donderdag 22 februari 2018

22-02-2018: Flitstwitch naar de burgemeester van Utrecht

De Kleine Burgemeester (2e kalenderjaar) van Utrecht.
Een Kleine Burgemeester vlakbij het Centraal Station van Utrecht, zo'n buitenkansje kon ik niet laten lopen. Veertig minuutjes met de trein vanuit hier, vijftig meter lopen en je bent er. De Kleine Burg is een fraai meeuwtje en behoorlijk schaars. Hij komt helemaal uit IJsland of Groenland, de meeste die ons land bereiken blijven aan de kust. In het binnenland zijn ze een zeldzaamheid. Dus toen ik vanmorgen op waarneming.nl zag dat de vogel weer was gezien, ging ik erop af.
Ter plekke vond ik aanvankelijk een hele massa Kokmeeuwen en Stadsduiven, hier en daar een Stormmeeuw en een Zilvermeeuw, maar meer ook niet. Al snel kreeg ik gezelschap van een andere vogelaar, en samen liepen we een eind langs de gracht, tot aan de Munt. Onderweg zagen we een adulte Kleine Mantelmeeuw, leuk, want een jaarsoort. Maar de burgemeester weigerde zich te vertonen.

Ter hoogte van het gymnasium, waar de burg weleens op het dak zit, probeerde ik het door het voeren van een krentenbol. Daar kwamen veel meeuwen op af, maar niet de gewenste soort. Dus liepen we maar weer terug naar het begin van de gracht, waar onze doelsoort het vaakst wordt gezien. Er arriveerde een derde vogelaar en ik probeerde het ook hier weer met een krentenbol, wat aanvankelijk ook niet succesvol was. Maar toen zag een van mijn mede-vogelaars hem zitten op een lantaarnpaal! Yes, die zat in de pocket, maar het werd nog mooier. Want de burg kwam even later aangevlogen en landde vlak voor ons in de gracht. Zo liet hij zich mooi fotograferen, waarna hij ook nog even op de kant ging zitten poseren.

En zo werd deze flitstwitch toch een volledig succes. Op de terugweg werd het succes zelfs nog vollediger, want ter hoogte van de uiterwaarden van de Lek bij Culemborg hing er plotseling een Slechtvalk naast de trein! Fantastisch!
En als toetje zaten er bij Beesd, ter hoogte van het dierenparkje De Paay, twee Wilde - en evenzoveel Trompetzwanen in het land, beide soorten evenwel afkomstig uit het dierenpark.

zaterdag 17 februari 2018

17-02-2018: Bos en Hei(destein)

Vrouwtje Grote Kruisbek.
Het beloofde vandaag heerlijk weer te worden: zonnig, weinig oostenwind en temperaturen iets boven het vriespunt. Ideale omstandigheden om weer eens op pad te gaan. Mijn hoofddoel vandaag waren de Grote Kruisbekken die de hele winter al aanwezig zijn op landgoed Heidestein bij Zeist. Een gebied dat met de trein goed te doen is; en bovendien vlogen er daar nog wel meer leuke jaarsoorten rond die ik graag wilde toevoegen aan de lijst 2018.
Even voor acht uur arriveerde ik op station Driebergen-Zeist, waar het een ontstellende puinhoop was met werkzaamheden en wegomleggingen, zodat van mijn route naar de plek meteen al niks meer klopte. Maar na enig zoeken vond ik een pad dat door een park liep en uitkwam op de weg waarlangs een ingang van Heidestein was. Al lopende werd ik getrakteerd op tal van zingende vogels, gewone soorten, maar wat heerlijk dat ze weer muziek maken!
Mannetje Grote Kruisbek.
Eenmaal in het gebied begon het meteen te lopen. Op diverse plekken zongen Zwarte Mezen en ik  hoorde verschillende malen Kuifmezen roepen: twee jaarsoorten. Leuke soorten als Boomklever en Sijs hielden me bezig terwijl ik naar het Bosmeertje liep, de plek waar de Grote Kruisbekken vaak worden gezien. Toen ik daar aankwam hadden twee vogelaars net een kruisbek in de telescoop. Het bleek een 'gewone' Kruisbek te zijn, die eigenlijk natuurlijk ook helemaal niet gewoon is, en zeker niet voor mij. Een goeie jaarsoort, wederom. Later zag ik de Kruisbek nog een keer, en toen waren ze met z'n tweeën.
Ik ging maar eens een rondje lopen en na korte tijd ontdekte ik een onmiskenbaar mannetje Grote Kruisbek in het topje van een den. Ik kon er vlakbij komen, foto's maken en toen begon de vogel nog te zingen ook! Wat fantastisch! Maar toen ik me realiseerde dat ik daar natuurlijk een filmpje van moest maken, hield hij er prompt mee op.
Intussen liet op de achtergrond de Zwarte Specht zich met enige regelmaat horen, maar die hoopte ik later nog te zien ook.
Voor wat betreft de Grote Kruisbekken: later op de ochtend kwamen er twee (man en vrouw) in een boom naast het Bosmeertje zitten en het vrouwtje liet zich fraai fotograferen. Zo, die klus was geklaard.
Roodborst.
Ik ging op een bankje zitten vanwaar ik goed uitzicht had over de hei en de lucht daarboven, om te wachten op de Raaf die hier regelmatig wordt gezien. In de verte vloog iets groots: wauw, vrouwtje Havik! Wat een indrukwekkende beesten zijn dat toch. Ze was een zeer welkome jaarsoort. Even later hoorde ik een ratel en een paar seconden later begon er een Grote Lijster te zingen, alweer een jaarsoort. Dat ging voortvarend. De Raaf liet het echter afweten, wat jammer was, maar op de terugweg werd ik nog getrakteerd op een fraaie zichtwaarneming van de Zwarte Specht, die tegen een boomstam klaaglijk zat te roepen. Helaas was hij niet fotogeniek, maar hopelijk komt dat ook ooit nog een keer.
Vanuit de trein, op de terugweg, zag ik ter hoogte van Beesd twee Wilde Zwanen in het weiland zitten. Een jaarsoort, maar misschien kwamen ze wel uit het dierenparkje De Paaij. Zeker weten doe ik dat natuurlijk niet.
Hoe dan ook, het was een heerlijke ochtend met maar liefst acht jaarsoorten, waarvan de Grote Kruisbek natuurlijk het hoogtepunt was.
En nogmaals het mannetje Grote Kruisbek.

woensdag 7 februari 2018

07-02-2018: Een dagje AW duinen

De Klapekster liet zich mooi zien vandaag.
Tenminste eenmaal per jaar maak ik een wandeling in de AW duinen met mijn goede (Hillegomse) vriendin Anita, om een beetje bij te praten, om te genieten van de natuur en natuurlijk stiekem ook om jaarsoorten te scoren.
Vandaag was het weer eens zo ver. Rond elf uur arriveerden bij de ingang Panneland en van daar liepen we rechtdoor naar de kanalen. Een Boomklever riep en in het Nieuw Kanaal zwom onder meer een paartje Brilduikers, waarvan het mannetje zich erg leuk liet fotograferen.
We volgden het smalle kanaaltje richting het Zwarteveld en na korte tijd vloog daar een Watersnip op uit de kant, jaarsoort nummer 1. Even verderop riep een goudhaantje, en toen de vogel na eventjes wachten in beeld kwam, bleek het een 'gewoon' Goudhaantje te zijn, numero 2.
Mannetje Brilduiker.
Het was op zich vrij rustig met de vogels, maar het weer was heerlijk (licht vriezend, windstil en zeer zonnig, een verademing na alle regen en wind die we deze 'winter' hebben gehad).
Aan de rand van het Groot Zwarteveld vond ik al heel snel mijn belangrijkste doelsoort voor vandaag: de Klapekster die daar al een tijdje huist. Een fijne soort die ik hooguit een- of tweemaal per jaar te zien krijg. Op de terugweg liet hij zich nog lekker fotograferen ook. Een fijne vriend was het.
Op de kanalen ten westen van het Zwarteveld zaten in eerste instantie alleen de 'gewone' eendensoorten: Wilde -, Kuif-, Tafel- en Slobeend en Wintertaling. Geen Wilde Zwanen, geen Krooneenden. Maar onderweg naar de Zwaneplas hoorde ik opnieuw een goudhaantje en deze keer was het een pracht van een Vuurgoudhaan, alweer zo'n nuttige jaarsoort, en een fraaie bovendien.
Een paar honderd meter verder keken we uit over de Zwaneplas en daar vond ik (weliswaar op flinke afstand) minstens 25 Krooneenden, en ook die waren van harte welkom op de vogellijst 2018. Ook riep er een Waterral.
Bietsend Roodborstje bij restaurant Panneland.
Op de terugweg stapten we stevig door en vlogen er nog twee mannetjes Grote Zaagbek over ons heen. Tijdens een heerlijke warme chocomel met slagroom en een tosti bij Het Panneland zat er de hele tijd een Roodborstje op en onder de tafels om kruimeltjes te bietsen. Hij had concurrentie van een haan, die zich af en toe ook liet horen, hoewel iedereen natuurlijk allang wakker was.
Met vijf jaarsoorten, waarvan drie zeer nuttige, was ik bijzonder tevreden over de opbrengst. Het was weer een heerlijk en gezellig dagje duinen!
Haantje Pik.

donderdag 1 februari 2018

01-02-2018: Ross' Meeuw, een nieuwe soort!

De tweede kalenderjaar Ross' Meeuw van Vlissingen!
Op 24 januari jl. werd door Jan Goedbloed een Ross' Meeuw ontdekt in de haven van Vlissingen. Een Ross' Meeuw! Dat was een totaal nieuwe soort voor mij; noch in Nederland, noch in het buitenland had ik hem ooit gezien. Maar ja, Vlissingen. Twee uur en drie kwartier met de trein vanuit Leerdam, daar had ik nou niet ontzettend veel trek in, zeg maar. En bovendien, dat beest zou toch wel snel weg zijn, zoals het Ross' Meeuwen in Nederland betaamt.
Maar dag na dag werd het dier opnieuw gemeld. Het was net of hij me iedere dag vanaf de diverse waarnemingensites toeriep: 'Kom je nou nog Jan, ik ben er nog steeds hoor!'
Gisteren zat hij er een week, en de ene prachtfoto na de andere verscheen op de vogelsites. Oké, ik hield het niet meer en besloot er vandaag op af te gaan. Een lange reis en misschien voor niks, maar de dood of de gladiolen dan maar.
Om de kosten enigszins binnen de perken te houden vertrok ik na negen uur uit Leerdam, zodat ik mijn kortingskaart kon gebruiken. De reis zat ontzettend mee, omdat ik in Dordrecht nog een late aansluiting kon halen, en om tien over half twaalf was ik ter plekke. Het station ligt feitelijk in de haven, dus ver hoefde ik niet te lopen.
Ja, ik weet het. Baggerplaten. Dat beest was niet te doen met mijn cameraatje.
Ik hoefde ook niet lang te wachten, want al na een minuut of tien kwam de Ross' Meeuw de haven in gevlogen en eigenlijk was hij daarna nauwelijks weg. Zo'n anderhalf uur heb ik van het diertje genoten. Wat een droppie! En wat liet hij zich fraai zien! Regelmatig kwam hij op een of twee meter over of langs de waarnemers gevlogen. Regelmatig riep hij ook.
Maar foto's, nee, dat zat er niet in. De meeuw was buitengewoon snel, beweeglijk en wendbaar en na ruim anderhalf uur klooien had ik welgeteld bovenstaande bewijsplaatjes. Even rustig op het water zitten was er niet bij. Er was, kortom, met mijn toestelletje geen beginnen aan. Neemt niet weg dat ik super genoten heb van mijn allereerste Ross' Meeuw!
Aalscholver. Die wilde wel graag.
Een leuke bijvangst was een adult winter Zwartkopmeeuw, die ook tot tweemaal toe de haven in kwam vliegen en niet helemaal de aandacht kreeg die hij verdiende. Tussen neus en lippen door waren ook de Grote Gele Kwikstaart, de Steenlopers en de Aalscholvers die ruzieden met Grote Mantel- en Zilvermeeuwen erg onderhoudend.
Tegen twee uur besloot ik huiswaarts te gaan. Ik had immers nog een lange reis voor de boeg. Om halfvijf was ik thuis, moe maar uiterst tevreden.

vrijdag 26 januari 2018

26-01-2018: Geen Ross' Gans, toch een leuke dag.

Zilver- (l) en Geelpootmeeuw (r).
Vandaag begon met mijn eerste zingende Zanglijster van het jaar, een heerlijk gehoor. Toen was het nog donker en lag ik nog in bed. Toen het licht werd, bleek deze Zanglijster een mooie dag te hebben aangekondigd, want het was zowaar droog, het waaide nauwelijks en ik meende zelfs een min of meer onbewolkte hemel te zien. Op de fiets dus en vogels scoren, want in deze ultieme zeikwinter moet je iedere aardige dag meepakken.
Mijn belangrijkste doel was de Ross' Gans, die de afgelopen week regelmatig in de uiterwaarden van Culemborg bivakkeert. Als hij daar niet zit, zit -ie aan de overkant. Hopen en bidden dus maar dat het beest vandaag aan de goeie kant zou zitten.
Al snel bleek dat het een leuke dag zou worden. Nog in Leerdam hoorde ik een Boomklever roepen, een redelijk zeldzame soort in deze streek. Bij Acquoysemeer zaten veel Sijsjes en tenminste drie Grote Barmsijzen, de zoveelste die ik deze invasiewinter zie. Even verderop vloog een Waterpieper op en nog iets verder kwamen mijn eerste Veldleeuweriken van 2018 overvliegen. Leuk! Ik hoorde er meerdere vandaag, op diverse plaatsen.
Ik arriveerde bij De Waaij, en daar zaten wat meeuwen in de plas. Weinig grote meeuwen, maar toch even checken:  verdraaid, daar zat een Geelpootmeeuw, jaarsoort nummer twee! Het was nog tamelijk nevelig, maar de (iets bewerkte) foto laat niets te raden over. Hoppa!
Fuut.
Aan het eind van de Diefdijk sloeg ik deze keer rechtsaf, richting Culemborg, en vanaf de Goilberdingerdijk telde ik een  mooi groepje van 23 Kleine Zwanen. Wat een fraaie vogels zijn dat toch. Ook een man Pijlstaart, die zich in een grote groep eenden bevond, was erg leuk.
In de Baarsemmerwaard zong een Cetti's Zanger uitbundig en het systematisch afspeuren van de eenden leverde resultaat op: daar zwom een mannetje Nonnetje! Een fijne soort die ik hoogstens een paar keer per jaar zie.
De Ross' Gans zat helaas aan de verkeerde kant vandaag. Ik speurde alle ganzen af, ook die aan de overkant van de Lek, en wachtte een tijdje tot de vogel zich misschien toch zou melden. Intussen vond ik wel een man Grote Zaagbek, een fijne jaarsoort. Op een zeker moment gingen er honderden ganzen de lucht in aan de overzijde van de Lek, maar ook daar zat hij niet tussen. Dan maar naar Everdingen.
Onderweg, vlakbij Werk aan het Spoel, hoorde ik ineens Baardmannetjes! Luid en duidelijk pingden ze vanuit het riet, maar ze lieten zich niet zien. Jaarsoort nummer vijf was dat.
Bij Everdingen was het weer een baggerbende. Toch ploegde ik me er maar doorheen, vond een fraaie Waterpieper en twee à vier Baardmannetjes die zich mooi lieten bekijken. Doodgewone soorten als Rietgors en Roodborsttapuit wilden echter niet meewerken, zodat de 120 jaarsoorten er nog niet inzat vandaag.
Op de terugweg bij de plas met de palen (bij De Waaij) pauzeerde ik even en vond een fraaie adulte Pontische Meeuw tussen de gewonere soorten.
Geen Ross' Gans dus, maar een heerlijk dagje was het wel, zowel qua weer als qua vogels.

zaterdag 20 januari 2018

20-01-2018: Pierewaaien

Drieteenstrandloper.
Ik had vandaag een afspraak met Koert en René voor het traditionele Nieuwjaarsvogelen, en dus zat ik om tien voor half zeven al in de trein om rond halfnegen in Heemstede te kunnen zijn. Daar stonden mijn vogelvrienden al op me te wachten. Ons eerste doel waren de vijf Pestvogels die al een week aan de Lodewijk van Deijssellaan in Haarlem verblijven. We waren er in no time en toen we uit de auto stapten zag ik de Pestvogels direct zitten in een boom vlak boven een besdragende struik. Hopla, dat ging voortvarend. Helaas was het nog erg donker en zaten de vogels er niet echt fotogeniek voor, maar we konden ze een kwartier of zo mooi bekijken voordat er een vent met een hond langs kwam lopen waardoor de Pestvogels opvlogen en de wijk in verdwenen.
Dat was voor ons het teken om ons naar de Zuidpier van IJmuiden te begeven, waar we de rest van deze vogeldag wilden doorbrengen. Er waren voor ons allemaal nog genoeg jaarsoortjes te halen.
Zeekoet. Die had ik al in jaren niet zo mooi gezien.
Nadat we de auto geparkeerd hadden, wierpen we een eerste blik op het strand en vonden direct wat we zochten: een groep van 17 Sneeuwgorzen! De heerlijke beestjes lieten zich prachtig zien terwijl ze over de grond renden langs een plas op het strand, af en toe opvlogen en weer naar beneden gingen. Het was een tijd geleden dat we een zo grote groep hadden gezien.
We liepen verderop, pikten een Dodaarsje mee uit de jachthaven en checkten het piertje waar de Kuifaalscholver meestal huist, maar dat was verlaten.
Niet getreurd, want even verder, bij het torentje, zat een Oeverpieper op de basaltblokken en de eerste Drieteenmeeuw van de dag, een tweede kalenderjaar vogel, kwam over ons heen gevlogen. Op de punt zaten er nog zeker een stuk of vijftien in een enorme groep meeuwen. En dat was leuk, want die had ik al ettelijke jaren niet meer gezien.
Een stukje verderop kropen de eerste Steenlopers en Paarse Strandlopers over de basaltblokken. Daarna werd het een tijdje stil tot we voorbij de bocht waren. We liepen net een beetje te klagen dat het wel erg stil was langs die pier toen de eerste zes Jan-van-Genten werden ontdekt, prachtige adulte vogels die op redelijke afstand richting zuid vlogen.
Spoiler: met de Kuifaalschover kwam het toch nog goed.
Wat een heerlijke beesten zijn dat toch! Vrijwel tegelijkertijd kwam er voor de derde keer vandaag een groep rietganzen over en deze keer kon ik aan de lichte bovenvleugels zien dat het om circa 35 Kleine Rietganzen ging. Anderen zagen vandaag nog veel meer Kleine Rietjes overvliegen, en wij zagen halverwege de pier ook een paar grote groepen 'rietjes' over komen waarvan we vanwege de afstand verder geen chocola konden maken. Leuk!
Meerdere Roodkeelduikers vlogen langs en naarmate we de punt naderden werden er steeds meer Jan-van-Genten en Drieteenmeeuwen (zowel adulte als onvolwassen vogels) gezien. Koert en René zagen ook Zeekoeten voorbij komen en toen ik even door René z'n scoop koekeloerde, zag ik er direct ook eentje langsvliegen.
Drieteentje.
We verbleven geruime tijd op de punt van de pier en zagen onder meer supertamme Steenlopers en ook een zeer amusant en tam Drieteenstrandlopertje dat zich uitgebreid tussen de vogelaars ging zitten badderen in een plas water. Dat was even leuk fotograferen.
Na een tijd kijken en genieten waren we verkleumd tot op het bot en liepen we terug de pier af om in een strandtent de traditionele kroketten met brood en koffie te gaan nuttigen. Terwijl we dat deden, zagen we dat vanmorgen de Zwarte Zeekoet weer was gezien bij de ingang van de jachthaven, en dat daar ook de Kuifaalscholver (toch) was waargenomen. Dus speurden we na het eten opnieuw die plek af. De Kuifali bleek aan de andere kant van het piertje te zitten en liet zich mooi zien. Tijdens het speuren naar de Zwarte Zeekoet ontdekte ik wel een 'gewone' Zeekoet, die zich uiteindelijk heel fraai liet zien en fotograferen. De Zwarte kwam er echter niet uit. Het gaf niet, we hadden een heerlijke dag gehad en om drie uur stapte ik weer op de trein in Heemstede.
Vier van de zeventien Sneeuwgorzen.

zondag 14 januari 2018

14-01-2018: Nieuwe dakterrassoort: Zwarte Ooievaar!

Vanmorgen ben ik even met Cilja naar de uiterwaarden gereden in de hoop daar de Baardmannetjes te kunnen oppikken. Maar toen we er aankwamen stond het water zo hoog dat een groot deel van het riet half of helemaal onder water stond. Ik liep een eindje het gebied in, maar het pad was ook nog een grote modderpoel en de moed zonk me snel in de schoenen. Wel vloog er nog een Waterpieper roepend op. De Baardmannen komen een andere keer wel, besloot ik.
Dus reden we wat verderop en zagen twee Steenuiltjes in hun bekende knotwilg zitten en bij de stuw van Hagestein scoorde ik nog twee Dodaarsjes, een jaarsoort.
's Middags rond kwart over twee liep ik even het dakterras op met Cilja's kijkertje, het was immers zonnig weer met zuidoostenwind en de tijd is goed voor doortrekkende Rode Wouwen, dus wie weet. Ik keek omhoog naar het zuiden, het westen, het noorden, het oosten... Hé, wat gaat daar voor een joekel? Een Zwarte Ooievaar! Overduidelijke 'ooievaar', laag vliegend, pal naar noord. Zwarte nek, borst en vleugels, witte oksels en buik. Ik kon mijn ogen niet geloven, het is immers januari en die beesten worden geacht in zuidelijke streken te verkeren!
Wel is er de afgelopen tijd ook eentje ergens in Friesland en Overijssel gezien. Dezelfde vogel misschien?

dinsdag 9 januari 2018

09-01-2018: De 100 gepasseerd

Torenvalkje in de Everdingse uiterwaarden.
Het was vandaag eens droog en rustig weer, dus ik besloot voor de 100 jaarsoorten te gaan in de uiterwaarden van Everdingen. De Baardmannetjes stonden hoog op mijn verlanglijst, en ook hangt er weer een Roerdomp rond en werden er de laatste tijd elke dag Grote Zaagbekken gemeld.
Om kwart voor negen stapte ik op de fiets en noteerde op weg naar De Waaij, mijn eerste geplande tussenstop, wat gewone soorten en een Ree, mijn eerste zoogdiersoort van het jaar 2018.
Bij De Waaij zelf speurde ik een tijdje tussen de meeuwen, maar vond zo gauw niets bijzonders. Wel vloog er een luid roepende Waterpieper over, mijn eerste jaarsoort. Ik reed een klein stukje verder, naar de plas met de palen langs de snelweg. Hier vond ik al snel een mooie adulte Pontische Meeuw, jaarsoort nummer twee. Dat ging goed.
Adulte Pontische Meeuw.
Nog een klein stukje verder zaten twee Ringmussen te djem-tsjilpen, nummer drie. Aangezien ik vijf jaarsoorten nodig had voor de 100, lag ik dus lekker op schema.
Aangekomen bij Fort Everdingen checkte ik eerst de gracht, waar gisteren nog een Grote Zaagbek in zat. Maar die was vandaag afwezig, zoals trouwens overal in het gebied. Wel vloog er weer een Grote Barmsijs voorbij, de zoveelste van het jaar. Later volgden er nog enkele.
Een eerste check van de eenden in de uiterwaarden leverde vier Pijlstaarten op, jaarsoort nummer vier. Nu kon het niet meer misgaan. Maar de ronde om het gebied heen die ik liep, leverde toch onverwacht weinig op. Het water in de Lek stond zeer hoog en het pad was een grote modderbende. Ik hoorde een Waterral aan het begin van het pad (nummer 5 van de dag en nummer 100 van het jaar), maar Baardmannen, Rietgorzen, Roodborsttapuit, IJsvogel, Grote Zaagbekken, Dodaarsjes et cetera waren onvindbaar. Toch volgde er nog een verrassing: tussen een groepje overvliegende Kol- en Grauwe Ganzen hoorde ik een afwijkend geluid en dat bleek afkomstig te zijn van een Toendrarietgans! Een vrouwtje Sperwer liet zich zien, een Torenvalk liet zich fotograferen en op de terugweg had ik opnieuw een Pontische Meeuw en een Grote Gele Kwikstaart. En zo was het toch allemaal weer de moeite waard.
En nog een keer de Torenvalk.

zaterdag 6 januari 2018

06-01-2018: Vijf Kwakken

Eén van de vijf.
Het was droog en vrijwel windstil weer, dus ik besloot er meteen nog maar een fietstocht tegenaan te gooien. Via Rhenoy en dierenparkje De Paay naar de Mariënwaard, dat leek me een leuke route die wel wat jaarsoortjes kon opbrengen. Bovendien kon ik dan meteen even checken hoe het met de Kwakkenstand bij het dierenparkje is gesteld.
Net buiten Leerdam vond ik drie Ooievaars voor de jaarlijst. Vlakbij het dierenparkje mijn eerste Staartmezen van het jaar. En bij De Paay wachtte me een verrassing, want de Kwak heeft zich aardig uitgebreid. Maar liefst vijf vrij vliegende exemplaren zaten op het dak van het verblijf. Altijd leuk fotograferen, al is al dat gaas op de achtergrond natuurlijk niet echt het je van het.
Ik fietste door naar de Mariënwaard, waar het echter rustig was, om niet te zeggen stil; en met de grootste moeite wist ik er een Boomklever voor de jaarlijst uit te trekken.
Kwak 2 van 5.

vrijdag 5 januari 2018

05-01-2018: Werken aan de jaarlijst

De Waterspreeuw van Papendrecht.
Vandaag had ik een afspraak met Chris en Wiegert om ons traditionele nieuwjaarsrondje richting Zeeland te maken. Om acht uur vertrokken we uit Leerdam en ons eerste doel was niet zoals gebruikelijk Barendrecht, maar Papendrecht, omdat daar al een tijdje een Waterspreeuw huist in een suf slootje dat rond een wijk loopt. Niettemin lijkt de Waterspreeuw zich er helemaal thuis te voelen.
Het schemerde nog een beetje toen we arriveerden en al speurend liepen de hele sloot af, maar vonden niets. Hoewel een overvliegende Grote Gele Kwikstaart best leuk was voor de jaarlijst. Maar de Waterspreeuw was waarschijnlijk nog niet wakker. Het was ook wel erg gewaagd om de dag te beginnen met een vogel die (in het Engels) Dipper heet, aldus Chris.
We hadden een druk programma, dus besloten we eerst door te gaan naar Barendrecht, waar de Buffelkopeend traditiegetrouw de eerste echte zeldzaamheid van het jaar moest worden, en op de terugweg zo nodig nog een keer voor de Waterspreeuw te gaan. De Buffelkop zat ditmaal aan de andere kant van de plas, tussen de huizen, aan het Havenhoofd. We vonden hem razendsnel, zodat we wat tijd inliepen op de verloren tijd in Papendrecht.
Een van de drie Koereigers van Strijen.
Op naar het Oudeland van Strijen, waar Roodhalsgans, Dwergganzen en Koereigers op ons wachtten als het goed was. We begonnen met zoeken naar de Roodhals, maar tussen de vele honderden, zo niet duizenden Brandjes konden we hem helaas niet vinden. Dan maar hopen op de Dwergganzen, en die lieten zich deze keer eens heel aardig zien. Het waren er 16, waarvan ik er slechts 15 zag, maar dat vond ik niet erg. Het was vandaag echt genieten van de Dwergjes.
We vonden al zoekende ook nog een Kleine Canadese Gans, weliswaar een exoot, maar veel zie je ze niet. Toch leuk. Ook fotografeerde ik nog een wat vreemde gans, die een hybride Canadese x Brand bleek te betreffen.
We moesten een stukje omrijden voor de Koereigers, maar ze lieten ons niet in de steek. Eerst eentje tussen de schapen, vervolgens nog twee tussen de paarden.
Hybride Canadese x Brandgans bij Strijen.
Dik tevreden reden we door, naar Battenoord, waar de ook al traditionele Flamingo's en exotische aanverwanten al op ons stonden te wachten. Eén Flamingo was lekker aan het foerageren en dat was weer eens wat anders dan die saaie roze streep slapende flamingo's die je hier normaal gesproken aantreft.
We pikten ook nog wat normalere jaarsoorten op en gingen toen verder richting Goedereede, waar zowel Zwarte - als Witbuikrotgans tussen de Rotjes zouden zitten. Maar helaas, de plek bleek totaal verlaten, afgezien van een stuk of acht Rotganzen en wat Brandjes en Kollen. Gelukkig vonden we er nog een winterse Bruine Kiekendief als troostprijs.
Op naar de Brouwersdam dan, waar nog vele jaarsoorten te halen vielen. Aangekomen bij het Haventje Noord begon het te regenen, wat nou niet direct erg goed uitkwam, omdat er gespeurd moest worden met de telescoop naar verre duikers en andere leukerds. Gelukkig werd het na een kwartiertje weer droog en in de tussentijd vermaakten we ons met Middelste Zaagbekken, Kuifduikers, Scholeksters, Steenlopers, een Zilverplevier en Drieteenstrandlopers.
Flamingo bij Battenoord.
Toen het weer droog werd kon het speuren naar het ver op zee dobberende spul beginnen. We vonden enkel Roodkeelduikers, bijna allemaal ver weg. Leuk was een Grote Stern die kwam langsvliegen (en die deed dat later nog enkele malen).
Verderop langs de dam kwamen jaarsoorten als Brilduiker, Paarse Strandloper, Eider en Zwarte Zee-eend langs. Erg onderhoudend allemaal. En bij de Spuisluis zat een Kuifaalscholver tussen de Aalscholvers op de basaltblokken, hartstikke mooi, en vloog er een onverwacht - maar daarom des te leuker - Smelleken langs, ontdekt door Wiegert.
Intussen was de Waterspreeuw weer gevonden en was het twee uur, zodat het tijd werd om terug te keren naar Papendrecht om de spreeuw alsnog in te rekenen. En dat lukte. Het was een heerlijk slot van de dag om deze vogel actief te zien foerageren, zwemmen en kopje onder gaan. Een fantastisch beestje, en dat geheel onbevreesd op zo'n tien meter afstand.
Het spreekt vanzelf dat we tevreden huiswaarts reden. Juist toen we vertrokken begon de regen weer op te vallen, maar dat kon ons allang niet meer schelen.
Nogmaals de Waterspreeuw.

dinsdag 2 januari 2018

02-01-2018: De kop is er weer af

Het vogeljaar 2018 is begonnen! Uiteraard stond ik gisteren al vroeg op ons dakterras om de eerste gewone soorten in te rekenen. We moesten gisteren op bezoek bij familie in Hillegom, dus onderweg daarnaartoe noteerde ik ook nog wat soorten.
Vanmorgen hebben Cilja en ik ons traditionele autoritje door de streek gedaan. Via de Diefdijk reden we naar de polders bij Everdingen, waar weer Kleine Zwanen huizen. We vonden ze snel, hoewel ze ver weg op het land zaten. In de uiterwaarden zelf deed ik een snelle poging op de Baardmannetjes, maar die lieten zich horen noch zien. Wel wat eendensoorten voor de jaarlijst: Bergeend, Slobeend en Wintertaling lieten zich zien. Een Wulp riep vanuit de verte en Cilja vond een Gaai voor me.
Ons volgende doel was het Steenuiltje langs de dijk en gelukkig zat hij vandaag op z'n plek. We reden nog een stukje, naar Vianen en van daar naar Lexmond, waar we de dijk weer opreden. We vonden nog leuke plekjes met veel eenden, Smienten met name, maar er zaten verder geen jaarsoorten tussen.
's Middags wandelde ik over de Zuiderlingedijk naar het kasteelbos van Heukelum en zag leuke jaarsoorten, zoals Kramsvogels en minstens 75 Koperwieken. Een Matkop liet zich mooi zien bij het kasteelbos en de grootste verrassing waren twee Goudvinken die in het bosje vlak voor het eigenlijke kasteelbos zaten te roepen. Eén ervan liet zich ook heel mooi zien. Deze soort had ik pas eenmaal eerder in de regio, een goeie dus.

zaterdag 25 november 2017

25-11-2017: Een fotogenieke Woestijntapuit en een gloednieuwe soort.

Het mannetje Woestijntapuit van Schiphol.
Ik had vandaag een afspraak met Koert en René om een dagje te gaan vogelen en dat kwam goed uit, want er was van alles te beleven in het land. Uiteindelijk werd het een dag die rond twee soorten draaide.
Nadat ik naar Heemstede was getreind, stapte ik bij mijn vogelvrienden in de auto en konden we vertrekken naar Schiphol, waar langs de Duizendbladweg al een kleine week een mannetje Woestijntapuit huist. Mijn laatste stamde uit 2011 en voor Koert en René was het nog veel langer geleden, dus die was wel weer eens aan verversing toe. Bovendien liet de vogel zich af en toe bijzonder goed fotograferen, dus het maken van een stel leuke foto's van het beest was ook onderdeel van ons plan.

Eenmaal ter plaatse waren er al aardig wat vogelaars present, en tot onze opluchting was de vogel nog aanwezig. Hij was alleen net achter een rij aardhopen verdwenen en kwam daar een tijdlang niet achter vandaan. Maar na een stief kwartiertje wachten zat hij ineens zichtbaar op een hoopje aarde; helaas veel te ver weg voor een aardige foto. Maar goed, hij zat in de tas en hij was mijn 250e jaarsoort, dus ik was allang blij.
Aangezien noch de Steppevorkstaartplevier van Goeree, noch de Kokardezaagbek bij Zwolle (een van die twee zou ons volgende doel worden) al waren gemeld, bleven we voorlopig bij de tapuit in de hoop dat die uiteindelijk op de hopen aarde vlak langs de weg zou gaan zitten, wat hij regelmatig scheen te doen.

Eerst raakten we de vogel weer kwijt, toen dook hij weer op, nog steeds ver weg. Maar ineens zag ik hem aan komen vliegen en op een rij aarde dichterbij ons gaan zitten. En vrijwel meteen kwam hij nog dichter naar ons toe gevlogen en ging op de hopen langs de weg zitten. Hoera! De Woestijntapuit liet zich vanaf nu langdurig en van heel dichtbij zien en fotograferen en van die gelegenheid maakten we natuurlijk dankbaar gebruik. Missie nummer 1 geslaagd!

Nog altijd was geen van beide nieuwe soorten voor Nederland (voor mij; de Steppevork was zelfs nog een totaal nieuwe soort) gemeld. We besloten daarom naar de Brouwersdam te gaan en mocht de Step dan toch worden gemeld, konden we daar in no time zijn.
Toen ik onderweg waarneming.nl nog eens checkte, bleek de vogel gemeld te zijn. Op dus naar de Watergatseweg nabij Stad aan 't Haringvliet op Goeree! Maar helaas, eenmaal ter plaatse hoorden we direct dat de vogel alleen overvliegend was gezien en al een tijd spoorloos was. Niettemin besloten we de telescopen op te stellen en af te wachten.
Er was niet veel te beleven bij het Watergat en na enige tijd naderde er een fikse bui. Omdat het toch al over twaalven was, besloten we eerst maar een restaurantje op te zoeken om te gaan lunchen.

Na de lunch reden we terug naar de Watergatseweg. Intussen regende het flink, dus parkeerden we de auto in de kant en wachtten af. Toen het uiteindelijk droog werd, stapten we uit en zochten de slikrand af, waar nu wel wat vogels zaten: een aantal Kieviten, vier Watersnippen, een Zwarte Ruiter en zes Bonte Strandlopers, onder meer. Maar geen Steppevorkstaartplevier.
We hielden vol en vermaakten ons met een paar roepende Waterrallen, een groepje Graspiepers en Veldleeuweriken, een Grote Zilverreiger en een Blauwe Reiger die een joekel van een Snoek ving en nog door zijn keel kreeg ook.

Net toen ik de moed zo'n beetje had opgegeven zag ik iets aan komen vliegen, richtte de kijker en... YES! Daar kwam de Steppevorkstaartplevier aangevlogen! De vogel vloog recht op ons af, maakte een rondje boven ons en boven de plas en vloog toen weer ver weg de akkers op, tot hij uit het zicht verdween. Allemachtig, wat een sensatie!
Dat we vogel kort en alleen vliegend zagen, maakte niet uit. Het licht was goed en de Step kwam vlak over ons heen vliegen, zodat we hem prachtig hebben gezien.

Intussen was het zo'n beetje tijd om huiswaarts te gaan, dus met een uiterst voldaan gevoel stapten we in de auto en gingen op weg. Het was een fantastische dag geweest, waarop we veel geduld moesten opbrengen, maar de opbrengst 100% was.

zondag 19 november 2017

19-11-2017: Een stormachtig dagje vogelen.

Gewone Zeehond in het vluchthaventje van Neeltje Jans.
Vandaag stond er een dagje vogelen met Chris op het programma. Er waren diverse kansrijke routes te bedenken, want overal in het land zaten leuke soorten: een ongeringde Kokardezaagbek bij Zwolle, een Woestijntapuit bij Schiphol, Pallas' Boszanger in Meijendel, Witwangstern in de haven van Stellendam, Kleine Alk en Parelduiker in de vluchthaven van Neeltje Jans. Onze keus viel op de laatste drie soorten plus de Koereigers van Strijen. Ik hoopte vandaag de 250 jaarsoorten vol te maken, waarvoor ik er nog drie nodig had. Dat leek een makkie.
Om kwart over acht reden we op de Waleweg bij Strijen en vijf minuten later hadden we twee fraaie Koereigers te pakken. Dat was een veelbelovende start! We zochten nog een tijdje naar de Dwergganzen, die ook alweer zijn gearriveerd, maar dat is altijd een bijzonder lastige klus en we vonden ze niet vandaag. Gelukkig stonden ze al op de jaarlijst. Wel zag ik nog twee Goudplevieren, altijd leuk.
Het was op dat moment mooi, zonnig en rustig weertje en niets wees op de harde noordwester en de buien die voor vandaag waren voorspeld.
Grote Mantelmeeuw langs de Brouwersdam.
Dat veranderde toen we bij Stellendam aankwamen om daar de Witwangstern binnen te tikken (dachten/hoopten we). Maar dat viel niet mee. We zochten uitgebreid in de buitenhaven, maar vonden geen spoor van de vogel. Wel een onverwachte verassing: een Ruigpootbuizerd kwam laag over de haven gevlogen, en die was weer een jaarsoort. Geen vuiltje aan de lucht voor de 250, zo leek het, we moesten immers nog naar Neeltje Jans en met die noordwester zat een Drieteenmeeuw bij de Brouwersdam er misschien ook nog wel in.
We zochten en zochten, maar de Witwangstern werkte niet mee. Wel vonden we een Sneeuwgors, altijd een leuke soort.
We besloten in een ruk door te rijden naar Neeltje Jans, daar de benodigde soorten te scoren en dan hadden we de verdere dag vrij om te doen waar we zin in hadden. Maar bij Neeltje aangekomen, kwam de regen met bakken uit de lucht, zodat we eerst een tijd in de auto moesten wachten tot het droger werd. De wind was intussen verder aangetrokken, zodat het niet erg aangenaam kijken meer was, buiten. Samen met nog vier vogelaars zochten we de vluchthaven af, maar vonden Kleine Alk noch Parelduiker. Wel een Dodaarsje en wat Middelste Zaagbekken en een Gewone Zeehond hield ons nauwlettend in de gaten.
Ekster waait uit  langs de Brouwersdam.
Enigszins teleurgesteld dropen we na een tijd zoeken af en gingen naar de Brouwersdam. Daar was een waar meeuwenspektakel aan de gang. Honderden meeuwen hingen langs de dam en vonden blijkbaar voedsel dat door de wind naar de kant werd gedreven. We bekeken ze allemaal, maar een Drieteenmeeuw zat er niet bij. Wel een groep Eiders, vier Drieteenstrandlopers, veel Steenlopers en Scholeksters en vier of vijf te verre Alk/Zeekoeten.
Ik legde me er maar bij neer dat de 250 jaarsoorten er vandaag nog niet gingen komen, en toch tevreden vanwege het mooie en sfeervolle meeuwengebeuren reden we naar Kerkwerve, waar een Rosse - en een Grauwe Franjepoot toevalligerwijs hetzelfde plasje hebben uitgekozen om in rond te dobberen. De Rosse zou nog een nieuwe soort voor Chris zijn, dus de vreugde was groot toen beide franjepootsoorten gewoon aanwezig bleken op de plas.
Twee Kleine Zilverreigers bij Kerkwerve.
De beestjes lieten zich prima bekijken terwijl ze enthousiast rondtolden tussen de meeuwen en de Tureluurs. Leuk! Er viel ook nog te genieten van twee fraaie Kleine Zilverreigers en een late Lepelaar en een schattig jong katje hield ons een tijdje mauwend en kopjes gevend gezelschap.
Ons laatste wapenfeit was het scoren van de eenzame Witbuikrotgans, die een paar kilometer verderop zat. We waren net op tijd, want we hadden hem nog maar nauwelijks gevonden toen de vogel samen met Bergeenden opvloog om even verderop weer te landen en te verdwijnen achter de begroeiing.
En zo was het weer een heerlijk vogeldagje geworden, daar waren we het over eens.

dinsdag 7 november 2017

07-11-2017: Baardmannetjes!

Baardman.
Er zitten al een paar weken Baardmannetjes in de uiterwaarden bij Everdingen, en aangezien dat nog een jaarsoort voor me was en ik deze soort nog nooit had kunnen fotograferen, trok ik er vandaag een paar uurtjes voor uit. Het was mooi zonnig, windstil weer en onderweg had ik al drie Ooievaars, een Matkop en een overvliegende Grote Gele Kwikstaart.
De Baardmannetjes vinden was niet moeilijk. Toen ik het gebied in liep, hoorde ik er vrijwel meteen een roepen, en even later had ik een mooi mannetje in de kijker. Maar ik wilde meer, want ik wilde ze graag op de gevoelige plaat zetten. Dat kostte wat meer tijd, maar van de stuk of tien Baardmannetjes kreeg ik uiteindelijk een Baardman en een Baardvrouw op de foto. En het was langdurig genieten van de fraaie vogeltjes!
Baardvrouw.
Nadat ik de gewenste foto's had gemaakt, liep ik nog een stukje door het gebied en kwam leuke dingen tegen, zoals een paar overvliegende Watersnippen, idem Waterpieper, een man Roodborsttapuit, een zingende Cetti's Zanger, een late Lepelaar, een vroeg Nonnetje, een overvliegende Havik en een langs suizende IJsvogel.
Een Kuifeend en een Winterkoning wilden nog leuk op de foto.
Winterkoning.
Op de terugweg had ik bij het plasje met de palen langs de snelweg - bij De Waai - nog een adulte Geelpootmeeuw als toetje. Ik heb weleens mindere dagen gehad.
Adulte Geelpootmeeuw.
Kuifeend.

maandag 16 oktober 2017

13 t/m 16-10-2017: Dutch Birding najaarsweekend 2017

De ster van het weekend: de Hop!
13-10-2017
Ik moest vanmorgen vroeg uit de veren, om 05:00 uur om precies te zijn, maar het was voor een goede zaak, want het Dutch Birding najaarsweekend op Texel zou vandaag beginnen en daar moesten Koert, René en ik traditiegetrouw bij zijn. Om negen uur troffen we elkaar op het station van Den Helder en een halfuurtje later stonden we op de veerboot, uiteraard op het achterdek, om te zien of er nog leuke soorten achter de boot aan kwamen vliegen. Het bleef echter bij de gewone meeuwensoorten en een paar Rotganzen.
In Den Helder hadden we al de eerste overtrekkende Grote Gele Kwikstaart, Veldleeuweriken en Vinken.
Het waaide behoorlijk stevig uit het zuidwesten vandaag en qua temperatuur was het ook niet zo aangenaam als ons door de weervoorspellers was beloofd, maar goed, het was tenminste droog.
Eenmaal op Texel besloten we meteen voor een van de potentiële hoofdprijzen te gaan: het groepje Grote Kruisbekken dat al een aantal dagen in de Staatsbossen rondzwierf. We posteerden ons op de uitkijktoren bij de Fonteinsnol, waar je een goed overzicht over de boomkruinen hebt en tamelijk ver kunt kijken. Op een zeker moment zouden die kruisbekken toch zeker langs komen vliegen?
'gewone' Kruisbekken.
Maar dat viel toch niet mee. De Grote Kruisbekken hadden vandaag een andere locatie uitgezocht waar ze zo'n beetje de hele dag rondhingen (bleek achteraf) en wij zagen en hoorden weliswaar eenmaal een groep kruisbekken langsvliegen, maar echt veel chocola was er niet van te maken. Wel vloog er een roepende Barmsijs over, jaarsoort nummer 1, en er vlogen Putters, Sijzen, Graspiepers en we zagen en hoorden allerlei gewone bosvogels.
Rond de middag waren we het zat en gingen lunchen bij De Robbenjager. Daarna besloten we een poging te doen op de Hop die onregelmatig bij camping Sluftervallei werd gezien, maar we waren daar nauwelijks aan het lopen toen er een melding kwam van een tamme Sneeuwgors op het parkeerterrein van paal 28, vlakbij dus. Die was nog een jaarsoort voor ons allemaal, dus: erop af! We kregen geen spijt van deze beslissing, want de Sneeuwgors, een mannetje, liet zich fantastisch zien en van dichtbij fotograferen. Wat een heerlijk beestje!
Het mannetje Sneeuwgors van paaltje 28.
Toen we uitgefotografeerd waren, stortten we ons alsnog op de Hop, maar die wilde vooralsnog niet meewerken. Wel kwam er een mooi vrouwtje Blauwe Kiekendief voorbij vliegen. Onze ronde over de camping bleef verder echter vruchteloos.
Dan maar naar het Renvogelveld, waar de soortenlijst flink werd aangevuld met water- en andere vogels. Een kort bezoek aan het reddingsbotenhuis leverde weinig op, mede vanwege de almaar aanwakkerende wind.
We besloten naar Dijkmanshuizen te gaan, niet alleen omdat daar een Grauwe Franjepoot huisde, maar ook in de hoop daar nog wat steltloper-jaarsoorten aan te treffen. Met name de Watersnip was een gewilde soort voor mijn metgezellen. En die troffen we inderdaad aan, samen met het Grauwe Franjepootje en een Kleine Strandloper.
Nogmaals het mannetje Sneeuwgors.
We deden een poging op een Bladkoning in het Krimbos, maar behalve een paar fraaie Kepen zagen we daar niets bijzonders. Toch begon het ineens weer te lopen. Er werd een Klapekster gemeld bij De Mient, en toen we daarnaar op weg waren kwam de melding van een Roodhalsgans tussen de Brandjes aan de Hoofdweg door. Eerst die maar, dus. Gelukkig was de Roodhals snel opgespoord en die was voor René en Koert een jaarsoort en voor mij een nieuwe Texelsoort.
Maar we moesten door, want het begon al donkerder te worden en toen we bij De Mient aankwamen schemerde het al flink. De verwachtingen waren niet erg hoog meer gespannen, want die Klapekster zou ongetwijfeld zijn slaapstokje al hebben opgezocht. Het was meer een kwestie van de dood of de gladiolen geworden, omdat we toch al op weg waren. Maar zie: het werden de gladiolen, want de Klapekster trok zich niets aan van de invallende duisternis en vloog om even voor zeven uur nog vrolijk heen en weer en poseerde voor ons in een kaal boompje. Het was een buitengewoon sfeervolle afsluiter van deze eerste dag!

14-10-2017
Grote Kruisbek!
We begonnen de dag op de plek waar de Grote Kruisbekken gisteren af en aan waren gezien: bij De Tureluur. Bij aankomst kwamen er direct twee kruisbekken aangevlogen die landden in een boomtop: twee 'gewone' Kruisbekken, voor mijn metgezellen nog een jaarsoort. Een groep van minstens 40 Sijzen kwam de hele tijd langs gevlogen en landde regelmatig in de bomen voor ons. Er vlogen wat Kepen over en hé: er riep een Bladkoning! Leuk, maar het gluiperdje liet zich helaas maar zeer kort en niet erg goed zien.
Na drie kwartier wachten was het dan zover: daar kwamen de Grote Kruisbekken (minimaal acht stuks) aangevlogen om te landen in de bomen vlakbij ons! We konden langere tijd van ze genieten en omdat er ook een paar 'gewone' Kruisbekken in het groepje zaten, konden we aardig vergelijken. Zo, die zaten rotsvast in de pocket en we slaakten een zucht van verlichting, want voor hetzelfde geld loop je het hele weekend achter zo'n soort aan.
Maar nu konden we rustig gaan uithijgen aan zee, aan de Westerslag. Daar was het ook weer erg leuk. Er vlogen veel Alk/Zeekoeten, en een of twee ervan landden even dichtbij op het water en lieten zien dat ze Zeekoeten waren, een jaarsoort voor ons allemaal.
Zwarte Zee-eenden, Roodkeelduikers, Jan-van-Genten en Drieteenstrandlopers lieten zich zien, allemaal soorten die binnenlandbewoners als ik niet al te vaak te zien krijgen, dus dat was genieten.
De Hop.
Toen we na een tijdje weer naar de bewoonde wereld reden en ik weer bereik had op mijn telefoon, bleek de Hop ter plaatse te zijn gemeld op de camping Sluftervallei. Dus plankgas erop af! Er waren erg veel vogelaars aan het zoeken, en het leek ons dat dat het vinden van zo'n gluiperd als de Hop toch drastisch moest vereenvoudigen. Dat klopte ook, want na een tijdje vruchteloos zoeken zag Koert ineens een staartloze schim over ons heen vliegen en vrijwel tegelijkertijd werd de Hop vlakbij ons gemeld. (Deze Hop heeft op de een of andere wijze zijn staart verloren tijdens zijn verblijf op het eiland - vandaar staartloos). Niet veel later hadden we hem dan in de kijker, eerst een paar keer overvliegend, toen heel even aan de grond. Waarna het beest weer spoorloos verdween zonder ons de zo gewenste foto's te gunnen.
Maar niet getreurd: de Hop zat in de tas en de melding van een Kleine Bonte Specht vlakbij de plek waar wij stonden leverde ons een fraaie Kleine Barmsijs op en Koert en René bovendien een overvliegend Smelleken.
Maar we moesten verderop, want er werd een vrouwtje Casarca gemeld bij de Redoute en die was nog een jaarsoort voor ons allemaal. Hopla, naar de auto, terug naar het zuiden en jawel: daar zat de Casarca in een groepje Nijlganzen.
De Rosse Franjepoot van Ottersaat.
We reden terug naar het noorden via de oostkant van het eiland, en zagen bij Ottersaat een heleboel vogelaars staan. René zag onmiddellijk een franjepootje zwemmen en in eerste instantie gingen we ervan uit dat het de Grauwe Franje van Dijkmanshuizen wel zou zijn. Wel vond ik meteen de bovendelen erg egaal grijs. Maar het alarmbelletje ging pas echt rinkelen toen een kritischer vogelaar dan wij op de app opmerkte dat het een Rosse Franjepoot betrof! En dat klopte natuurlijk. Wat leuk, want ik had deze soort al heel veel jaren niet meer gezien. En hij wilde nog aardig op de foto ook.
Er werd een Wilde Zwaan gemeld vlakbij Dorpszicht en die was voor Koert en René nog een jaarsoort. De vogel zat er, maar er was een jagende Slechtvalk voor nodig om hem de kop uit de veren te doen steken.
Nu werd de Hop gemeld in de tuintjes, ter plekke op het pad, dus moesten we daar als een speer op af. En ja hoor, na een flinke wandeling zagen we de Hop achterin de tuintjes op het pad zitten, maar het beest vloog vrijwel onmiddellijk op toen wij arriveerden en vloog met een boog om ons heen om naar het noorden te verdwijnen.
Gelukkig kwam het toch nog goed, want tijdens de wandeling terug zat -ie ineens vlak voor ons op het pad. En we hadden de zon - die inmiddels tevoorschijn was gekomen - ook nog in de rug. Dat leverde gelukkig een paar leuke plaatjes op, en nu pas konden we helemaal tevreden zijn met onze Hopwaarnemingen.
Ons laatste wapenfeit van deze dag was het scoren van een prachtige Bladkoning bij Dorpszicht, die samen met een Tjiftjaf in een grote takkenbos huisde en daar af en toe even uit kwam, of zijn roep liet horen.

15-10-2017
Geschubde Inktzwammen.
Vandaag kwam dan eindelijk het mooie, zonnige, rustige weer dat ons was beloofd. We begonnen in de tuintjes, in de hoop wat leuke overtrekkende vogels te scoren. De IJsgors bijvoorbeeld, of een Grote Pieper. Maar hoewel er wel wat trek was, hadden we na een  halfuurtje nog weinig succes, en toen er een groepje Strandleeuweriken ter plekke werd gemeld ten noorden van de Sluftervallei, besloten we daar langs het fietspad heen te lopen. Dat bleek nog een forse wandeling te zijn, maar een overvliegende IJsgors hield de moed erin. Toen er echter een Sperwergrasmus werd gemeld langs de Stengweg, wisten we niet hoe snel we terug moesten lopen. Jammer genoeg was de grasmus alweer onvindbaar toen wij aankwamen, en toen er even later een bij de vuurtoren werd gemeld was ook die alweer gevlogen toen wij er aankwamen. Later op de dag gingen we zelfs nog op een derde melding af, maar die bleek een Tuinfluiter te betreffen.
Anyway, er werd een Strandleeuwerik gemeld op een duintop langs het fietspad dat we net hadden afgelopen, en toen we daar arriveerden leek de situatie ook hier tamelijk hopeloos: geen waarnemer en veel duintoppen. Maar zie: na even speuren zag ik hem ineens open en bloot op een zanderig stukje zitten, inderdaad net onder een duintop! Wat heerlijk, want de vogel liet zich heel mooi zien en hij behoedde ons voor een lange voettocht naar dat andere groepje.
De Hop werd weer gemeld in de tuintjes, maar die bleek alweer helemaal achterin te zitten toen wij aankwamen. Vanuit de verte zagen we hem zitten, en al snel weer wegvliegen. Die wandeling bespaarden we ons dus maar.
Rosse Franjepoot.
Intussen werd de spoeling der vogels dun. Het meeste leuke soorten hadden we te pakken en er werd weinig nieuws gemeld. We gingen nog even kijken bij het uitkijkpunt van de Slufter, waar twee Kleine Zilverreigers en wat Pijlstaarten de lijst kwamen opvrolijken.
Daarna besloten we een tijdje rust te nemen op de hotelkamer. Overigens zaten we deze keer in het hotel bij het vliegveldje en niet in ons vertrouwde Molenbos.
Rond halfdrie ging de app weer af voor de Sperwergrasmus die een Tuinfluiter bleek te zijn, en het speet ons niet dat we vanwege de melding van een IJsduiker in zomerkleed bij de IJzeren Kaap de gigantische drukte op de noordpunt achter ons konden laten.
En ja, de IJsduiker zat er en liet zich, weliswaar van een afstandje, heel mooi en langdurig zien! Een heerlijke jaarsoort. Er zwommen ook nog twee Geoorde Futen rond en enkele Eiders vlogen voorbij.
Toen werd er een Zwarte Rotgans gemeld tegenover Dorpszicht en moesten we weer rapido naar het noorden. Ik kon de Zwarte nog scoren in de scoop van een vogelaar die al ter plekke was, maar daarna konden we hem niet meer vinden, en toen er ook nog de melding van een Vaal Stormvogeltje ter plekke overheen kwam op de plek van de IJsduiker ontstond er lichte paniek. Hopla, in de auto maar weer en terug naar de IJzeren Kaap. Daar werd het stormvogeltje nog kort gezien, maar niet door ons. Na een tijd wachten werd hij echter 600 meter verderop langs de dijk gemeld, dus haastten we ons daarheen en daar konden Koert en René het gluiperdje nog binnentikken voordat hij definitief verdween. Helaas zag ik helemaal niets.
Terug naar de rotgans dus, en na een tijdje speuren had ik hem met behulp van René z'n telescoop gevonden en kwam alles toch nog goed.
Tot slot nog even genieten van de Bladkoning van Dorpszicht, een Tjif, veel Goudhaantjes en een groepje Staartmezen en toen was ook dag drie alweer om.

16-10-2017
Nog maar een keer die fijne Sneeuwgors.
De laatste dag van ons verblijf was alweer aangebroken, en het was vandaag prachtig weer: veel zon en weinig wind uit het zuidoosten. Bij gebrek aan meldingen - en omdat we het altijd leuk vinden - begonnen we de dag bij de Westerslag. Nog even lekker over zee kijken. Langs de Bakkenweg liep er ineens een prachtig mannetje Goudfazant langs de weg, een escape natuurlijk, maar wel een schitterende vogel.
Aan zee was er weer genoeg te beleven. Ik telde minstens 200 Alk/Zeekoeten en 100 Zwarte Zee-eenden naar zuid en diverse Roodkeelduikers. Er kwam een fraaie Grote Jager langs gevlogen en een tweede jager was een Kleine of een Middelste, maar daar kwamen we niet echt uit. Er kwam nog een mooie adulte Jan-van-Gent langs, een mannetje Eider vloog naar het noorden en enkele Drieteenstrandlopers waren ter plaatse.
Ten slotte reden we nog naar De Cocksdorp omdat er een Siberische Boompieper zou zijn ingevallen achter de kerk, maar ter plaatse bleek dat onbegonnen werk en zagen we enkel moedeloze vogelaars afdruipen.
Dus werd het de boot, zodat we eens lekker bijtijds thuis zouden zijn. We waren dik tevreden. Het was weer een heerlijk, gezellig, vogelrijk weekend geweest.