vrijdag 5 oktober 2012

06-05-2012: Dutch Birding Voorjaarsweekend, dag 2



Vanmorgen om zes uur ging de wekker niet in kamer 9 van hotel De Kievit, maar gelukkig hadden we een levende wekker bij ons, namelijk ondergetekende. Dus stapten we volgens plan om zes uur uit bed en een halfuurtje later zochten we voor de tweede keer dit weekend naar Morinellen langs de Oorsprongweg. Helaas ook deze keer zonder succes. Wel vonden we er veel Regenwulpen, drie Gele Kwikstaarten en wederom een Tapuit.
We reden naar de tuintjes op de noordpunt van het eiland om te zien of we daar wat zangvogeltjes konden vinden. Het was, moet ik hier toch even vermelden, bitter koud, nog kouder dan gisteren en er stond een straffe noordoostenwind. En dat op 6 mei, het was een schande. Maar goed, het vogelen ging natuurlijk gewoon door, hoewel we niet veel zangertjes vonden. Alleen Grasmus,  Kneu en Roodborsttapuit deden een beetje hun best voor ons, waarvan de laatste twee ook nog op de foto wilden. Toen we terugliepen naar de auto volgde er toch nog een verrassing: ineens zat er een prachtig mannetje Paapje bovenin de duindoorns. Dat was een toffe jaarsoort, vonden we, en dit Paapje gaf de burger weer een beetje moed.




Het was tijd voor het ontbijt, en terwijl we ontbeten maakten we de balans op en maakten een plan. We besloten om eerst naar Utopia te gaan, het mooie nieuwe natuurgebiedje waar onder meer Dwerg- en Noordse Stern zitten.
Zo gezegd, zo gedaan. Intussen was de wind iets gaan liggen en het wolkendek opende zich, zodat het nog redelijk aangenaam werd ook. Tussen de massa's Rotganzen vond ik twee Witbuikrotganzen, wat een leuke binnenkomer was. Ook de Zwarte Rotgans werd veel gemeld dit weekend, maar die misten wij. Het duurde niet lang voor we de eerste twee Dwergsterns vonden, vliegend en roepend boven onze hoofden, en niet veel later vonden we een schelpeneilandje waar er een stuk of vijftien huisden, zodat we ze uitstekend en langdurig konden bekijken.
De gang kwam er lekker in. We vonden een Kleine Strandloper tussen de vele Bontbekjes, een leuke jaarsoort. Een Lepelaar liep af en toe rennend te lepelen in het water en de vele Visdiefjes en Kokmeeuwen maakten een leven als een oordeel. Een grote groep Bonte Strandlopers, een aantal Eiders, veel Steenlopers in zomerkleed en flink wat Kluten werden onder meer gezien en gewaardeerd.




Toen we terugliepen viel mijn oog ineens op een adulte Zwartkopmeeuw in zomerkleed, een prachtig gezicht natuurlijk, en even later vonden we een tweede exemplaar, maar dit was een tweede kalenderjaar-vogel. Vooral de volwassen vogel liet zich mooi en langdurig zien.
Uiteindelijk vonden we toch nog een Noordse Stern. Het viel niet mee, we hebben vele Visdieven uitgebreid bekeken, maar ze zijn duidelijk niet erg talrijk. Maar gelukkig zat deze vogel vrij dichtbij en was met de telescoop mooi de wat kortere, bloedrode snavel zonder zwarte punt te zien, evenals de erg witte ondervleugels met duidelijke smalle zwarte achterrand en de uitstekende staartpennen. Het was een jaarsoort waar we erg blij mee waren.





We reden weer naar het zuiden, naar het NIOZ-haventje om precies te zijn, want daar was een Zwarte Rotgans gemeld en we wilden ook de Zwarte Zeekoet nog wel wat beter zien. Helaas was eerstgenoemde 'm alweer gesmeerd en zat de Zwarte Zeekoet nog verder weg dan gisteren. Leuk om te vermelden is, dat de zeekoet en een Fuut elkaar zowel vandaag als gisteren de hele tijd gezelschap hielden. Je zou zeggen, daar moeten wel bijna Zwarte Zeefuutjes van komen!
We reden nog een keer naar de Mokbaai, waar we prachtige Zilverplevieren én Goudplevieren in zomerkleed vonden, en die laatste was nog een jaarsoort. Ook vonden we de Brilzeeëend, op respectabele afstand tussen de Eiders. Daarna liepen we nog even de duinen in op een plek waar Beflijsters waren gemeld, maar die lieten zich niet vinden. Wel begonnen er wat vlinders te vliegen: Klein Kool- en Klein Geaderd Witje, Kleine Vuurvlinder en Dagpauwoog gingen in het notitieboekje.
Het viel een beetje stil op Texel. Er waren geen nieuwe meldingen en de Baardgrasmus, die gisteren was ontdekt in Den Helder, begon steeds nadrukkelijker te lonken. We besloten de oversteek naar het vasteland te maken en voor de Baardgrasmus te gaan.

Bewijsplaatje van de Baardgrasmus

Opnieuw konden we zo de boot op rijden en eenmaal in Den Helder vonden we, na enige omzwervingen, de juiste plek. Er stond al een rijtje vogelaars te kijken, we sloten aan en luttele ogenblikken later kwam het mannetje Baardgrasmus tevoorschijn! Wat een prachtig beestje! Hij liet zich soms een tijdje zien, af en toe open en bloot in kale takjes, om dan weer even te verdwijnen in dicht struikgewas. Ik slaagde er zelfs in, met veel geluk, om nog een paar bewijsplaatjes te maken. Af en toe dachten we de Baardgrasmus te horen zingen, maar dat hebben we 'm niet zién doen. Op de achtergrond zong wel de hele tijd een Braamsluiper.
Na een halfuurtje genieten was het tijd voor de finale. Hiervoor hadden we de Zwarte Ibis uitgekozen, die al een tijdje bij Durgerdam rondhangt. Het duurde even voor we er waren, maar laat in de middag arriveerden we ter plekke en met behulp van een paar andere vogelaars, die de vogel net hadden gevonden op een andere plek dan waar hij gewoonlijk verblijft, zagen we ook de Zwarte Ibis nog, rondstappend in een plasje en - het mooiste - een heel tijdje vliegend.
Toen was het de hoogste tijd om huiswaarts te gaan. Het was een geweldig vogelweekend geweest, een van de allerbeste ooit. Dat is niet teveel gezegd, denk ik.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen