maandag 16 oktober 2017

13 t/m 16-10-2017: Dutch Birding najaarsweekend 2017

De ster van het weekend: de Hop!
13-10-2017
Ik moest vanmorgen vroeg uit de veren, om 05:00 uur om precies te zijn, maar het was voor een goede zaak, want het Dutch Birding najaarsweekend op Texel zou vandaag beginnen en daar moesten Koert, René en ik traditiegetrouw bij zijn. Om negen uur troffen we elkaar op het station van Den Helder en een halfuurtje later stonden we op de veerboot, uiteraard op het achterdek, om te zien of er nog leuke soorten achter de boot aan kwamen vliegen. Het bleef echter bij de gewone meeuwensoorten en een paar Rotganzen.
In Den Helder hadden we al de eerste overtrekkende Grote Gele Kwikstaart, Veldleeuweriken en Vinken.
Het waaide behoorlijk stevig uit het zuidwesten vandaag en qua temperatuur was het ook niet zo aangenaam als ons door de weervoorspellers was beloofd, maar goed, het was tenminste droog.
Eenmaal op Texel besloten we meteen voor een van de potentiële hoofdprijzen te gaan: het groepje Grote Kruisbekken dat al een aantal dagen in de Staatsbossen rondzwierf. We posteerden ons op de uitkijktoren bij de Fonteinsnol, waar je een goed overzicht over de boomkruinen hebt en tamelijk ver kunt kijken. Op een zeker moment zouden die kruisbekken toch zeker langs komen vliegen?
'gewone' Kruisbekken.
Maar dat viel toch niet mee. De Grote Kruisbekken hadden vandaag een andere locatie uitgezocht waar ze zo'n beetje de hele dag rondhingen (bleek achteraf) en wij zagen en hoorden weliswaar eenmaal een groep kruisbekken langsvliegen, maar echt veel chocola was er niet van te maken. Wel vloog er een roepende Barmsijs over, jaarsoort nummer 1, en er vlogen Putters, Sijzen, Graspiepers en we zagen en hoorden allerlei gewone bosvogels.
Rond de middag waren we het zat en gingen lunchen bij De Robbenjager. Daarna besloten we een poging te doen op de Hop die onregelmatig bij camping Sluftervallei werd gezien, maar we waren daar nauwelijks aan het lopen toen er een melding kwam van een tamme Sneeuwgors op het parkeerterrein van paal 28, vlakbij dus. Die was nog een jaarsoort voor ons allemaal, dus: erop af! We kregen geen spijt van deze beslissing, want de Sneeuwgors, een mannetje, liet zich fantastisch zien en van dichtbij fotograferen. Wat een heerlijk beestje!
Het mannetje Sneeuwgors van paaltje 28.
Toen we uitgefotografeerd waren, stortten we ons alsnog op de Hop, maar die wilde vooralsnog niet meewerken. Wel kwam er een mooi vrouwtje Blauwe Kiekendief voorbij vliegen. Onze ronde over de camping bleef verder echter vruchteloos.
Dan maar naar het Renvogelveld, waar de soortenlijst flink werd aangevuld met water- en andere vogels. Een kort bezoek aan het reddingsbotenhuis leverde weinig op, mede vanwege de almaar aanwakkerende wind.
We besloten naar Dijkmanshuizen te gaan, niet alleen omdat daar een Grauwe Franjepoot huisde, maar ook in de hoop daar nog wat steltloper-jaarsoorten aan te treffen. Met name de Watersnip was een gewilde soort voor mijn metgezellen. En die troffen we inderdaad aan, samen met het Grauwe Franjepootje en een Kleine Strandloper.
Nogmaals het mannetje Sneeuwgors.
We deden een poging op een Bladkoning in het Krimbos, maar behalve een paar fraaie Kepen zagen we daar niets bijzonders. Toch begon het ineens weer te lopen. Er werd een Klapekster gemeld bij De Mient, en toen we daarnaar op weg waren kwam de melding van een Roodhalsgans tussen de Brandjes aan de Hoofdweg door. Eerst die maar, dus. Gelukkig was de Roodhals snel opgespoord en die was voor René en Koert een jaarsoort en voor mij een nieuwe Texelsoort.
Maar we moesten door, want het begon al donkerder te worden en toen we bij De Mient aankwamen schemerde het al flink. De verwachtingen waren niet erg hoog meer gespannen, want die Klapekster zou ongetwijfeld zijn slaapstokje al hebben opgezocht. Het was meer een kwestie van de dood of de gladiolen geworden, omdat we toch al op weg waren. Maar zie: het werden de gladiolen, want de Klapekster trok zich niets aan van de invallende duisternis en vloog om even voor zeven uur nog vrolijk heen en weer en poseerde voor ons in een kaal boompje. Het was een buitengewoon sfeervolle afsluiter van deze eerste dag!

14-10-2017
Grote Kruisbek!
We begonnen de dag op de plek waar de Grote Kruisbekken gisteren af en aan waren gezien: bij De Tureluur. Bij aankomst kwamen er direct twee kruisbekken aangevlogen die landden in een boomtop: twee 'gewone' Kruisbekken, voor mijn metgezellen nog een jaarsoort. Een groep van minstens 40 Sijzen kwam de hele tijd langs gevlogen en landde regelmatig in de bomen voor ons. Er vlogen wat Kepen over en hé: er riep een Bladkoning! Leuk, maar het gluiperdje liet zich helaas maar zeer kort en niet erg goed zien.
Na drie kwartier wachten was het dan zover: daar kwamen de Grote Kruisbekken (minimaal acht stuks) aangevlogen om te landen in de bomen vlakbij ons! We konden langere tijd van ze genieten en omdat er ook een paar 'gewone' Kruisbekken in het groepje zaten, konden we aardig vergelijken. Zo, die zaten rotsvast in de pocket en we slaakten een zucht van verlichting, want voor hetzelfde geld loop je het hele weekend achter zo'n soort aan.
Maar nu konden we rustig gaan uithijgen aan zee, aan de Westerslag. Daar was het ook weer erg leuk. Er vlogen veel Alk/Zeekoeten, en een of twee ervan landden even dichtbij op het water en lieten zien dat ze Zeekoeten waren, een jaarsoort voor ons allemaal.
Zwarte Zee-eenden, Roodkeelduikers, Jan-van-Genten en Drieteenstrandlopers lieten zich zien, allemaal soorten die binnenlandbewoners als ik niet al te vaak te zien krijgen, dus dat was genieten.
De Hop.
Toen we na een tijdje weer naar de bewoonde wereld reden en ik weer bereik had op mijn telefoon, bleek de Hop ter plaatse te zijn gemeld op de camping Sluftervallei. Dus plankgas erop af! Er waren erg veel vogelaars aan het zoeken, en het leek ons dat dat het vinden van zo'n gluiperd als de Hop toch drastisch moest vereenvoudigen. Dat klopte ook, want na een tijdje vruchteloos zoeken zag Koert ineens een staartloze schim over ons heen vliegen en vrijwel tegelijkertijd werd de Hop vlakbij ons gemeld. (Deze Hop heeft op de een of andere wijze zijn staart verloren tijdens zijn verblijf op het eiland - vandaar staartloos). Niet veel later hadden we hem dan in de kijker, eerst een paar keer overvliegend, toen heel even aan de grond. Waarna het beest weer spoorloos verdween zonder ons de zo gewenste foto's te gunnen.
Maar niet getreurd: de Hop zat in de tas en de melding van een Kleine Bonte Specht vlakbij de plek waar wij stonden leverde ons een fraaie Kleine Barmsijs op en Koert en René bovendien een overvliegend Smelleken.
Maar we moesten verderop, want er werd een vrouwtje Casarca gemeld bij de Redoute en die was nog een jaarsoort voor ons allemaal. Hopla, naar de auto, terug naar het zuiden en jawel: daar zat de Casarca in een groepje Nijlganzen.
De Rosse Franjepoot van Ottersaat.
We reden terug naar het noorden via de oostkant van het eiland, en zagen bij Ottersaat een heleboel vogelaars staan. René zag onmiddellijk een franjepootje zwemmen en in eerste instantie gingen we ervan uit dat het de Grauwe Franje van Dijkmanshuizen wel zou zijn. Wel vond ik meteen de bovendelen erg egaal grijs. Maar het alarmbelletje ging pas echt rinkelen toen een kritischer vogelaar dan wij op de app opmerkte dat het een Rosse Franjepoot betrof! En dat klopte natuurlijk. Wat leuk, want ik had deze soort al heel veel jaren niet meer gezien. En hij wilde nog aardig op de foto ook.
Er werd een Wilde Zwaan gemeld vlakbij Dorpszicht en die was voor Koert en René nog een jaarsoort. De vogel zat er, maar er was een jagende Slechtvalk voor nodig om hem de kop uit de veren te doen steken.
Nu werd de Hop gemeld in de tuintjes, ter plekke op het pad, dus moesten we daar als een speer op af. En ja hoor, na een flinke wandeling zagen we de Hop achterin de tuintjes op het pad zitten, maar het beest vloog vrijwel onmiddellijk op toen wij arriveerden en vloog met een boog om ons heen om naar het noorden te verdwijnen.
Gelukkig kwam het toch nog goed, want tijdens de wandeling terug zat -ie ineens vlak voor ons op het pad. En we hadden de zon - die inmiddels tevoorschijn was gekomen - ook nog in de rug. Dat leverde gelukkig een paar leuke plaatjes op, en nu pas konden we helemaal tevreden zijn met onze Hopwaarnemingen.
Ons laatste wapenfeit van deze dag was het scoren van een prachtige Bladkoning bij Dorpszicht, die samen met een Tjiftjaf in een grote takkenbos huisde en daar af en toe even uit kwam, of zijn roep liet horen.

15-10-2017
Geschubde Inktzwammen.
Vandaag kwam dan eindelijk het mooie, zonnige, rustige weer dat ons was beloofd. We begonnen in de tuintjes, in de hoop wat leuke overtrekkende vogels te scoren. De IJsgors bijvoorbeeld, of een Grote Pieper. Maar hoewel er wel wat trek was, hadden we na een  halfuurtje nog weinig succes, en toen er een groepje Strandleeuweriken ter plekke werd gemeld ten noorden van de Sluftervallei, besloten we daar langs het fietspad heen te lopen. Dat bleek nog een forse wandeling te zijn, maar een overvliegende IJsgors hield de moed erin. Toen er echter een Sperwergrasmus werd gemeld langs de Stengweg, wisten we niet hoe snel we terug moesten lopen. Jammer genoeg was de grasmus alweer onvindbaar toen wij aankwamen, en toen er even later een bij de vuurtoren werd gemeld was ook die alweer gevlogen toen wij er aankwamen. Later op de dag gingen we zelfs nog op een derde melding af, maar die bleek een Tuinfluiter te betreffen.
Anyway, er werd een Strandleeuwerik gemeld op een duintop langs het fietspad dat we net hadden afgelopen, en toen we daar arriveerden leek de situatie ook hier tamelijk hopeloos: geen waarnemer en veel duintoppen. Maar zie: na even speuren zag ik hem ineens open en bloot op een zanderig stukje zitten, inderdaad net onder een duintop! Wat heerlijk, want de vogel liet zich heel mooi zien en hij behoedde ons voor een lange voettocht naar dat andere groepje.
De Hop werd weer gemeld in de tuintjes, maar die bleek alweer helemaal achterin te zitten toen wij aankwamen. Vanuit de verte zagen we hem zitten, en al snel weer wegvliegen. Die wandeling bespaarden we ons dus maar.
Rosse Franjepoot.
Intussen werd de spoeling der vogels dun. Het meeste leuke soorten hadden we te pakken en er werd weinig nieuws gemeld. We gingen nog even kijken bij het uitkijkpunt van de Slufter, waar twee Kleine Zilverreigers en wat Pijlstaarten de lijst kwamen opvrolijken.
Daarna besloten we een tijdje rust te nemen op de hotelkamer. Overigens zaten we deze keer in het hotel bij het vliegveldje en niet in ons vertrouwde Molenbos.
Rond halfdrie ging de app weer af voor de Sperwergrasmus die een Tuinfluiter bleek te zijn, en het speet ons niet dat we vanwege de melding van een IJsduiker in zomerkleed bij de IJzeren Kaap de gigantische drukte op de noordpunt achter ons konden laten.
En ja, de IJsduiker zat er en liet zich, weliswaar van een afstandje, heel mooi en langdurig zien! Een heerlijke jaarsoort. Er zwommen ook nog twee Geoorde Futen rond en enkele Eiders vlogen voorbij.
Toen werd er een Zwarte Rotgans gemeld tegenover Dorpszicht en moesten we weer rapido naar het noorden. Ik kon de Zwarte nog scoren in de scoop van een vogelaar die al ter plekke was, maar daarna konden we hem niet meer vinden, en toen er ook nog de melding van een Vaal Stormvogeltje ter plekke overheen kwam op de plek van de IJsduiker ontstond er lichte paniek. Hopla, in de auto maar weer en terug naar de IJzeren Kaap. Daar werd het stormvogeltje nog kort gezien, maar niet door ons. Na een tijd wachten werd hij echter 600 meter verderop langs de dijk gemeld, dus haastten we ons daarheen en daar konden Koert en René het gluiperdje nog binnentikken voordat hij definitief verdween. Helaas zag ik helemaal niets.
Terug naar de rotgans dus, en na een tijdje speuren had ik hem met behulp van René z'n telescoop gevonden en kwam alles toch nog goed.
Tot slot nog even genieten van de Bladkoning van Dorpszicht, een Tjif, veel Goudhaantjes en een groepje Staartmezen en toen was ook dag drie alweer om.

16-10-2017
Nog maar een keer die fijne Sneeuwgors.
De laatste dag van ons verblijf was alweer aangebroken, en het was vandaag prachtig weer: veel zon en weinig wind uit het zuidoosten. Bij gebrek aan meldingen - en omdat we het altijd leuk vinden - begonnen we de dag bij de Westerslag. Nog even lekker over zee kijken. Langs de Bakkenweg liep er ineens een prachtig mannetje Goudfazant langs de weg, een escape natuurlijk, maar wel een schitterende vogel.
Aan zee was er weer genoeg te beleven. Ik telde minstens 200 Alk/Zeekoeten en 100 Zwarte Zee-eenden naar zuid en diverse Roodkeelduikers. Er kwam een fraaie Grote Jager langs gevlogen en een tweede jager was een Kleine of een Middelste, maar daar kwamen we niet echt uit. Er kwam nog een mooie adulte Jan-van-Gent langs, een mannetje Eider vloog naar het noorden en enkele Drieteenstrandlopers waren ter plaatse.
Ten slotte reden we nog naar De Cocksdorp omdat er een Siberische Boompieper zou zijn ingevallen achter de kerk, maar ter plaatse bleek dat onbegonnen werk en zagen we enkel moedeloze vogelaars afdruipen.
Dus werd het de boot, zodat we eens lekker bijtijds thuis zouden zijn. We waren dik tevreden. Het was weer een heerlijk, gezellig, vogelrijk weekend geweest.

zondag 8 oktober 2017

05-10-2017: Nieuwe regiosoort: de Bladkoning.

Vanavond om zes uur ging ik ons hondje uitlaten en toen ik een kwartier later op de Bohemen in Leerdam liep, hoorde ik ineens een bekend vogelgeluid. Ik herkende het onmiddellijk als het roepje van de Bladkoning, een zeldzaam doortrekkertje uit Siberië dat steeds algemener lijkt te worden in onze contreien, maar dat ik nog nooit hier in de regio had gezien of gehoord. De vogel riep zeker tien keer vanuit de bomen vlakbij, was toen even stil en riep nog een keer of vijf. Natuurlijk probeerde ik het geluid op te nemen, maar met een hond die alleen maar verderop wilde en een geluidsrecorder die ineens allerlei vragen begon te stellen, lukte dat helaas niet. Maar toch, de Blako zit weer in de pocket.
Overigens had ik vanochtend (08-10) een roepende Keep over ons dakterras, ook weer een jaarsoort.

zondag 1 oktober 2017

30-09-2017: Op zoek naar zeevogels.

Een tamme Goudplevier zat te rusten tussen de basaltblokken.
Het was alweer maanden geleden dat ik een vogeltochtje had gedaan met Koert en René, en nu de najaarstrek in volle hevigheid is losgebarsten werd dat natuurlijk weer eens de hoogste tijd. Twee weken geleden moesten we ons geplande tripje nog cancellen vanwege ongehoord slecht weer, maar vandaag gingen we ervoor. Er waren wat obstakels: zo was de A4 deels afgesloten, zodat de Maasvlakte of Zeeland niet gingen lukken. In het oosten zaten de leukste soorten (Slangenarend, Ross' Gans, Steppekiekendief), maar daar zou het uitgerekend lang regenen. Bleef over: Noord-Holland, maar daar was toevallig niet veel gemeld. Dus werd het de Zuidpier van IJmuiden, omdat we alle drie nog veel zeevogels moesten hebben voor de jaarlijst.
Jonge Grote Mantelmeeuw. Wat een snavel!
Om kwart over negen waren we ter plekke en om halftien had ik al een op zee drijvende Grote Jager gevonden die zich te goed deed aan het lijk van (waarschijnlijk) een meeuw. De vogel liet zich van grote afstand goed bekijken, en later op de dag zagen we hem vanaf de bocht nog een stuk beter, maar de foto's zijn helaas niets geworden. Dat was jaarsoort nummer 1, en een mooie!
We liepen nu de pier op en zagen op wat rotsjes in zee een aantal aalscholvers zitten en jawel, daar zat een mooie onvolwassen Kuifaalscholver bij! Die moest natuurlijk op de foto, maar de beste platen kwamen op de terugweg pas, toen de vogel bovenop de rotsen was gaan zitten in plaats van ertussen.
We liepen verder en leuke piersoorten als Steenloper, Oeverpieper, Bonte - en Drieteenstrandloper en Zilverplevier lieten zich zien en in het geval van de laatste ook fotograferen.
Kuifaalscholver.
Een stukje verderop vloog een Tapuit tussen de basaltblokken en een tweede Zilverplevier zat tussen de blokken te rusten. Die liet zich van heel dichtbij prachtig fotograferen en ik dacht nog, het lijkt wel een Goudplevier. Maar ja, die verwacht je niet op de pier, dus hielden we het zonder verder nadenken op Zilver. Maar thuis bleek dat er wel degelijk een Goudplevier op de foto stond, een soort die ik nog niet eerder had gefotografeerd!
Intussen was ook de Grote Jager weer in beeld gekomen, maar ondanks de vele foto's die we van hem namen op de flink deinende zee, met lichte regen en nogal donker weer: het werd niks met de platen. Maakt niet uit, we hebben enorm van de vogel genoten.
Onderweg naar de punt vloog er een Grote Stern over, waarvan er later nog een paar op het strand bleken te zitten. En ineens vloog er een tweede jager vlak langs en over ons heen: een Kleine Jager!
Een Kleine Jager vloog over ons heen.
Later, op de punt, kwam mogelijk dezelfde vogel nog een keer heel mooi langs. Dat was jaarsoort nummer twee voor vandaag. Voor mij althans, want Koert en René hadden er intussen al meer te pakken.
Op de punt bleven we een tijdje staan en zagen minstens drie Jan-van-Genten passeren, een verre duiker en een Rotgans. En natuurlijk de eerder genoemde Kleine Jager. Maar na een halfuurtje kwam er niet echt veel meer uit en het was lunchtijd, dus liepen we rustig aan terug. Voor de bocht vloog er ineens een prachtige Roodkeelduiker vlak langs ons heen, jaarsoort nummer drie!
Op het strand zagen we nog twee Rosse Grutto's lopen.
Na de lunch besloten we nog naar het Ridderpark in Katwijk te gaan, omdat daar een Bladkoning was gezien. Dat hadden we beter niet kunnen doen, want het leverde alleen een omslachtige en langdurige reis op en geen Blako. Maar goed, die komt op Texel wel. Het was een heerlijke ochtend op de pier!
Zilverplevier op het strand.

zondag 27 augustus 2017

27-08-2017: Nog een dagje achter de vlinders en libellen aan.

Een gloednieuwe libellensoort voor mij: de Kempense Heidelibel! Helaas was het diertje ietwat gehandicapt.
Vandaag stond er een dagje 'naturen' met Chris en Wiegert op het programma, en aangezien het schitterend weer beloofde te worden, zouden de vlinders en libellen een hoofdrol in het dagprogamma gaan vervullen. Het was dit jaar mijn streven om van beide soortgroepen 40 soorten in Nederland te zien. Dat had ik bijna gehaald, en het was alleen aan mijn blessure te wijten dat ik die veertig soorten al niet lang binnen had. Maar goed, vandaag was er alle kans toe.
Maar we gingen eerst achter een vogel aan: de Ralreiger die al een tijdje bij Eemnes huist. Ik kan er kort over zijn: we vonden hem niet. En toen het halftien was geweest werd het de hoogste tijd om aan ons insectenprogramma te gaan werken.
De Steenrode Heidelibel was enorm talrijk vandaag in De Schammer.
Op dus naar De Schammer bij Leusden, een gebiedje waar ieder jaar enkele Kempense Heidelibellen worden gezien, en dat zou nog een gloednieuwe soort voor me zijn. Afgezien daarvan worden er ook Zwervende - en Bandheidelibellen gezien en Tengere Grasjuffers. Omdat mijn libellenlijst op 39 stond, was er dus dikke kans om de gewenste 40 te halen, zo niet te overschrijden.
Maar het viel nog niet mee. Eindeloos gezoek in de lage begroeiing leverde wel de 'gewone' heidelibellen op, waaronder erg veel Steenrode, maar niet de bijzondere. Tot ik een fluitje hoorde en Chris en Wiegert me van grote afstand wenkten. Chris had een Kempense Heidelibel gevonden! Het diertje was licht gehandicapt, want had een verbogen achterlijf. Maar hij bleef mooi zitten, zodat ik ook ruimschoots van hem kon genieten. Mijn 40e libellensoort voor 2017 was binnen!
Zwervende Heidelibel.
Natuurlijk wilden we ook graag een ongehavend exemplaar vinden, dus we zochten door. Na opnieuw een lange tijd, belde Wiegert dat hij een veelbelovend stukje had gevonden met wat water. Dit bleek uiteindelijk het goede gebied te zijn... Wiegert vond snel een Zwervende Heidelibel, maar intensief zoeken leverde ook hier verder geen bijzonderheden op. Uiteindelijk gaven we het op, want er stond nog meer op het programma.
Na twee mislukte pogingen kwamen we uiteindelijk in het juiste Bandheidelibellengebied bij Stoutenburg terecht, en dat was meteen genieten. Enkele tientallen Bandheidelibellen lieten zich zien en fotograferen. Genieten geblazen!
Bandheidelibel.
Intussen was er al heel wat tijd verstreken en werd het de hoogste tijd voor het Kootwijkerzand. Hier wachtten, als het goed was, de Kleine Heivlinder en de Kommavlinder op ons om mijn 40 soorten vol te maken (want ik had er al 38).
Na een tijdje zwerven over de uitgestrekte zand- en mosvlakten zag ik ineens iets zitten waarvan ik dacht dat het weleens een Kleine Heivlinder kon zijn. En ik had het goed, want toen ik dichterbij kwam vloog het 'dingetje' op en ging achter een tweede Kleine Heivlinder aan! Gelukkig kwam het diertje weer terug op z'n ouwe stek en konden we er gedrieën ruimschoots van genieten. Zo, dat was nummer 39. Nog één te gaan.
De bloedzeldzame Kleine Heivlinder.
Dat moest de Kommavlinder worden, die ik tevoren als vrij makkelijk had ingeschat. Een dure vergissing. Speuren door uitgestrekte heidevelden leverden veel Hooibeestjes, Heivlinders en nog een paar andere soorten op, maar alleen Wiegert had tot tweemaal toe het geluk een Kommavlinder te zien. Beide keren was de vlinder gevlogen toen ik arriveerde. Het was jammer, maar nummer 40 zou er niet uitkomen vandaag. Om half vijf gingen we richting huis. Het was weer een heerlijk dagje in de natuur geweest.
Bloeiende heide op het Kootwijkerzand.

vrijdag 25 augustus 2017

25-08-2017: De najaarstrek is begonnen, maar Gierzwaluwen broeden nog in Leerdam.

Twee Wespendieven vlogen vandaag over ons huis. Bij de 2e had ik gelukkig het fototoestel paraat.
De maand augustus is voor mij grotendeels verloren gegaan. Een combinatie van lichamelijke klachten en prutweer waren funest voor mijn vogel-, vlinder- en libellenactiviteiten. Maar dat is nu achter de rug! Het is al een paar dagen mooi weer, de najaarstrek is alweer begonnen en vanaf ons dakterras speur ik dan naar leuke soorten. Vandaag werd dat beloond met de waarneming van twee naar zuid vliegende Wespendieven, en gelukkig had ik bij nummer twee mijn fototoestel bij de hand. De Wespendief was nog een jaarsoort, en een fraaie!
Er zijn nog een paar nieuwtjes te melden. Sinds enkele dagen hebben we een Cetti's Zanger. Dat wil zeggen: een vogel van die soort zit aan de overkant van de Linge (de Asperense kant) te zingen en laat zich vanaf ons dakterras prima horen.
Nog leuker: een paar Gierzwaluwen zit as we speak nog onder onze dakpannen met jongen! Dat is verdraaid laat voor Gierzwaluwen, waarvan de meeste eind juli al zuidwaarts trekken. Regelmatig komt een van de ouders bij het nest, dat helemaal bovenaan in de nok zit, en dan hoor ik de jongen bedelen. Even later gaat pa of moe dan weer op insectenjacht. Ik ben benieuwd hoe lang ze hier nog blijven!
Verder liet de Steenrode Heidelibel zich weer lekker fotograferen gisteren. Hieronder een van de plaatjes. Wat zijn het toch heerlijke fotomodellen!
Steenrode Heidelibel, frontaaltje.

maandag 31 juli 2017

31-07-2017: Verkenning van de ecologische zone Broekgraaf, Leerdam.

Paardenbijter.
Ik besloot om vandaag eens een nieuw gebiedje te gaan verkennen. Bij de aanleg van de woonwijk Broekgraaf in Leerdam is een ecologische zone aangelegd ter compensatie van het verlies aan natuur. Die zone bestaat uit een serie ondiepe plasjes met weelderige plantengroei eromheen die aansluit op het bosje dat er iets noordelijk van ligt. Het gebiedje dient onder meer om Heikikker, Rugstreeppad en Kleine Modderkruiper een thuis te bieden. Maar ik redeneerde dat zo'n nieuw gebiedje ook wellicht leuke libellensoorten en misschien wel pioniers zoals Zwervende Heidelibel en Tengere Grasjuffer zou aantrekken.
Kleine Vos.
Nou, die vond ik dus niet, maar het is pas eind juli en beide soorten zijn echte augustussoorten, dus ik hou hoop. Wat ik wel aantrof was in ieder geval al niet gek: een ruime selectie van meer algemene vlinder- en libellensoorten, waaronder ook een Argusvlinder, veel Bonte Zandoogjes, alledrie de gewone witjes, Distelvlinder, Kleine Vos en Landkaartje. Qua libellen waren Lantaarntje en Gewone Oeverlibel de algemeenste, maar ook Grote Keizerlibel, Paardenbijter, Watersnuffel, Steenrode Heidelibel, Houtpantserjuffer, Bruine Glazenmaker en Kleine Roodoogjuffer waren van de partij. Het was, kortom, bepaald niet vervelend om er rond te struinen. Iets wat ik de komende tijd vaker ga doen, want wie weet wat er opduikt.
Een nogal flets uitgevallen Steenrode Heidelibel.
Distelvlinder die al een en ander heeft meegemaakt.

zaterdag 22 juli 2017

22-07-2017: Jaarsoorten dicht bij huis (deel 2)

Blauwe Breedscheenjuffer langs de Nieuwe Zuiderlingedijk. Voor 't eerst dat ik hem daar zag.
Aangezien het fietsen blijkbaar een positieve uitwerking heeft op mijn rug- en beenprobleempje, ben ik de afgelopen drie dagen de Nieuwe Zuiderlingedijk afgereden op zoek naar leuke -, en misschien zelfs jaarsoorten in de eigen streek.
Het viel niet tegen. Op 20-07 was ik nog niet Leerdam uit of ik had al een vrouw Blauwe Glazenmaker te pakken, die typisch laag, rustig en in de halfschaduw patrouilleerde op de grens van een tuin en een stuk rietland met bomen. Dat was libellensoort 39 alweer!
Ook een Argusvlinder liet zich - nog steeds in Leerdam - zien. Ik fietste tot aan het bankje bij Vogelswerf en keek daar een tijdje naar de Zwarte Sterns. Er vloog ook een Ooievaar over en een Groene Specht riep. Op de terugweg nog wat plantjes voor de jaarlijst gezien, waaronder het vrij zeldzame Bont Kroonkruid en een plukje Korenbloemen, waarbij ook nog drie Icarusblauwtjes rondvlogen.
Steenrode Heidelibel.
Op 21-07 fietste ik weer hetzelfde rondje. Nu kwam ik de Argusvlinder pas langs de Nieuwe Zuiderlingedijk tegen. Ik vond een stukje met wat rolklaver en daar vond ik direct minimaal twaalf Icarusblauwtjes. Vanaf het bankje bij Vogelswerf zag ik de Zwarte Sterns weer, een Purperreiger en een Ooievaar vlogen over en een Boomvalk liet zich langdurig cirkelend zien.
Daarna ging ik een tijdje op het bankje beneden aan de dijk zitten, waar ik onmiddellijk weer drie Icarusjes had, en ook een Bruine Daguil, een leuke nachtvlinder. Toen ik een stukje liep daar hoorde ik ineens een Zomertortel zingen! En jawel, dat was toch weer min of meer op dezelfde plek als ik hem wel vaker heb, alleen vanaf de andere kant.
Ik was al helemaal tevreden, maar toch speurde ik op de terugweg al fietsend de dijk af in de hoop op een Oranje Luzernevlinder, die ik hier wel vaker heb gezien. En jawel, vlak voor de kruising met de autoweg vloog een fraai mannetje Oranje Luzernevlinder rond! Dat was dagvlinder nummer 38. Voor zowel vlinders als libellen nader ik mijn doel (40 soorten) dus erg dicht.
Grote Roodoogjuffer, zoals je ze vaak ziet.
Vandaag, 22-07, fietste ik opnieuw de Nieuwe Zuiderlingedijk af. Toen was er al een IJsvogel over ons dakterras gevlogen, een leuk begin van de dag dus. Er stond vandaag wat meer wind, en helaas stond die pal op de hoek waar gisteren de luzernevlinder zat, waardoor mijn hoop hem vandaag te kunnen fotograferen snel vervloog.
De leukste vondst van de dag was een mannetje Blauwe Breedscheenjuffer bij het bankje onderaan de dijk. Dit is een soort die ik hier in de streek nog niet eerder had gevonden. Het beestje liet zich mooi fotograferen bovendien. Verder weer een Argusvlinder, een Kleine Vuurvlinder, een Bruine Glazenmaker en de soorten die ik gisteren en eergisteren ook had. Wel erg leuk om te vermelden is nog het Dodaarsje dat ik op een plasje zag met twee piepkleine pulletjes.
Kleine Vuurvlinder.

dinsdag 18 juli 2017

18-07-2017: Jaarsoorten (noodgedwongen) dicht bij huis.

Mijn eerste Houtpantserjuffer van 2017.
Twee weken geleden had ik een topweek qua binnengehaalde soorten, maar ik hield aan al het lopen ook een zeer vervelende rugpijn met uitstraling naar mijn rechterbeen over, zodat ik al ruim een week niet erg mobiel ben. Gelukkig levert relaxed buiten op ons dakterras zitten ook het een en ander op. Zoals de eerste Steenrode Heidelibellen van het jaar, die traditiegetrouw hun posities op stokken en hoge planten weer hebben ingenomen op ons dakterras. En de Paardenbijter, die vandaag, net als precies een jaar geleden, even door de openstaande schuifdeur de galerie binnen vloog. Dat waren twee libellenjaarsoorten, waarmee de stand gelijk kwam met die van de vlinders: 37.
Steenrode Heidelibel.
Qua vlinders hadden we bezoek van een fotogeniek mannetje Icarusblauwtje, en dat gebeurt niet al teveel. Ook op het vogelfront heb ik zowaar nog gescoord, namelijk een Boomvalk die korte tijd jagend boven de haven van Leerdam vloog.
Vandaag ging het dan wel weer zo redelijk, dat ik even wilde proberen er op uit te gaan. Vlakbij huis, dat wel. Ik koos voor de Donkere Kade, een zijpaadje van de Diefdijk, waar ik in het verleden vaak Houtpantserjuffers zag. En dat was nog een jaarsoort, begrijp je. En gelukkig, ook al was het lopen nog steeds tamelijk pijnlijk, ik vond wel libellensoort nummertje 38 van het jaar: de Houtpantserjuffer! Ik had toen al een stukkie gelopen en toen hij eenmaal in de tas zat, vond ik het welletjes en ging huiswaarts.
Icarusblauwtje op ons dakterras.

maandag 10 juli 2017

09-07-2017: Groot Avondrood!

Het Groot Avondrood vond mijn hand wel een fijne plek.
De laatste tijd ben ik veel het land in geweest om leuke vlinder- en libellensoorten te scoren, maar ook thuis kun je nog gewoon verrast worden door een nieuwe soort! Gisteravond wilde ik de schuifdeuren van de galerie naar ons dakterras dicht doen, toen ik gefladder hoorde. Er vloog een grote nachtvlinder door de galerie, zo te zien een pijlstaart! Dat zijn altijd spectaculaire beestjes, dus ik pakte mijn netje en slaagde er met enige moeite in om hem erin te krijgen. Het was een Groot Avondrood, een gloednieuwe nachtvlindersoort voor mij! Ik riep Cilja, die mijn fototoestel meenam en na een paar foto's in het netje wilde ik hem buiten vrij laten. Maar het Groot Avondrood was er nog niet helemaal klaar voor en wilde graag nog even poseren op mijn hand. En dat werden natuurlijk de leukste plaatjes.
Saillant detail was dat Cilja ooit een glasobject heeft gemaakt dat 'Klein Avondrood' heette omdat het op die vlinder was gebaseerd. Dit object is, na vele jaren bij ons in de galerie te hebben gestaan, toevallig eergisteren door een koper opgehaald. Het is vast een of ander teken. Een goed teken, besloten we.
Nog even poseren voordat hij weer in de nacht verdween.
... en het bovenkantje.

vrijdag 7 juli 2017

07-07-2017: Nieuwe soorten bij de vleet in de Weerribben.

Mannetje Grote Vuurvlinder.
Al vroeg in het jaar hadden Wiegert en ik ons tot doel gesteld om in 2017 eindelijk de Grote Vuurvlinder te gaan opzoeken in de Weerribben. Prettige bijkomstigheid was, dat er ook nog wat gloednieuwe libellensoorten te scoren waren. Het beloofde dus een mooi dagje te worden, als alles zou meezitten tenminste.
Vandaag was het zo ver. Om kwart voor acht vertrokken we uit Leerdam en een kleine twee uur later arriveerden we op een plek waar altijd veel Grote Vuurvlinders huizen. We parkeerden de auto en achter het parkeerterreintje was meteen een fraai libellengebied waar we even rondkeken. De Gevlekte Witsnuitlibel was er aanwezig en liet zich fotograferen. Ook zagen we onze eerste Vuurlibellen van de dag.
Gevlekte Witsnuitlibel.
We liepen een eindje langs het weggetje en een kwartiertje later vond ik de eerste Grote Vuurvlinder, een fraai mannetje! Het diertje liet zich langdurig bekijken en gewillig fotograferen. Zo, die zat in de tas! We vonden er op hetzelfde stukje nog minstens twee, nog een mannetje en ten minste één vrouwtje, maar misschien waren het er ook wel vier of vijf. In ieder geval zagen we er op een zeker moment drie tegelijk vliegen.
Vuurlibel.
In de tussentijd nam ik ook nog mijn eerste Bruine Glazenmaker van het jaar waar en vlogen er een paar algemene vlinder- en libellensoorten voorbij. Na ruimschoots de tijd te hebben genomen voor de fantastische vuurvlinders, besloten we naar het Woldlakebos te gaan. Maar niet voordat we even het geluid van de Gouden Sprinkhaan afluisterden om te horen hoe dat ook alweer klonk, want we wisten dat die soort hier voorkomt. En verdraaid, er zat vlakbij ons een Gouden Sprinkhaan te zingen! Later, in het bos, zagen we zowel mannetje als vrouwtje Gouden Sprinkhaan, en beide gingen op de foto.
Vrouwtje Gouden Sprinkhaan krabt zich achter de oren.
Dit leuke beestje was nog een nieuwe Nederlandse soort voor mij.
Nu was het tijd voor de libellen. We checkten nog even het gebiedje achter het parkeerplaatsje en fotografeerden er een oud mannetje Bruine Korenbout, een soort die zeer algemeen was. Ook een Vuurlibel liet zich fotograferen, maar alleen door mij.
Bruine Korenbout.
Daarna reden we naar het bos en het duurde niet lang voor de eerste Gevlekte Glanslibel zich liet zien. Bij de eerste twijfelde ik nog een heel klein beetje, want die dingen zitten nooit stil, maar de tweede kwam zo dichtbij dat hij onmiskenbaar was. Leuke beesten zijn het, want ze zijn erg nieuwsgierig en als je stil blijft staan komen ze steeds even vlakbij je stil hangen in de lucht om te zien wat voor een raar wezen zich nu weer in hun territorium heeft begeven. Met mijn toestel was het onmogelijk om een foto te maken van de Gevlekte, maar Wiegert slaagde er wel in.
Groene Glazenmaker.
Mijn tweede gloednieuwe libellensoort liet niet lang op zich wachten en was heel wat coöperatiever qua fotografie: de Groene Glazenmaker. We zagen er maar een, maar die werkte wel volledig mee. Hij liet zich vliegend zien en hangend aan een blad, waar hij zich ook liet fotograferen.
Ik vergeet trouwens helemaal de vele Gewone Pantserjuffers te vermelden, die nog een libellenjaarsoort waren en die we om de haverklap in het riet zagen hangen. Na een flinke wandeling besloten we terug naar de auto te lopen, omdat het warm was en we zo'n beetje alles hadden gezien waarop we hadden gehoopt. Als toegift kwamen we nog een Zwarte Heidelibel tegen, een leuke libellenjaarsoort.
Zwarte Heidelibel.
Het was opnieuw een heerlijke dag geweest, met voor mij een nieuwe vlindersoort voor Nederland (de Grote Vuurvlinder), twee nieuwe libellensoorten (Groene Glazenmaker en Gevlekte Glanslibel) en een nieuwe sprinkhaansoort voor Nederland (de Gouden Sprinkhaan). Ik heb weleens beroerdere dagen gehad...
Grote Vuurvlinder.

woensdag 5 juli 2017

05-07-2017: Massa's Keizersmantels!

Mannetje Keizersmantel.
Al een paar dagen zag ik op waarneming.nl dat de AW duinen zo'n beetje vol zitten met Keizersmantels. Nog maar enkele jaren geleden was er sprake van hervestiging en was je al blij dat je er een of twee tegenkwam. Nu werd er melding gemaakt van twintig of meer op één plek, en dat door het hele duingebied. Nu moest ik toch nog een paar andere soorten uit de duinen hebben, met name de Duinparelmoervlinder en de Heivlinder, dus vanmorgen vroeg vertrok ik per trein naar Hillegom, waar - o wee - de OV-fietsen op waren. Shit. Dat werd lopen naar de ingang Panneland.
Blauwvleugelsprinkhaan.
Toen ik een uurtje later arriveerde bij de ingang Panneland was het leed echter snel vergeten. Op het parkeerterrein vlogen een stuk of acht Keizersmantels rond en foerageerden op de distels daar. Ook zaten er fotogenieke Bruin Zandoogjes en Groot Dikkopjes, zodat ik er uiteraard een tijdje bleef rondhangen. Daarna de duinen in, naar een plek waar al twee dagen achter elkaar grote hoeveelheden Keizersmantels, maar ook een Duinparelmoervlinder waren gezien. En die stond hoog op mijn verlanglijst. Het is een soort die ik nog maar tweemaal in Nederland heb gezien en het is me nog niet gelukt om hem op de foto te krijgen.
Bruin Zandoogje.
Ik checkte een eik en had onmiddellijk twee Eikenpages te pakken! Ik zocht in de omgeving van de kanalen kort naar de Heivlinder, maar die liet zich niet zien. Wel kon ik een mooie Blauwvleugelsprinkhaan fotograferen. Een stukje verder stuitte ik op een zeer klein, nerveus vlindertje: een Bruin Blauwtje, een van de soorten die ik nodig had! Intussen vond ik al lopende minstens drie of vier Zuidelijke Keizerlibellen, maar traditiegetrouw wilden ze niet poseren. Wel erg leuk dat ze het zo goed doen in de AW duinen!
Groot Dikkopje.
In de omgeving van het Vogeleiland vond ik een plek met Jacobskruiskruid, waar wederom een stuk of zeven Keizersmantels op foerageerden. Ik bleef er een tijdje hangen in de hoop hier ook een Duinparelmoer te vinden, maar dat lukte niet. Toen ik terugliep zag ik een stukje van het pad een flink veld met Jacobskruiskruid en ik besloot het te inspecteren. Ik wist niet wat ik zag. Een compleet surrealistisch beeld van massa's Keizersmantels, ik schat zo'n 150, ontvouwde zich voor mijn ogen. Totaal waanzinnig! Er liepen nog drie andere vlinderaars, en die wisten me te vertellen dat er ook een Duinparelmoer tussen zat. Nou, dat viel niet mee, maar uiteindelijk vond ik hem en zag ik de zenuwpees - want dat was het - twee maal kort op een bloem zitten. Van foto's kwam wederom niets. Maar ik had hem!
Nieuwe Keizersmantels in de maak!
Verbijsterd keken we naar de vele Keizersmantels. We vonden een paar keer een parend stel en intussen vloog een Zuidelijke Keizerlibel rond en trok de Duinparelmoervlinder zijn baantjes boven de bloemenzee. In een boom zat nog een Eikenpage en er waren ook nogal wat Harkwespen te zien, ook leuk natuurlijk.
Na een tijd genieten besloot ik rustig aan terug te lopen, want mijn voeten deden zo onderhand flink pijn en ik moest nog een stukkie - helemaal terug naar het station. Ik had geen fut meer om nog achter de Heivlinder aan te gaan, maar dat kwam helemaal goed, want de Heivlinder zocht mij op en poseerde even kort op een boomstam, net lang genoeg voor een foto.
Heivlinder.
Met vier vlinderjaarsoorten op zak liep ik de lange weg terug naar het station. Het was heerlijk toen ik eindelijk kon gaan zitten in de trein. Maar het was de moeite meer dan waard.