om nog verder te lopen, en het duurde niet lang voordat iedereen begreep waarom: er lag een Western Diamondback Rattlesnake op het pad! Hij zag er knap sjacherijnig uit en leek niet van plan opzij te gaan voor een stel vogelaars, dus zat er maar één ding op: omkeren. Omdat het toch tijd was om te gaan ontbijten, reden we terug over de onverharde weg door Las Cienegas. Het duurde niet lang of een groep van acht Collard Peccaries - ofwel Javelina's - stak de weg over, wat we een heel fijne waarneming vonden. Een paar minuten later ging Jacob strak in de remmen, want … er lag een Sonoran Gopher Snake op de weg! Toen we even later ook nog uitgebreid konden genieten van een prachtig mannetje Northern Harrier (ondersoort hudsonicus, welke soms als aparte soort wordt beschouwd) en er speciaal voor Gerard (die er gisteren niet bij was) nog een stuk of tien Pronghorns op de prairie liepen konden we volledig tevreden aan het ontbijt beginnen.


Na het ontbijt reden we weer naar het Sonoita Creek Preserve, waar vooral de Varied Bunting nu hoog op de wensenlijst stond. Eigenlijk hadden we die allang ergens moeten tegenkomen, maar tot nu toe had deze bijzonder fraaie en lokale soort niet meegewerkt. Onderweg naar het Visitor Center was het dan eindelijk zo ver: er vloog een fraai mannetje over de weg. Het begin was er, maar die waarneming moest nog wel flink verbeterd worden wilde de bunting ons helemaal tevreden stellen. Dat zou later trouwens helemaal goed komen; vooral in het Proctor Road-gebied in Madera Canyon zagen we 'm veel. Zo onderhand hadden we al heel wat soorten binnen en het werd steeds meer sprokkelen om nog vakantie- dan wel nieuwe soorten te vinden. We wandelden door het loeihete Sonoita Creek Preserve en zagen leuke dingen (Vermilion Fly, Nashville Warbler, Phainopepla, Lazuli Bunting, Thick-billed Kingbird, Western Tanager, Lucy's Warbler, Yellow-breasted Chat – allemaal sterke dan wel fraaie soorten), maar slechts twee aanvullingen op de vakantielijst: Western Wood-pewee en Dusky-capped Flycatcher. Wel zag ik hier mijn eerste 100% zekere Monarchvlinder, waarmee ik ook erg blij was.


We gebruikten de lunch in Patagonia, een leuk plaatsje waar veel hippies en kunstenaars wonen. Na de lunch dreigde er voor het eerst regen en onweer in de verte. We reden naar Patagonia Lake State Park, maar al voordat we daar aankwamen waren regen en onweer losgebarsten. We zaten een tijdje onder een overdekte picknickplaats met uitzicht over het meer, en zagen onder meer Spotted Sandpiper, Pied-billed Grebe en een mannetje Summer Tanager. Omdat het slechte weer aanhield, reden we maar terug naar de Sonoita Inn, maakten een klein wandelingetje in de directe omgeving en reden met een paar liefhebbers nog even naar Las Cienegas, naar een plek die naar verluidt goed zou zijn voor Grasshopper Sparrow. En dat was –ie! Bij aankomst hoorden we er onmiddellijk een paar zingen, maar voordat we er eentje in de kijker kregen waren er heel wat zweetdruppeltjes vergoten.Tenslotte vonden de sparrows echter alles best en lieten zich prachtig zingend zien in topjes van stengels en struikjes. Ook kwamen Cassin's en Botteri's Sparrow nog een kleine show opvoeren, zodat we tevreden terugkeerden naar de Inn.

01-09-2011: Op naar Madera Canyon

Vandaag verlieten we Sonoita alweer en gingen we onderweg naar wat het hoogtepunt van de reis moest worden: Madera Canyon, waar onder meer Elegant Trogon, Aztec Thrush, een trio nieuwe uiltjes en allerlei andere absolute topsoorten op ons wachtten. Maar voordat het zover was moesten we nog een paar lokaties aandoen waar bijzondere soorten waren gesignaleerd. Ons eerste doel was de Kino Springs Country Club, waar twee Dickcissels zouden zitten. We passeerden het plaatsje Nogales op de grens met Mexico – dit was het zuidelijkste punt van onze reis – en reden noordwaarts tot we Kino Springs hadden bereikt. We hebben er echt moeite voor gedaan, maar die Dickcissels wilden niet meewerken. Het was dan ook een onoverzichtelijk gebied waar deze onopvallende vogeltjes (het waren eerste winter-beestjes) zich ophielden. Maar we vermaakten ons toch, met onder meer Vermilion Flycatcher, Lazuli Bunting, fotografeerbare Cassin's Kingbirds, Northern Cardinals, Say's Phoebe, Blue Grosbeak en … drie overvliegende Black-bellied Whistling Ducks! Dat is een lastige soort in de VS en ze waren dan ook een welkome aanvulling voor de vakantielijst.


Even langs Peña Blanca Lake? vroeg Jacob, dat is de enige plaats hier waar dodaarsjes zitten. Het ging wel om zeer bijzondere dodaarsjes, want we hadden het over Least Grebes, een in de VS zeer zeldzame kleine futensoort. Het was nog een lange rit naar het meer, maar ter plekke aangekomen scoorden we de Least Grebe (drie stuks maar liefst) zeer soepeltjes en al kijkend naar die grijze kopjes met gele oogjes drong het ook tot Jacob door dat dit geen gewone dodaarsjes waren… hetgeen de feestvreugde natuurlijk alleen nog maar vergrootte.
Op naar Rio Rico Ponds, waar we eigenlijk de Black-bellied Whistling-duck vandaan moesten halen. Ze zaten er ook, vijf eend sterk, maar we hadden ze al. Een mooie man Vermilion Flycatcher en een Green Heron zorgden voor verder vogelvermaak.

De vierde stop was in Montosa Canyon, waar een paar zware soorten te verdienen waren: Black-capped Gnatcatcher en Five-striped Sparrow, de eerste een zeer zeldzame soort in de VS, voor de laatste was dit pas de tweede locatie waar ze gevonden zijn. De eerste en tot dan toe enige locatie was in een zeer ontoegankelijk gebied. De gnatcatcher hadden we binnen een minuut nadat we de bus hadden verlaten al te pakken, de sparrow kostte iets meer tijd, maar na een kwartier hadden we hem allemaal op enkele meters afstand fantastisch gezien. Wat een kickduo en wat een geluk hadden we toch weer! Overigens zongen er van alle kanten Canyon Wrens zonder dat we er een te zien kregen en vonden we de eerste Townsend's Warbler voor de vakantielijst, een soort die ons bleef verbazen vanwege z'n schoonheid.

Ergens in de middag, nadat we een hele vracht boodschappen hadden ingeslagen in een supermarkt – want we moesten de komende twee dagen zelf koken – arriveerden we in Madera Canyon. We maakten nog een wandeling naar twee lodges waar hummingbird feeders hingen en daar zagen we onder meer een tweede Violet-crowned Hummingbird, veel Magnificent Hummers en veel Painted Redstarts. Marc scoorde een Zwarte Beer, die de weg voor hem overstak en toen aanstalten maakte om zijn richting op te kuieren, hetgeen Marc ertoe aanzette om als de wiedeweerga de Santa Rita Lodge weer op te zoeken. Toen de rest van de groep op de plaats des onheils arriveerde was er geen spoor meer van de beer, maar Marc's foto's logen er niet om.

's Avonds deden we een eerste serieuze poging op uilen. Een Whiskered Screech-Owl reageerde op de afgespeelde tape en kwam uiteindelijk zo dichtbij en langdurig in de schijnwerpers dat hij voor altijd in mijn herinnering zal blijven – en niet alleen in de mijne, vermoed ik. Andere uilen (Western Screech, Elf) reageerden niet. Nachtzwaluwen evenmin. Maar dat Whiskered Screech-Owltje: WOW!

02-09-2011: Trogon Day!

Trogon Day! We wisten het zeker, vandaag ging het gebeuren. De soort van de trip moest en zou in de notitieboekjes komen, want een reis naar zuidoost Arizona kun je nu eenmaal niet met goed fatsoen afsluiten zonder trogon, net zoals je niet naar huis zou durven gaan zonder roadrunner. Bovendien lonkte nog een vette bonus in de vorm van de Aztec Thrush, die in ieder geval twee dagen geleden nog op de trogonplek was gezien. We hadden al ondervonden dat het weinig zin had om met het eerste licht boven in de bergen te starten, dus daalden we voor het ontbijt af naar de trail bij Proctor Road, waar we langzaam warm draaiden met soorten als Botteri's Sparrow, een fraaie man Varied Bunting en idem Blue Grosbeak. Na het ontbijt was het dan zover. De stellingen langs Vault Mine Trail op 0,7 mile van de bovenste parkeerplaats werden betrokken en het wachten begon. Painted Redstart en Bridled Titmouse lieten zich zien. Ik fotografeerde een Mountain Spiny-lizard die tegen een boom zat te poseren. Een gloednieuwe soort, de Plumbeous Vireo, kreeg op dat moment misschien iets minder aandacht en waardering dan wanneer we niet op een trogon hadden staan wachten. Er verscheen een hoopvolle flock, met Black-throated Grey Warblers, Wilson's Warbler, Hermit Thrush (nieuw voor de vakantielijst), Townsend's Warbler en Brown Creeper. Het geluid van de trogon werd een paar maal afgespeeld en verdraaid! Daar hoorden we hem in de verte. Nu is horen weliswaar scoren, maar een trogon die je alleen gehoord hebt is niet echt een bevredigende toevoeging aan de lijst natuurlijk. Maar zie: daar kwam eerst een adulte Elegant Trogon aan gevlogen, vrijwel onmiddellijk gevolgd door een onvolwassen exemplaar! En wat het mooiste was: nu ze eenmaal waren gearriveerd, vonden ze alles best en lieten ze zich uitgebreid bekijken en fotograferen. Wat een prachtige vogels! Natuurlijk eindigden ze als nummer 1 in mijn top vijf van de trip. Intussen werd door Jacob ook nog een Yellow-eyed Junco ontdekt, voor mij wederom een fijne nieuwe soort. Later zouden we hem nog vaker zien. Een Hutton's Vireo was nieuw voor de vakantielijst en liet zich mooi zien.


Toen we helemaal verzadigd waren van de trogons en de Aztec Thrush er geen zin in leek te hebben, was het tijd om de hoogte in te gaan. De lange trail helemaal naar boven beloofde allerlei fraaie vogelsoorten, maar ook zwaar klimwerk. Ik besloot daarom om de echte klimmers van de groep los te laten en in mijn eigen tempo naar boven te gaan. Aanvankelijk leverde dat alleen gehijg, gepuf en een enorme dorst op, maar dat veranderde toen ik eenmaal de naaldboomgrens had bereikt. Ineens was daar een leuke flock met allerlei fraais, zoals Grace's Warbler (vier stuks, fijne nieuwe soort!), Hepatic Tanager (een prachtig paar, eerste zichtwaarneming), Cordilleran Flycatcher en … de vurig gewenste Arizona Woodpecker! Zo, de noodzaak om helemaal door te klimmen tot de top was in één klap een stuk minder geworden, en al hoger klimmende op de doodstil geworden berg realiseerde ik me meer en meer dat ik de top niet ging halen. Toen ik Sytske tegenkwam, die al op de top was geweest en nu relaxed insecten en bloemen aan het fotograferen was, en van haar vernam dat ik pas op tweederde was, liep ik nog een klein stukje door en maakte rechtsomkeer. Ik besloot het pine forest wat verder uit te kammen, want daar had de enige aktie plaatsgevonden die ik tijdens die hele lange klim had waargenomen. Het bleek een goeie zet te zijn, want in een nieuw flockje in de pines kwam er een prachtige Hermit Warbler tevoorschijn, alweer een fijne nieuwe soort! Intussen vloog er een mooie Zone-tailed Hawk over, ook al niet gek. Ik liep langzaam verder naar beneden, miste op een haar na een Zwarte Beer (althans, volgens enkele wandelaars die mij tegemoet kwamen) en na tien minuten wachten op de parkeerplaats kwamen de klimmers er alweer aan. Zij hadden dezelfde dingen gezien als ik, met uitzondering van de Hermit Warbler. Daar stond tegenover dat ze een fantastisch mooie Northern Pygmy-Owl roepend boven hun hoofd hadden (gelukkig geen nieuwe soort voor mij) en – wat erger was – een Greater Pewee. Ik troostte mezelf met de gedachte dat ik die misschien nog ergens kon inlopen, al wist ik zo gauw niet waar.
Voor het avondeten gingen we nog met een klein clubje naar de tuin van een van de andere lodges, die vol hing met feeders. Hier voegden we nog Magnificent Hummingbird en een Rufous-crowned Sparrow aan de daglijst toe. Tijdens het diner was er ineens sensatie: een Ringtail zat in de boom naast de gedekte tafel en keek hongerig toe! Schoorvoetend verdween dit fraaie zoogdiertje toen de schijnwerper op hem werd gezet, maar wat een leuke verrassing was dit! Er volgden nog twee verrassingen vanavond: tijdens het zoeken naar uilen hobbelde er ineens een Striped Skunk (de Arizona-vorm) voorbij en in de vensterbank van het verblijf van Sytske en Adriaan zat een Canyon Tree Frog, het enige amfibie van deze reis.

03-09-2011: De hoogte in


Het was alweer tijd om op te breken uit Madera Canyon en op weg te gaan naar Tucson. Maar 's morgens vogelden we eerst nog uitgebreid langs Proctor Road – toegegeven, nadat we voor het eerst een klein beetje hadden uitgeslapen. Sommigen althans. Hoe dan ook, de Proctor Road trail leverde veel meer op dan tijdens ons vorige bezoek. Er was vandaag ook van alles te beleven qua vlinders, veelal soorten die we al hadden, maar bijvoorbeeld ook Cloudless Sulphur, Dull Firetip en Hackberry Emperor gingen op de foto. Onze doelsoort hier, Northern Beardless Tyrannulet, liet zich echter niet verschalken. Wat we wel zagen: onder meer prachtige mannetjes Varied Bunting, Summer Tanager, Blue Grosbeak, Yellow Warbler en Lazuli Bunting (wat een kleurenfestijn was het toch, deze reis) en nog een nieuwe voor de triplist:Western Warbling Vireo. Een hoogtepunt was ook de prachtige Sonoran Whipsnake die soepeltjes door de bomen gleed en zich fraai liet zien en fotograferen.

Er volgde een lange reis richting het noorden. Pas bij San Xavier Mission, ons volgende doelgebied, stopten we. Het was een bizarre plek:  een  prachtige oude kerk uit zeventienhonderdzoveel, een marktje op het plein, harde countrymuziek die weerklonk en een kale, loeihete kleine berg die door ons werd beklommen op zoek naar roadrunners. Jacob had er tijdens z'n vorige reis een gezien op de parkeerplaats, vandaar ook dat er hier werd gestopt. Ik moet zeggen dat ik, het gebied zo eens overziend, de kans niet erg hoog inschatte dat we hier roadrunners zouden zien. Dat was dan ook vast de reden dat ik de eerste Greater Roadrunner ontdekte, fraai poserend op een rots, even later – gelokt door Jacobs tape – vlak voor ons langs lopend en uiteindelijk boven op de berg roepend. Beneden aan de berg rende intussen een tweede exemplaar. Michaël had nu ook zijn gedroomde foto's van zijn droomsoort te pakken en was helemaal gelukkig. Ik ontdekte, zoekend naar de roadrunner  - een vos waarvan we eerst dachten dat het een Kit Fox was, maar die bij nader inzien van de foto's een Grey Fox bleek te zijn, alweer een fantastische zoogdierwaarneming! We voegden hier ook nog de Round-tailed Ground-squirrel aan de lijst toe, een leuk grondeekhoorntje dat veel weg had van een prairiehond. De bonus aan zoogdieren, reptielen en vlinders liep zo onderhand dermate hoog op dat menig bankdirecteur zich in z'n handen zou wrijven als de waarde ervan in dollars werd uitgekeerd.
We waren alweer in Tucson, brachten een bezoek aan de winkel van de Tucson Audubon Society, lunchten in een gezellig restaurantje en brachten nog een kort bezoek aan het Saguaro National Monument, dat zo midden op de dag niet veel opleverde. Het was tijd voor een eerste verkenning van een gebied dat niet in de reisbeschrijving stond, maar dat een goeie plek leek om nog een aantal soorten aan de vakantielijst toe te voegen: Mount Lemmon. We konden hier heel hoog komen zonder uitputtende wandeling, met de bus dus, en we hoopten zo eenvoudig een aantal soorten van hogere sferen te kunnen inrekenen. En jawel: op een plek waar we naar Crissal Thrasher zochten kwamen er vier Rock Wrens tevoorschijn. Een wandeling over een met naaldbomen begroeide picknickplaats leverde zowaar de eerste American Robin van de reis op. En helemaal aan het eind van de dag vonden we een prachtige flock, met Yellow-eyed Junco, Brown Creeper, Hermit Warblers, White-breasted Nuthatch, Black-throated Grey Warbler en Painted Redstart, maar ook een familiegroepje Western Bluebirds, waarvan ik eerst dacht dat het een nieuwe soort voor me was, hetgeen later niet het geval bleek. Ineens zaten er overal Mountain Chicadees, een prachtig meesje dat ik al eens in Canada had gezien. Maar kwam er dan helemaal geen nieuwe soort uit vandaag? Toch wel! Op het allerlaatst ontdekte Adriaan een 'groot beest' dat ver weg in een boom landde. De scoop erop gezet en wat bleek: daar zat een mannetje Wild Turkey in de boom! Ik had er erg op gehoopt, op deze kalkoen, we hadden 'm enkele malen zwaar gedipt maar hadden hem nu toch te pakken. Kon het mooier?

04 en 05-09-2011: Nog een keer pieken

Jawel, het kon nog mooier. En wel op de allerlaatste dag van deze vakantie. Vanmiddag moesten we ons weer melden op de luchthaven van Phoenix, maar voor het zover was gingen we nog één keer Mount Lemmon bestormen. We reden meteen door naar het hoogste punt, vonden daar een heerlijk rustig zijweggetje en haalden nog één keer alles uit de kast.

Mountain Chicadees en Yellow-eyed Junco's waren talrijk. Pygmy Nuthatcheswaren nauwelijks bij te houden, een enorme groep van deze vogeltjes bewoog zich door de bomen. Er waren veel warblers aktief: Yellow, Audubon's, Townsend's, Hermit, Wilson's, Orange-crowned en… hé, zei ik, is dat het niet geluid van de Olive Warbler? Jacob speelde eenmaal diens zang af en daar verscheen een geweldig mooi mannetje Olive Warbler, eerst in een boom wat verder weg, later vlak voor onze neuzen en camera's. Wat een fraaie nieuwe soort! Even verderop was een Rouwmantel ontdekt en terwijl we die fotografeerden werd in een kale tak een verre vliegenvanger opgemerkt die, eenmaal in de telescoop gezet, een Greater Pewee bleek te zijn! Fantastisch vond ik het, dat ik deze lastige soort toch nog had ingehaald op de rest van de groep. Nu was er nog maar één soort die we moesten hebben en ook die kwam snel tevoorschijn: de Red-faced Warbler! Wat een supermooie verschijning, dit grijze warblertje met rood en zwart gezicht. Twee mannetjes lieten zich uitgebreid zien en door sommigen fotograferen. En toen ten langen leste Barbara haar vurig gewenste Steller's Jay in de kijker kreeg (die even later gezelschap kreeg van een Cooper's Hawk) konden we met geruste harten stoppen met vogelen en de terugreis aanvangen. Op

05-09-2011

arriveerden we laat in de middag op Schiphol. Gerard, Els, Adriaan en Sytske hadden we achter moeten laten in Phoenix, want die knoopten er nog een paar weekjes aan vast. Marc en Michaël waren in Londen op het vliegtuig naar Brussel gestapt, zodat we met z'n drieën de laatste etappe Londen-Amsterdam hadden afgelegd. Voor mij volgden nog twee uurtjes treinen naar Leerdam, omdat onze auto ermee opgehouden was en Cilja me daarom niet kon ophalen. Maar uiteindelijk kwam er ook aan mijn reis een einde. Om 21:00 uur Nederlandse tijd stapte ik ons huis binnen, waar Cilja op me wachtte en waar een koud biertje en een lekker hapje voor me klaar stond. Het was een prachtige reis geweest die smaakte naar meer. En toch, het was goed om weer thuis te zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen