woensdag 3 oktober 2012

02-04-2010: Eindelijk de Oehoe


Hij begon een beetje een schaamsoortje voor me te worden, Bubo bubo, oftewel de Oehoe. Nou ja, een beetje… De spectaculaire reuzenuil is al jarenlang te zien in de ENCI-groeve op de Sint-Pietersberg te Maastricht. Met wat geluk, uiteraard. Vooral februari en maart zijn altijd goede maanden, omdat de bomen dan nog kaal zijn en er nog geen onderbegroeiing is, waardoor de Oehoe’s van ENCI makkelijker waarneembaar zijn. Ik was er nog nooit toe gekomen om in februari of maart naar de Sint-Pietersberg af te reizen. Wel in mei, maar vind ze dan maar eens. Maar vandaag was het eindelijk zo ver. De Oehoe zit al een tijdje te broeden op een voor vogelaars zichtbare plaats en is constant te zien. Succes leek gegarandeerd. Per trein en OV-fiets (wat een geweldige uitvinding!) ging ik vanmorgen om kwart over zes op stap en om kwart voor negen stond ik hijgend (die Luikerweg is een verdomd lastig klimmetje) op het Oehoe-uitzichtpunt. Ik had mijn telescoop en statief maar eens meegenomen, want die ENCI-groeve is best een flinke kuil en met alleen een kijker begin je er niet veel. Ik wist precies waar ik moest kijken en had direct de broedende Oehoe in beeld! De vierde nieuwe Nederlandse soort voor mij dit jaar. De telescoop bewees goede diensten, want om die donkere vlek in de grot echt als Oehoe te determineren moest je nog verdraaid goed kijken. Groot was -ie, natuurlijk, en de oorpluimpjes waren ook zichtbaar. Af en toe draaide moe Oehoe de kop of poetste ze een paar veren en dan was de lichte keel zichtbaar en als je goed keek zag je een bruin-zwart vlekkenpatroon op de rug en vleugels. Tja, veel spektakel was het niet, maar het is een begin. Ik heb nog gezocht naar Oehoe nummer twee, maar die kon ik niet vinden, ook niet bij de beroemde ‘drie conifeertjes’. O ja, op de heenweg wist ik ook nog een zingende man Zwarte roodstaart aan de jaarlijst toe te voegen en daarvan zie ik er meest niet al teveel in een jaar.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen