vrijdag 5 oktober 2012

21 t/m 24-05-2012: Montferland!


Onze tweede korte vakantie ging traditiegetrouw naar het heerlijke Hotel Montferland, prachtig gelegen in het Bergherbos bij Zeddam in de Achterhoek. Het Bergherbos is een bijzonder mooi oud bos dat rijk is aan vogels en andere dieren. Maar eerst reden we op maandag 21 mei naar de Loowaard, bij het gehucht Loo, waar die morgen twee zingende Grauwe Gorzen waren gemeld. We kwamen er vlak langs, dus de beslissing om naar ze op zoek te gaan was snel gemaakt. Ter plaatse leek de situatie eerst vrij hopeloos: het was een uitgestrekt gebied, het was midden op de dag en er was geen Grauwe Gors te horen of te zien. Maar net toen we het wilden opgeven hoorde ik er ineens een zingen en even later vond ik 'm, vrij ver weg in de top van een struik. Wat een heerlijk gehoor! De zang van de Grauwe Gors heb ik voor het laatst begin jaren negentig gehoord, bij Ophemert en in Zuid-Limburg. Cilja wist intussen nog een Koninginnenpage te scoren, die ik helaas niet meer op haar zou inlopen deze vakantie.
We besloten via kleine weggetjes verder te rijden en vlakbij het plaatsje Groessen moesten we ineens in de remmen, want daar zat zomaar, midden op de dag, een Steenuil heel relaxed bovenop een schuurtje. Dat begon allemaal heel erg goed, en we waren nog niet eens in het Bergherbos. De temperatuur liep intussen flink op, want hadden we het vorige week in Limburg nog hartstikke koud, in Montferland gingen we gebukt onder welhaast tropische hitte, met als sluitstuk op woensdagavond een verschrikkelijk noodweer dat het halve hotel blank zette.
Maar goed, we konden deze keer dus niet klagen over kou. Bij Hotel Montferland aangekomen, dat bovenop een heuvel midden in het bos ligt, installeerden we ons en gingen heerlijk op het terras zitten, dat ons in andere jaren soorten heeft opgeleverd als Kruisbek, Appelvink, Zwarte Specht, Wespendief, Raaf en dergelijke. Het duurde niet lang voordat we onze 'vaste' Zwarte Specht hoorde roepen, en dat zou hij blijven doen tot en met de dag dat we weer vertrokken. Helaas liet hij zich deze keer echter niet zien.


Ik liep mijn eerste rondje door het bos en vond leuke vogelsoorten als de Geelgors, Vuurgoudhaan, Zwarte Mees en Gekraagde Roodstaart. Ook de vlinders lieten zich niet onbetuigd: Citroenvlinder en Bont Zandoogje waren nog nieuw voor mijn jaarlijst en ook Oranjetipje en Atalanta lieten zich zien, evenals het fraaie overdag vliegende nachtvlindertje dat met de naam Boterbloempje door het leven gaat. Toen ik terugkwam bij het hotel was het de hoogste tijd voor een koel drankje op het terras, waar het verder rustig bleef vanmiddag.
Op dinsdag 22 mei stond ik om half zes naast mijn bed om een flinke wandeling door het bos te maken. De (jaar)soorten waarnaar ik speciaal op zoek was, waren Kruisbek, Bonte Vliegenvanger, Boomvalk en Wespendief; en die morgen uiteraard vooral de eerste twee. Het was een heerlijke wandeling, waarbij ik allerlei leuke dingen tegenkwam, zoals Appelvink, Vuurgoudhaan, Zwarte Specht, een gezinnetje Raven (prachtig kunnen horen en zien, oudervogels met tenminste drie vliegvlugge jongen), Geelgors en Grauwe Vliegenvanger. Traditiegetrouw zat de Bonte Vlieg weer niet op de plek waar ik hem het vorige jaar had, dus ik moest weer een nieuwe plek zoeken. Dat was gelukkig snel voor de bakker, want terwijl ik naar de Grauwe Vlieg stond te kijken, begon er ineens een Bonte te zingen, en die was snel gevonden en liet zich fraai bekijken.


 Dat was doelsoort nummer 1! Na het ontbijt besloten we een bezoek te brengen aan Huis Bergh, een kasteel plus fraai achterliggend bos te 's Heerenberg. Het bos is altijd goed voor een paar leuke insecten.
In de slotgracht ontdekten we vier Roodwangschildpadden, waarvan er drie gingen zonnen op de oever. We vonden opnieuw een Grauwe Vliegenvanger en een Appelvink. Er vlogen wel wat vlinders, maar erg veel was het niet. Wel werden we verrast door een Rosse Woelmuis, die zich even aardig liet bekijken.
We reden nog even naar de plas aan de Omsteg bij Netterden. Hier vonden we onze eerste Icarusblauwtjes van het jaar, Bosrietzanger en Spotvogel zongen er en na enig geduld vonden we ook de twee Geoorde Futen die hier al een paar dagen werden gemeld. Ze lieten zich uiteindelijk mooi zien.


Een Putter zorgde voor een fotografische uitdaging, maar uiteindelijk was het resultaat toch niet geweldig. Om een uur of vier reden we terug naar het hotel, want het was terrastijd. Over terras gesproken: we hadden deze keer ook een terras bij onze kamer, en daarboven had zowel een Kool- als een Pimpelmees een nest met jongen. Gelukkig waren ze snel aan onze aanwezigheid gewend en gingen ze na wat aanvankelijk gescheld en gealarmeer gewoon verder met het voeren van de jongen.
Op het terras van het hotel, waar we lekker aan een koel drankje gingen, zag ik jaarsoort nummer twee over komen vliegen: de Boomvalk. Intussen bleef ook de Zwarte Specht aan één stuk door roepen.

Op woensdag 23 mei begon ik 's morgens vroeg opnieuw met een wandeling door het bos, want de Kruisbek - altijd een vaste waarde hier - ontbrak nog steeds op de lijst. Maar blijkbaar zijn de Kruisbekken schaars dit jaar, want ik zou ze niet vinden. Wel weer allerlei andere leuke dingen natuurlijk: de Zwarte Specht, twee Appelvinken, de Raaf, de Boompieper (die ik dit jaar nog niet veel had gezien) en de Geelgors. Na het ontbijt gingen we naar de Azewijnse en Netterdense Broek, een mooi gebiedje dat we vorig jaar hebben ontdekt. Er zat toen bij de ingang een Zomertortel te zingen en jawel: de tortel zat op precies dezelfde plaats, al liet hij zich deze maal niet fotograferen.
Er vlogen twee Zwarte Sterns in gezelschap van wat Visdieven boven het water, een Kleine Karekiet liet zich horen en een mannetje Oranjetipje vloog langs. Toen bleek er onverwachts een kleine kudde Galloways achter ons te staan. Met een omtrekkende beweging wisten we ze te passeren en weer bij de ingang te geraken.


We reden naar een ander deel van het Bergherbos, voorbij Stokkem. Hier zijn wat kleine heideveldjes en ik had gezien dat de Wespendief nog niet zo lang geleden baltsend was waargenomen in deze omgeving. We installeerden ons op een omgevallen boomstam in de schaduw en af en toe liep ik een klein stukje als ik weer iets hoorde of meende te zien. Over het zand renden Bastaardzandloopkevers, zeer grappige en fraai gekleurde kevertjes. De Gekraagde Roodstaart en de Geelgors zongen constant en de Zwarte Mees liet zich mooi zien. Ik vond mijn eerste Platbuik (een libellensoort) van het jaar en allebei zagen we de Citroenvlinder. Een fraaie, grote houtsluipwesp (Rhyssa spec.) hield ons de hele tijd gezelschap. Helaas zijn de foto's niet helemaal geweldig geworden.


Toen bevestigde Cilja haar status als ontdekster van leuke soorten weer eens, want ze maakte me attent op een hoog zwevende roofvogel, die echter gestaag dichterbij kwam en een Wespendief bleek te zijn! Hij zweefde vrij snel uit beeld, achter de bomen, maar had zich prachtig laten zien.
Na een heerlijke kouwe coke op een terrasje in Stokkem, waar we geamuseerd werden door twee Tuinbladsnijders die potentiële nestholtes in onze stoelen inspecteerden, door een Bont Zandoogje en een Zanglijster die een Kwartel imiteerde, bezochten we nog een andere plek in het bos, langs de weg van Stokkem naar Beek. Hier vonden we eindelijk een andere vaste Bergherbossoort: de Fluiter. Gelukkig liet hij zich deze keer weer eens prachtig bekijken. De hoeveelheid Boterbloempjes (7) en Citroenvlinders (4) was hier bovengemiddeld en was het al met al weer een heerlijke natuurdag geworden. Aan het eind van de middag barstte er een compleet noodweer los, zodat we ons terrasuurtje wel konden vergeten. Het water kwam met bakken naar beneden in bepaalde delen van het hotel, hetgeen ons herinnerde aan vorig jaar, toen we zelf zo'n noodweer over ons heen kregen met vreselijke lekkages.

Vanmorgen, donderdag 24 mei, was de dag dat we alweer huiswaarts moesten. Ik bleef maar eens lekker uitslapen, want was gisteravond doodmoe mijn bed ingerold. Wel zat ik nog even op het terrasje van onze kamer en daar hoorde ik weer de Zwarte Specht en ik zag twee Appelvinken die in een boomtop kwamen zitten. Verder zongen de vertrouwde hotelvogels, de Merel, de Vink, de Gekraagde Roodstaart, de Zwartkop, de Tjiftjaf et cetera, waren de Kool- en Pimpelmeesjes weer druk in de weer met hun jongen en liet ook de Holenduif zich nog even mooi zien en horen.
Het was weer een heerlijke vakantie in een van de mooiste bossen van Nederland.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen