vrijdag 5 oktober 2012

05-05-2012: Dutch Birding Voorjaarsweekend, dag 1



Dit jaar organiseerde Dutch Birding voor het eerst een voorjaarsweekend op Texel. Het weekend van 4, 5 en 6 mei was gekozen omdat statistisch gezien in die periode de kans op het ontdekken van een zeldzaamheid het grootst is. Nou, dat hadden ze goed gezien bij Dutch Birding. Het zou een absoluut topweekend worden, met bizar veel zeldzaamheden.
Het was daarom maar goed dat ik met mijn vogelvrienden Koert en René had afgesproken om ook een weekendje naar Texel te gaan. Zaterdagochtend sprong ik om even voor zessen vol goede moed en zin uit mijn bed en om half tien arriveerde ik per trein in Den Helder, waar we hadden afgesproken.
Het plan was om, als -ie er nog zou zitten, eerst de Roodkopklauwier van Voorboezem te gaan zien en daarna de oversteek naar Texel te maken. De theorie was: is de Roodkop voor half tien gemeld dan zit hij er nog, is dat niet het geval dan is hij weg. Maar het liep iets anders. De klauwier werd wel gemeld, maar werd om negen uur gevangen door de lokale ringer. We twijfelden wat te doen: misschien was het beest na het loslaten wel meteen weggevlogen of hield hij zich schuil. Na enige discussie besloten we er toch voor te gaan.
Bij aankomst hoorden we van andere vogelaars dat de Roodkopklauwier na het ringen een half uur lang in een kale boomtop had gezeten, maar net voor onze komst was weggevlogen. Het zou toch niet waar zijn ... Natuurlijk begonnen we toch maar te zoeken, bijgestaan door een aantal andere aanwezige vogelaars. Toen de klauwier zich na een half uur nog niet had laten zien, werden we toch wat ongerust. We vermaakten ons weliswaar met een fraaie Braamsluiper, een man Gekraagde Roodstaart en andere leuke zangertjes die zich mooi lieten zien, maar daarvoor kwamen we niet.
Net toen we de moed een beetje begonnen te verliezen kwam er een man op ons af met de vraag of wij wisten wie de ringer was, omdat hij dacht dat er een Draaihals in het net hing. Nu wisten we niet wie de ringer was, maar een Draaihals wilden we wel zien, dus haastten we ons naar het net, waarin inderdaad een Draaihals hing, die er even later uitgeplukt werd door de ringer en in een blauw zakje werd gestopt.
Een paar minuten later werd de Roodkopklauwier gevonden! Hij bleek zich in een paar lage wilgjes aan de achterkant van een rietveldje op te houden. Geen wonder dat we hem niet konden vinden. Maar nu liet de klauwier zich goed bekijken door de telescoop, en ik wist met wat improviseren zelfs nog een bewijsplaatje te schieten.


Bewijsplaatje Roodkopklauwier


Na een tijdje genieten was het tijd voor Texel, maar net toen we wilden wegrijden zagen we dat de ringer de Draaihals ging loslaten. Hij hield 'm nog even vast om een paar foto's te maken en liet de vogel toen vliegen. Direct verdween de gluiperige Draaihals in een dicht bebladerde boom waar hij niet meer uit kwam. Op naar Texel dus.
Toen we bij de veerboot arriveerden, hadden we het geluk dat we er als laatste auto nog net op konden rijden, zodat we geen tijd verloren met wachten. Eenmaal aan de overkant was ons eerste doel de Zwarte Zeekoet, die voor mijn metgezellen een totaal nieuwe soort was. Dus op naar het NIOZ-haventje, dat we met enig zoeken vonden. Dat gold ook voor de Zwarte Zeekoet, die helemaal aan de overkant tegen de beschoeiing zwom in gezelschap van een Fuut. Gelukkig liet hij zich door de telescoop toch aardig bekijken en konden we zelfs z'n rode pootjes zien.




Intussen was het allemaal reuze spannend en hectisch geworden, omdat er een Kleine Geelpootruiter was gemeld bij Ottersaat. En dat was een nieuwe voor mijn Nederlandse lijst, dus je begrijpt dat ik die erg graag en liefst z.s.m. wilde toevoegen. Dus na korte tijd genieten van de Zwarte Zeekoet reden we met gezwinde spoed naar Ottersaat, waar we op de plaats des onheils slechts drie mensen zagen staan. We pakten dus rustig de telescopen uit de kofferbak, in de veronderstelling dat de Geelpoot weg was, en slenterden naar de hut. Voor de vorm vroeg ik nog aan de drie vogelaars dat de Geelpoot zeker weg was? Maar tot onze verrassing en ons geluk bleek hij gewoon aanwezig! Een van de vogelaars zette 'm voor ons in de telescoop (waarvoor veel dank) en ja hoor, daar stapte de Kleine Geelpootruiter mijn Nederlandse lijst binnen. Hij liep ver weg tegen de achterrand van het gebied, maar was door de scoop aardig te zien met z'n gele poten en zijn fijne rechte snavel.
De drie vogelaars informeerden nog even of we wel wisten dat er ook een Poelruiter zat? Nee, dat wisten we dus niet en verdraaid, even later hadden we ook een pracht van een Poelruiter in beeld, en op een zeker moment hadden we ze zelfs met z'n tweeën in één telescoopbeeld.
Zo keken we een tijdje en genoten, ook van de andere aanwezige steltlopertjes, waaronder erg veel Rosse Grutto's en drie Groenpootruiters. En ons weekend kon nu al niet meer stuk.




Maar na enige tijd gingen we toch weer op weg, want we hadden nog veel te doen. Morinelplevieren scoren bijvoorbeeld, die al dagenlang langs de Oorsprongweg werden gezien. Helaas werd de Morinel een van de weinige soorten die we dit weekend wisten te missen, ondanks dat we tweemaal het gebied hebben doorkruist. Wel vonden we er, als aangename troostprijs, een vrouwtje Smelleken dat op een akker zat en zich leuk liet bekijken. Dat was toch weer niet gek.
We gingen nog even langs de Roggesloot, waar eerder een Roodstuitzwaluw was gezien, maar daar was niet veel te beleven en onderhand waren we koud en hongerig geworden, zodat we eerst maar een lunchje gingen halen bij De Robbenjager, waar we het programma voor de middag bespraken. We besloten eerst meeuwen te gaan kijken bij paaltje 12 en vervolgens de Brilzeeëend van de Mokbaai te gaan ophalen.
De zandsuppletiewerkzaamheden bij paal 12 trekken grote hoeveelheden meeuwen aan en de afgelopen tijd zaten daar onder meer Grote - en Kleine Burgemeester en Geelpoot- en Pontische Meeuw tussen. Toen we ter plaatse arriveerden ritselde het er inderdaad van de meeuwen. Gelukkig was er maar weinig tijd nodig om de derde kalenderjaar Grote Burgemeester te vinden. Die stond gewoon lekker aan het begin van de meeuwenstroom op ons te wachten en liet zich fijn fotograferen bovendien. Wat een heerlijk beest.


Bewijsplaatje Zwarte Zeekoet

We zochten verder naar andere leuke meeuwensoorten en ik slaagde er uiteindelijk in om nog twee Pontische Meeuwen te vinden, eerst een derde kalenderjaar-vogel en later nog een tweede kalenderjaar-beest. Ze lieten zich goed bekijken zodat we alle kenmerken konden zien en ondertussen ontmoetten we Hemme nog, die ook op het eiland was, zodat ik nog even gezellig met hem kon bijpraten.

Bij het verlaten van het parkeerterrein bij de Jan Ayeslag vonden we nog een prachtig mannetje Zwarte Roodstaart en een Bontbekpleviertje. Toen gingen we op naar de Mokbaai, waar het mannetje Brilzeeëend snel gevonden was. Op het moment dat we 'm opmerkten ging hij op de wieken en kwam onze kant op gevlogen om een stuk dichterbij weer te landen, zodat we hem prachtig, met de zon in de rug, konden bekijken. Een tijdje later vloog hij ineens weer op en ging weer verder weg zitten. Opvallend was dat Brillemans zeer actief was. En deze waarneming was een stuk beter dan de eerste keer dat we 'm zagen, twee jaar geleden.
De eerste van vele Regenwulpen werd gevonden en toen we de Mokbaai verlieten zagen we een man Blauwe Kiekendief vliegen, wat toch ook niet al te vaak gebeurt.
We hadden gehoord dat de Roodstuitzwaluw nu bij Ottersaat zat, dus reden we daar in rap tempo heen. Maar helaas, de vogel had maar kort ter plaatse gezeten en was verdwenen.
We keken nog even in de plasjes van Ottersaat, maar vonden er geen Noordse - of Dwergsterns. Wel een grote groep Rosse Grutto's in allerlei kleden tussen zomer- en winterkleed op een weiland.
Het was mooi geweest voor vandaag, wat zeg ik: het was een vogeldag die zijn weerga niet kende. We reden terug naar het noorden, checkten in bij Hotel De Kievit en gingen aan het bier.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen