donderdag 21 juni 2018

20-06-2018: Nachtbrakers

Een avond per jaar, in juni, rijden we 's avonds naar een plek bij Leusden om Nachtzwaluwen en Houtsnippen te horen, en als het even kan te zien. Vanavond was het weer eens zo ver. Om kwart voor negen vertrokken we vanuit Leerdam en toen we een halfuur later arriveerden was de wind gelukkig gaan liggen en restte er een prachtige zomeravond die perfect was voor ons doel.
Zoals gewoonlijk was er tot het begon te schemeren niet heel erg veel te beleven: zingende Roodborsten, Merels, Vinken en een verre Boompieper. Maar om 22:10 vloog de Houtsnip voor de eerste keer roepend over en dat zou hij de hele avond regelmatig blijven doen, in tegenstelling tot vorig jaar, toen hij zich slechts eenmaal even liet horen.
Een minpuntje was, dat er vanavond militaire activiteiten plaatsvonden op het terrein die af en toe nogal wat herrie veroorzaakten. Maar gelukkig hoorden we om half elf toch de eerste verre Nachtzwaluw zingen. Het duurde nog even voordat er een dichterbij ging zingen, en dat exemplaar zagen we ook kort wegvliegen. Dat was de enige zichtwaarneming van de avond, helaas. De Houtsnip bleef wel goed z'n best doen en er suisden ook regelmatig vleermuizen langs, waarvan we er een met behulp van Chris' detector als Laatvlieger konden determineren, en een paar andere waren hoogstwaarschijnlijk Gewone Dwergvleermuizen.
Om halftwaalf hielden we het voor gezien. Het was weer een heerlijk avondje geweest.

vrijdag 15 juni 2018

15-06-2018: Wielewaal, een nieuwe regiosoort!

Vanmiddag meldde Antoinette op de Vijfheerenlanden-app een zingende Wielewaal bij het voetveer over de Culemborgse Vliet. Nu was dat nog een jaarsoort voor me, en sterker nog: ik had nog nooit een Wielewaal binnen de regio Vijfheerenlanden gezien of gehoord. Wel er vlakbij, zoals in de omgeving van Asperen, in het Lingebos en langs het 'Ravenweggetje' evenwijdig aan de Nieuwe Zuiderlingedijk, maar nog nooit binnen de officiële grenzen van de regio.
Dus snel de fiets gepakt en er op af. Per slot van rekening was het maar een paar kilometer fietsen. En jawel, bij aankomst hoorde ik de vogel al zingen, en dat deed hij veelvuldig en enthousiast gedurende de periode dat ik er was. Uiteraard probeerden we de vogel in beeld te krijgen, maar dat lukte, zoals zo vaak bij Wielewalen, niet.

maandag 4 juni 2018

04-06-2018: Ochtendje Zouweboezem

Happy loving couple Zwarte Sterns.
Mede omdat er gisteren zowel een Witvleugelstern als een Roodpootvalk in de Zouweboezem waren gemeld en ik bovendien de Snor nog moet hebben voor de jaarlijst, besloten Cilja en ik vanmorgen een wandeling te maken in het gebied. We namen Chico mee, zodat het beestje er ook weer eens even uit was.
Helaas liet geen van bovengenoemde soorten zich zien of horen. Maar de Zouwe is altijd leuk. Een aantal overvliegende Purperreigers, minstens vijftien Zwarte Sterns, rondvliegend en op nestvlotjes, overvliegende Ooievaar, een zingende Spotvogel, een of twee Cetti's Zangers en veel 'normale' rietvogels die zich lieten zien of horen: het was weer genieten.
Ondanks dat het zwaar bewolkt was, ontdekte Cilja toch ons eerste Lantaarntje van 2018, pas mijn tweede libellensoort van het jaar. Daar moet nodig iets aan worden gedaan.

dinsdag 29 mei 2018

28-05-2018: Kwak over het dak!

Op de vijfheerenlandenapp werd vanavond een Roodpootvalk over Vianen gemeld die in zuidoostelijke richting leek af te drijven. Ik besloot ook maar een tijdje buiten te gaan zitten en omhoog te kijken. Er waren immers de afgelopen dagen de meest gekke rovers opgedoken, zoals Bastaardarend, Lammergier en Vale Gier.
Geen rovers voor mij, maar na een stief uurtje kijken zonder veel resultaat zag ik om tien over zeven ineens een kleine, gedrongen reiger cirkelen, ver weg, ergens tussen Heukelum en Asperen. Kwak of Roerdomp, dacht ik meteen, en haalde snel de 15x Swarovski-kijker erbij. Gelukkig vond ik de vogel terug en beter nog: hij kwam langzaamaan steeds dichterbij, tot ik kon vaststellen dat het om een adukte Kwak ging! Wat een fantastische nieuwe dakterras- en regiosoort weer! Ik mag gerust stellen dat ik dit jaar veel geluk heb met overvliegend spul over ons eigen dakterras. De Kwak verdween uiteindelijk, na minutenlang rondjes te hebben gedraaid, in een rechte lijn naar het westen en verdween daar uit beeld.

vrijdag 25 mei 2018

10 t/m 18-05-2018: Festival of Birds!

Baltimore Oriole

Een bezoek aan het zuidelijkste puntje van Canada, Point Pelee, dat wereldberoemd is onder vogelaars omdat het zo'n geweldige plek is om in het voorjaar trekvogels te zien, en dan met name de Amerikaanse zangertjes, heeft altijd hoog op mijn verlanglijst gestaan. En nu kwam het er eindelijk van. Samen met mijn vogelvrienden René Lieverse en Koert Mulder beraamde ik in het najaar van vorig jaar het plan om deze plek met een bezoek te vereren. Een combinatie met Carden Alvar, een natuurgebied ten noorden van Toronto, lag voor de hand. Dit is een streek die er nog uitziet zoals flinke delen van Ontario er lang geleden uitzagen: een prairie-achtig landschap met verspreide bosjes, moerasjes en wat cultuurland. Er is een aantal soorten te zien dat je in Pelee waarschijnlijk niet zult tegenkomen.
We reisden ditmaal op eigen houtje. Ik regelde in november vorig jaar al de vliegreis en de motels, want vooral voor Pelee moet je er vroeg bij zijn omdat in de periode die wij op het oog hadden - de middelste tien dagen van mei, die algemeen als de beste, want soortenrijkste periode wordt beschouwd - er vogelaars van over de hele wereld naar Point Pelee reizen voor het zogenaamde Festival of Birds. Ik boekte het Knights Inn Motel in Orillia, op een halfuur rijden van Carden Alvar, en de Days Inn in Leamington, het plaatsje dat het dichtst bij Point Pelee ligt. We vlogen met Air Canada en hadden een rechtstreekse vlucht van Amsterdam naar Toronto, waar René een huurauto had gereserveerd. Al met al waren we voor nog geen 1500 euro uit en thuis.

Donderdag 10 mei 2018
Tree Swallow
Eindelijk was het zo ver! Om halfacht stapte ik in Leerdam op de trein, om even over negen ontmoette ik Koert en René op Schiphol en om twaalf uur vertrok onze vlucht per luxe Dreamliner naar Toronto, waar we om kwart voor twee plaatselijke tijd, een halfuur eerder dan gepland, landden. Nog even door de douane, koffers ophalen en de auto regelen - we kregen een gratis upgrade, zodat we per comfortabele 4 wheel drive Mitsubishu op weg gingen - en om drie uur reden we richting Orillia.
Vanuit de auto probeerden we de eerste Canadese soorten te scoren, wat niet bepaald meeviel. Het landschap was stedelijk en saai. De American Herring Gull zat evenwel snel in de tas, evenals geïntroduceerde soorten als Huismus, Spreeuw en Stadsduif. De talrijkste oorspronkelijke vogelsoorten van Canada druppelden ook langzaam binnen, en dan hebben we het over de Grote Canadese Gans, de Red-winged Blackbird, de Turkey Vulture, American Crow en Wilde Eend, soorten die we iedere dag wel zagen.
We stopten even op een parkeerterrein in het plaatsje Barrie en zagen daar een paartje Chipping Sparrow. Daarna reden we door naar Orillia, waar we incheckten in het Knights Inn Motel en vervolgens sjeesden we direct naar Wylie Road in de Carden Alvar, want er waren nog enkele uren over om alvast een begin te maken met de vogellijst.
Net buiten Orillia passeerden we Lake Simcoe, waar Double-crested Cormorant, Reuzenstern en Ringsnavelmeeuw in het digitale notitieboekje gingen. Onderweg werden ook de eerste Common Grackles gezien, een zeer algemene vogel die we dagelijks zagen. Vlakbij Wylie Road kwamen we een Visarend tegen die een nest had op een electriciteitspaal.

We parkeerden de auto aan het begin van Wylie Road en besloten een eind te gaan lopen, mede omdat we vandaag al zo lang hadden moeten zitten. Het waaide flink, maar het was droog en de zon was gaan schijnen. Het begon meteen veelbelovend met diverse zingende Eastern Meadowlarks, een Eastern Kingbird op een hekje, een Brown Thrasher die wegschoot in een struik en een American Robin die zich leuk liet fotograferen op een draadje.
We liepen een eindje de weg af en noteerden zeker zes Wilson's Snipe, een soort die ons constant vermaakte met zijn baltsvluchten en zijn vreemde, blatende geluid, dat de vogel - zo leerden we achteraf - maakt met zijn buitenste staartpennen. Een prachtig mannetje Northern Harrier vloog langs, een fraaie Savannah Sparrow zat op een hekje en een Olive-sided Flycatcher bevond zich in een boom. Zeer onderhoudend was de tamme Solitary Sandpiper die zich in een plasje water op de weg ophield en zich fraai liet fotograferen.
Een klein stukje verder was het tijd voor mijn eerste lifer en die verscheen in de vorm van drie Eastern Bluebirds, waarvan vooral de mannetjes bijzonder fraai waren. Tree Swallows waren hier - en ook bij Pelee - algemeen en ze lieten zich hier vaak op hekjes fotograferen, eenmaal zelfs parend. Ze broedden in nestkasten die eigenlijk waren opgehangen voor de Bluebirds.
We liepen nog wat verder en vonden een Northern Flicker en een Black-capped Chickadee, een geinig meesje. Beide soorten zagen we met een zekere regelmaat. Toen we al op de terugweg waren, vonden we ineens de eerste warblertjes! Het bleek te gaan om Palm Warblers en een Magnolia Warbler en ze vormden een bescheiden voorproefje van wat ons in Point Pelee nog te wachten stond aan zangertjes.
De laatste soort van de dag was een Killdeer, en daarna moest er toch echt gedineerd worden. Dat viel niet mee. In Orillia was niets te vinden dat leek op een fatsoenlijk restaurant, zodat we uiteindelijk in handen vielen van Tim Horton's, een keten van, tja, van wat eigenlijk, een soort ongezellige snackbars waar ze allerlei vieze vette troep verkopen die niet te vreten is. Mijn advies is dan ook: ga er niet naar binnen mensen, doe het niet, mijd die zooi als de pest, ga nog liever iets eetbaars halen bij een supermarkt of zo.
Anyway, onze eerste vakantiedag zat erop, en we waren tevreden met de opbrengst van de laatste uren.

Vrijdag 11 mei 2018
Eastern Kingbird

De eerste volle dag in Canada was meteen een cruciale, want het was de enige volle dag in Carden Alvar die we hadden en daar moesten flink wat soorten vandaan komen die we allicht later niet meer zouden zien. Gelukkig was de moteleigenaar bereid een zeer vroeg ontbijt voor ons te verzorgen, zodat we in alle vroegte op pad konden. En gelukkig troffen we een dag met prachtig weer, al was het 's morgens nog even behoorlijk fris.
Tijdens het ontbijt scoorden we de Mourning Dove als vakantiesoort, evenals de Song Sparrow. Beide soorten kwamen nog vaak voorbij.
Onderweg naar Wylie Road vonden we een verre Sandhill Crane op een stuk bouwland en de eerste Wild Turkey van de reis vloog zowat de auto binnen en schampte de voorruit. De Turkey was een zeer algemene vogel in Point Pelee, waar hij vooral 's morgens vroeg om de haverklap op de weg liep.
Deze keer reden we Wylie Road af, langzaam, steeds stoppend voor wat we zagen. Een Wilson's Snipe die op een paaltje langs de weg zat, vormde een fantastisch fotomodel voor mij. En om halfacht was het zo ver: de zeer gewilde Bobolink werd gevonden, een cruciale soort voor dit gebied! Hij was mijn tweede lifer. Later op de dag vonden we een struik met een stuk of zes Bobolinks erin. Zo, dat ging voortvarend.
We reden verder en zagen de eerste White-crowned Sparrows van de reis, Eastern Bluebirds lieten zich opnieuw zien en de eerste Blue Jay verscheen ten tonele, een soort die een stuk schuwer was dan ik had gehoopt, maar uiteindelijk kreeg ik hem toch leuk op de foto.
Op de plek waar de zeldzame ondersoort van de Loggerhead Shrike zich moest bevinden, vonden we wel de Eastern Phoebe, die zich samen met een Brown Thrasher mooi op de gevoelige plaat liet vastleggen. Een Swainson's Thrush sloop door de vegetatie, maar kon niettemin door ons op naam worden gebracht. Later, in Pelee, hadden we een dag waarop we er vele tientallen zagen.
We stopten bij het Sedge Wren Marsh, waar we een stukje gingen lopen, eerst langs de weg, en later de trail die zich daar bevond. Het leverde een leuk aantal vakantiesoorten op. Een Broad-winged Hawk kwam overgevlogen, American Goldfinches zaten in de bomen bij de parkeerplaats en dat gold ook voor een Red-breasted Nuthatch.
Mijn derde lifer diende zich aan in de vorm van de Swamp Sparrow, waarvan er hier vele exemplaren zaten te zingen. En toen ik even later het moeras scande, zag ik ineens een American Bittern vliegen! Maar helaas viel de vogel alweer in voordat Koert en René hem konden oppikken. De Great Blue Heron werd wel door iedereen gezien.

We begaven ons op de trail en scoorden vrijwel meteen lifer nummer vier voor mij: de Eastern Towhee. Tamelijk onverwachts kwamen we deze soort later ook nog tegen op de zogenaamde Cactus Fields in Pelee.
We liepen een klein stukje het bos in en ineens hoorde ik een bekend geluid, één waarop ik had gehoopt maar niet gerekend: dat van een baltsende Ruffed Grouse! Het is een maf geluid dat de vogel met zijn vleugels maakt en enigszins doet denken aan een startende motor. Zo! Dat was me nog eens een lifer, en het spreekt vanzelf dat de stemming zowat met de minuut steeg.
Overigens mag ook wel even gezegd worden dat we ons in een fantastisch mooi landschap bevonden, waar we vrijwel geen mens tegenkwamen en waar geen onnatuurlijk geluid te horen was. Puur genieten was het in de Carden Alvar.
We liepen terug en vonden de eerste Field Sparrow van de reis, opnieuw een lifer voor mij (en ook voor de anderen uiteraard). We zouden dit lieflijke sparrowtje nog meerdere keren tegenkomen. Intussen zong een White-throated Sparrow zijn loflied op het land waarin we ons bevonden: 'my sweet home Canada Canada', overigens zonder dat de vogel zich liet zien. Dat kwam later pas, in Point Pelee.
De eerste Downy Woodpecker werd gezien, de algemeenste specht van de reis, en Northern Ravens lieten zich horen. We vonden een vrouwtje Rose-breasted Grosbeak in een boom en een Grey Catbird zat in een struikje. Beide soorten waren algemeen in Pelee.
Terwijl we een specht probeerden op te snorren, stuitten we op enkele Pine Siskins en een Great Crested Flycatcher, en de specht in kwestie bleek een Yellow-bellied Sapsucker te betreffen. Zo groeide de vakantielijst razendsnel en het aantal lifers voor - vooral - mijn metgezellen groeide mee.

Intussen was het lunchtijd geworden en we besloten een restaurantje te zoeken in het nabijgelegen plaatsje Kirkfield. Dat lukte wonderwel, hoewel de menukaart ook hier weer voornamelijk vette troep bevatte. Toen we er de auto parkeerden, zagen we een Sharp-shinned Hawk vliegen, en dat was de enige van de reis.
Na de lunch gingen we verder waar we gebleven waren en vonden de struik met minstens vijf Bobolinks. Ook verscheen de eerste American Yellow Warbler in de kijker, een soort die buitengewoon talrijk was in Point Pelee. Een volgende stop leverde de Myrtle Warbler op. Die zagen we niet al teveel, terwijl het toch een van de algemeenste warblers van oostelijk Noord-Amerika zou moeten zijn.
Een verrassing vormde het groepje White-winged Crossbills (Witbandkruisbekken), de eerste soort die we buiten de checklist scoorden. We reden nu helemaal om het gebied heen en in de omgeving van Lake Dalrymple zagen we de American Barn Swallow (andere ondersoort dan bij ons) en een groepje van vier overvliegende Wood Ducks, terwijl een IJsduiker in zomerkleed zich van nabij liet zien op het meer.
Toen we weer bij Wylie Road uitkwamen reden we nog een stukje, maar uitstappen had inmiddels een licht vervelend kantje, want de wind was gaan liggen en de temperatuur had een zodanig niveau bereikt dat horden kleine irritante vliegjes ons het leven zuur maakten. We zagen nog een Red-tailed Hawk als nuttige aanvulling op de vakantielijst (want hij was de enige van de reis) en daarna besloten we dat het mooi was geweest voor vandaag.
O ja, van de zoogdieren zagen we vandaag een prachtige North American Porcupine (een stekelvarkensoort) in een boom zitten, een Red (of Pine) Squirrel langs de Sedge Wren Trail en op diverse plaatsen Eastern Chipmunks.

Zaterdag 12 mei 2018
Swamp Sparrow
Vandaag stond de lange rit naar Leamington en Point Pelee op het programma, maar vanmorgen gingen we toch nog even heel vroeg in Carden Alvar kijken of we nog een paar soorten konden toevoegen. Zo ontbraken nog de Upland Sandpiper en de lokale, zeldzame ondersoort van de Loggerhead Shrike, en de soort waarnaar hier een heel moeras plus trail is genoemd: de Sedge Wren.
Na wederom een vroeg ontbijt spoedden we ons dus weer naar Wylie Road, waar we aanvankelijk alleen wat oude bekenden tegenkwamen, zoals Eastern Meadowlark, de altijd amusante Wilson's Snipe en Brown Thrasher. We stopten bij het Shrike-zoekpunt en tot onze verbazing en blijdschap begon daar ineens een Grasshopper Sparrow te zingen, en even later kwam het gabbertje in beeld ook. Een leuke vakantie- c.q. nieuwe soort!
Terwijl Koert en ik probeerden White-crowned Sparrows te fotograferen, hoorden we ineens René roepen: hij had de Loggerhead Shrike (ssp. migrans) gevonden! En jawel, door de telescoop was de vogel, ondanks dat die zich op grote afstand bevond, heel aardig te bekijken.

We maakten weer een wandeling bij het Sedge Wren Marsh en ook die viel niet tegen. Er zongen weer vele Swamp Sparrows, maar belangrijker: een echtpaar maakte ons erop attent dat een stukje verderop de American Bittern te horen was. En dat klopte, want we konden de stiekemerd een aantal malen duidelijk zijn markante roep horen uiten.
We liepen nog een keer de trail, waar we een zanger met een Sprinkhaanzanger-achtige triller ontmaskerden als Chipping Sparrow. Andere leukerds die we hier zagen waren Broad-winged Hawk, Yellow-bellied Sapsucker, Rose-breasted Grosbeak en Wood Duck. Ten slotte vonden we ook nog een vakantiesoort (voor mijn reisgenoten een lifer): de Nashville Warbler.
Intussen was het echt tijd geworden om de lange rit naar Leamington te gaan volbrengen en toen we daar na ruim vijf uur rijden arriveerden, waren we behoorlijk afgedraaid en was er nog net tijd voor een wandelingetje om de Days Inn (waar de vogelaars middels een spandoek welkom werden geheten en attent gemaakt op het feit dat er om vier uur 's morgens al ontbeten kon worden). Dat leverde een prachtig paartje Northern Cardinals op, een vogel die ik dolgraag wilde fotograferen. Dat lukte vandaag maar matig, maar ik had goede hoop dat er tijdens de rest van de vakantie gelegenheid tot superplaten zou zijn.
Een konijntje in het gras bij het hotel bleek bij thuiskomst de Eastern Cottontail te heten.
Daarna gingen we op naar Armando's, een uitstekend restaurant dat schuin tegenover ons motel lag, waar ze prima pizza's hadden en waar we lekker een biertje konden drinken.

Zondag 13 mei 2018
Magnolia Warbler
Om zes uur ging de wekker in kamer 248 van de Days Inn te Leamington. De eerste volle dag Point Pelee stond op het punt te beginnen. Eerst werkten we even een niet erg uitgebreid ontbijt naar binnen, waarna we de spullen pakten en vertrokken naar Point Pelee. Bij de ingang schaften we ons een zogenaamde blue card aan, waarmee we door een speciale ingang snel het park in konden.
Rustig aan reden we naar het zuiden en kwamen de eerste Wild Turkeys in Pelee tegen, wat een dagelijks genoegen zou worden. We parkeerden de auto bij het Visitor Center en besloten meteen maar met het treintje naar de beroemde punt te gaan om te zien wat daar te beleven was. Terwijl we op het treintje stonden te wachten, merkten we de eerste Baltimore Orioles van de reis op, een prachtige soort die we elke dag zagen.
In een kwartiertje tijd reed het treintje ons naar de punt. Het was die morgen bewolkt en behoorlijk koud en 's nachts had het geregend. Maar de kou was snel vergeten toen we eenmaal aan het vogelen sloegen.
Rond het zuidelijkste puntje van Canada zwommen Kuifduikers in zomerkleed en nogal wat Middelste Zaagbekken. Een man Brilduiker vloog langs en de eerste van vele, vele American Yellow Warblers liet zich zien. Tientallen zwaluwen hingen rond bij de punt, en dat betrof Boeren- en Oeverzwaluwen en Tree Swallows. Op het meer dreef een flinke groep Toppers, en Visdieven en Bonaparte's Gulls vlogen langs.

De eerste Rose-breasted Grosbeaks van Pelee werden gezien, en deze prachtige en vaak supertamme vogels lieten zich dagelijks bewonderen. Iemand maakte ons erop attent dat er een Sedge Wren in de takkenbos op de punt zat en toen we daar gingen kijken, kregen we het beestje snel in beeld. Wat een gave inhaler, nadat we hem in Carden Alvar hadden gemist! En wat een verrassing toen bij thuiskomst bleek dat hij nog een nieuwe soort voor me was, omdat de enige die ik ooit had gezien - in Ecuador - inmiddels is afgesplitst als Grass Wren.
Intussen ontdekten we op het water enkele White-winged Scoters en niet veel later bleken er in dezelfde groep ook Surf Scoters en een vrouwtje Black (of American) Scoter te zitten, en die laatste was nog een nieuwe soort voor mij, een totaal onverwachte bovendien.
We liepen nog een stukje een bospaadje in waar iemand net een Dark-eyed Junco had gevonden, leuk! Hij was de enige van de reis. Een Palm Warbler, een Least Flycatcher en een paar Northern Cardinals waren evenmin te versmaden. Een Amerikaanse Oeverloper in zomerkleed zat op de rotsen en we vonden een Myrtle Warbler, die door de IOC (weer) wordt gesplitst van Audubon's. Het is een algemene en talrijke warbler, maar veel zagen we hem niet. Misschien waren de meeste al doorgetrokken.
Vlakbij de punt vonden we een uitgeputte Purple Martin in een kale boom, een mannetje dat er geen bezwaar tegen had dat hij uitgebreid werd gefotografeerd. Daarna besloten we het treintje terug te nemen, en toen we bij het Visitor Center aankwamen ontdekten we dat er speciaal voor vogelaars een aantal koek-en-zopies waren opgetrokken, waar we onder meer koffie, hotdogs en heerlijke bird seed cookies konden krijgen. Uiteraard maakten we daar dankbaar gebruik van.
Na een koffiepauze besloten we de Woodland Trail te gaan lopen, die vlak achter het Visitor Center begint. Al snel bleek dat het overal stierf van de vogels en dat je nauwelijks vooruit kwam omdat er steeds iets nieuws te zien was. De eerste vogel die in de kijker kwam was de prachtige Chestnut-sided Warbler, een soort die we nog veel zouden zien, maar dat wisten we toen nog niet. Het diertje oogstte volop lofuitingen en liet zich dan ook prachtig bekijken. Ook een Black-and-white Warbler liet zich zien, evenals de Blue-headed Vireo. Ik zag mijn eerste Ruby-throated Hummingbird, de enige kolibrie waarop we hier kans hadden. De anderen hadden hem al op de punt gezien. We scoorden verder Lincoln's Sparrow en Ruby-crowned Kinglet en Common Yellowthroat, en natuurlijk een hoop soorten die we al eerder hadden gezien.
Er viel hier schijnbaar eindeloos te scoren, want de eerste van vele American Redstarts liet zich zien, een stiekeme Veery sloop over het pad, een Nashville Warbler en een Blue-grey Gnatcatcher kwamen in de kijker, een Northern Parula gaf een showtje weg en een van de klappers van deze dag liet zich fraai zien: de Ovenbird, een grote wenssoort van René die we tevoren als behoorlijk lastig hadden ingeschat. Later deze week zouden we hem nog enkele malen tegenkomen. Ten slotte liet ook een vrouwtje Indigo Bunting zich zien, een van de twee die we deze week tegenkwamen.
Oké, tijd voor een uitstapje naar de Marsh Boardwalk, dachten we, maar hier waren we snel klaar. Er zong een Swamp Sparrow en er vloog een Great Blue Heron over, en bij de parkeerplaats liet een schitterend mannetje Magnolia Warbler zich zien, maar daarmee hield het wel op.
Een klein stukje lopen op de DeLaurier Trail leverde een Field Sparrow op die zich leuk liet fotograferen. We sloten de dag af op de Sanctuary Lookout, een piertje waar je mooi uitzicht had over het water en de oevers. Een andere vogelaar attedeerde ons op een mannetje Blackpoll Warbler dat zich hier ophield, en dat superfraaie beestje met z'n oranje pootjes was snel gevonden. Nog leuker werd het toen René een mannetje Cape May Warbler ontdekte, die alweer een lifer voor mij was! Ook deze fraaie soort liet zich mooi zien. Ten slotte werden we nog getracteerd op een overvliegende onvolwassen Bald Eagle, een van de twee die we deze week zagen, en zwom er een Common Muskrat langs.
Het was een superdag geweest, daarover waren we het eens, en met een gerust hart en een volle tas konden we aan de pizza en het bier bij Armando's.

Maandag 14 mei 2018
Rose-breasted Grosbeak
Er was voor vandaag regen voorspeld, maar toen vanmorgen in alle vroegte de wekker ging, was het onverwachts droog. Dus maakten we dat we bij het treintje kwamen om ons naar de punt te laten brengen. Terwijl we stonden te wachten ontstond er ineens grote opwinding: er was een prachtig mannetje Scarlet Tanager geland in de hoge boom waar we tegenaan keken! Wat een fantastische vogel en wat een begin van deze vogeldag! Intussen vlogen er ook weer Baltimore Orioles in de boom om het fleurigheidsgehalte nog wat op te krikken en drie minuten later was er opnieuw paniek: Olive-sided Flycatcher werd er geroepen, en jawel, daar zat de vliegenvanger open en bloot te poseren.
Eenmaal op de punt noteerden we een aantal soorten die al meerdere malen waren gezien, waaronder een fraai poserende Palm Warbler en overvliegende Chimney Swifts. Een leuke soort voor Pelee en de vakantielijst was de Roodkeelduiker in winterkleed die voor de punt rondhing en zich ook liet fotograferen.
Toch viel er op de punt niet onwijs veel te beleven, dus namen we het treintje weer terug en gingen de Woodland Trail nog maar eens op. Die tactiek was meteen succesvol, want een groepje vogelaars trok onze aandacht en die stonden naar een Mourning Warbler te kijken, de enige van de hele vakantie! Even later kwam de Ovenbird weer langs en verscheen de superfraaie Blackburnian Warbler voor het eerst in de kijkers.
Lang duurde de pret echter niet, want nu begon het flink te regenen en dat zou het een paar uur blijven doen. We besloten een rustpauze in het motel in te lassen en weer op pad te gaan als het droog werd, wat volgens de voorspelling 's middags weer het geval zou zijn. Maar na een uurtje of anderhalf chillen hadden we dat ook wel weer gezien en we beraamden een plannetje dat ons mogelijk in staat stelde om ondanks de regen toch te vogelen: een bezoek aan Hillman Marsh, waar een kijkhut zou zijn die misschien wel aan de weg stond, en anders zouden we allicht vanuit de auto een en ander kunnen zien. Dat pakte iets anders uit, want er moest wel degelijk een stuk te voet worden afgelegd voordat er iets zinnigs te zien viel, maar gelukkig was de regen inmiddels wat minder geworden, en eenmaal in de hut zaten we in ieder geval droog.
Er waren flinke hoeveelheden meeuwen aanwezig, vooral Bonaparte's - en Ring-billed Gulls. De vakantielijst werd opgekrikt door Slobeend en Krakeend, maar ook door Blauwvleugeltaling en Amerikaanse Wintertaling. Een groepje Bonte Strandlopers leek de enige vertegenwoordiging van de steltlopers, maar na enig zoeken kwamen er ook nog een Killdeer en een Kleine Geelpootruiter uit. Erg veel spektakel was er echter niet. Het leukste was eigenlijk nog de Willow Flycatcher die we op zang konden determineren.
Terug naar Point Pelee dan maar, waar we stopten bij een klein paadje tegenover de Marsh Boardwalk. Hier was de actie ineens weer helemaal terug, want de regen had blijkbaar flink wat vogels naar de grond gebracht. Op de parkeerplaats zagen we de enige Black-throated Green Warbler van de reis. Langs het paadje aan de andere kant van de weg zag ik een Canada Warbler door de struiken glippen, de enige van de reis. Een tweede mannetje Scarlet Tanager verscheen ten tonele en die liet zich fotograferen, zij het niet erg welwillend. We vonden een Great Crested Flycatcher, een Yellow-rumped Warbler en toen kwam de eerste Bay-breasted Warbler van de reis in beeld, ook alweer zo'n juweeltje! Ondertussen wemelde het natuurlijk ook weer van de intussen gewoon geworden soortjes. Een Northern Parula liet zich zien en een vrouwtje Cape May Warbler was natuurlijk ontzettend leuk, nadat we gisteren het mannetje hadden gezien. Ook de Lincoln's Sparrow, die we maar mondjesmaat zagen, en de Orchard Oriole konden onze waardering wegdragen en de Warbling Vireo was weer eens een vakantiesoort. We zouden hem nog regelmatig tegenkomen.
We besloten een nieuwe trail te gaan lopen, namelijk die door Tilden Woods, waarover ik al heel wat goeds had gelezen. We liepen eerst door naar het oostelijke strand en langs die route vonden we onze eerste zekere Tennessee Warbler, een soort zonder veel kenmerken die we al een paar keer meenden te hebben gezien, maar net te kort of te weinig. Zowel de Red-eyed Vireo als de Philadelphia Vireo lieten zich zien en die kwamen we in het vervolg van de reis regelmatig tegen. Intussen trok er vanuit het oosten een kille deken van mist over het land, maar dat kon niet verhinderen dat de door mij zeer gewenste Grey-cheeked Thrush zich prachtig liet bekijken op het pad, en hij was alweer een lifer!
We liepen terug en pakten de andere poot van de trail, waar René, die uitstekend in vorm was, een prachtig mannetje Hooded Warbler ontdekte, een zeldzaamheid in Pelee. Het duurde even voordat iedereen de tussen de takkenbossen sluipende gluiperd had gevonden, maar dat mocht de pret niet drukken.
We kwamen uit bij een bruggetje, waar diverse soorten warblers zich zeer tam gedroegen en zich met enig geduld prachtig lieten fotograferen. Daartussen zat ineens ook een Black-throated Blue Warbler, een vrouwtje, en dat was weer een zeer gewilde vakantie- c.q. nieuwe soort. Gelukkig zouden we ook het prachtig gekleurde mannetje nog regelmatig tegenkomen. Na ruim een uurtje fotografisch genot liepen we weer verder en vonden aan het eind van de trail zowel de Carolina Wren als de House Wren.
Vandaag dineerden we in een visrestaurantje net buiten het park, want 's avonds moesten we nog aan de bak Na het eten waren we ruim op tijd aanwezig bij het begin van de DeLaurier Trail, waar een van de beoogde absolute knallers van deze vakantie opgehaald moest worden. Geduldig wachtten we samen met een vijftiental andere vogelaars tot het begon te schemeren en de eerste Common Nighthawks hoog kwamen overvliegen. Even later nog een exemplaar, lager, en die leek meer ter plekke te foerageren. Na nog een tijdje wachten begon onze doelsoort te roepen. Het geluid kwam van steeds dichterbij en op een zeker moment zag ik hem ineens in het gras zitten: de illustere American Woodcock, die torenhoog op onze respectievelijke verlanglijsten stond! Even later schoot de vogel als een opwind-speelgoeddiertje de lucht in, waarbij hij een soort ratelend geluid produceerde met zijn staartveren. Na een tijdje landde hij weer en liet zich nog een of twee keer zien op het gras. Wat een sensatie, wat een fantastische waarneming!
Moe, maar uiterst voldaan reden we in het donker terug naar de Days Inn voor een welverdiende nachtrust.

Dinsdag 15 mei 2018
Orchard Oriole
Vannacht goot het van de lucht en 's morgens vroeg regende het nog altijd, zodat we niet al te vroeg opstonden. 'Pas' om over zevenen reden we richting Point Pelee, waar we begonnen met de Woodland Trail, vooral ook omdat een van onze belangrijkste doelsoorten, de Red-headed Woodpecker, daar gisteren was waargenomen. We liepen daarom ook de gehele trail af in plaats van het korte rondje dat we eerder een paar keer hadden gedaan.
Dankzij de regen was er weer een flinke hoeveelheid aan vogels neergestreken, maar logischerwijs werd het vinden van vakantiesoorten en/of nieuwe soorten steeds lastiger. Niettemin vermaakten we ons prima met onder meer vele tientallen Swainson's Thrushes, die vandaag massaal in het gebied waren ingevallen, en al die kleurige warblersoorten die intussen goede bekenden van ons waren geworden. De tweede Bay-breasted Warbler en Indigo Bunting (alweer een vrouwtje) van de trip werden met extra veel enthousiasme onthaald, maar op de eerste vakantiesoort, een klein groepje Cedar Waxwings moesten we ruim anderhalf uur wachten. Intussen misten we een Black-billed Cuckoo, die door een vrouw die vlakbij ons stond werd gezien, helaas langsvliegend. Een baalmomentje, maar niks aan te doen.
Onze speciale aandacht voor spechten werd beloond met het vinden van de eerste Red-bellied Woodpecker van de reis. We zagen hem slechts enkele malen. De wandeling was lang, maar toch onderhoudend met soorten als (opnieuw) een Hooded Warbler, Red-eyed - en Philadelphia Vireo en de tweede Grey-cheeked Thrush van de reis.
Toen zat er ineens een warblertje voor me op een tak te zingen, dus ik richtte de kijker en had zowaar een Prothonotary Warbler in beeld! Dit is een zeer zeldzame soort in Pelee, die we desondanks twee keer tegen het fraaie lijfje liepen tijdens ons verblijf.

Toen we na een lange wandeling eindelijk weer bij het Visitor Center arriveerden gingen we eerst maar eens aan de koffie met bird seed cookie en/of een hotdog (dat weet ik niet meer precies). In ieder geval constateerden we tijdens deze pauze dat behalve Common Grackles en Red-winged Blackbirds ook enkele Brown-headed Cowbirds de grasveldjes met picknicktafels afschuimden op zoek naar iets eetbaars, en die was weer een vakantiesoort. Een van de zeer weinige Yellow-bellied Flycatchers bevond zich rond het Visitor Center en liet zich door mij fotograferen.
Na de lunch deden we nog een rondje Tilden Woods, nog altijd in het kader van onze speurtocht naar de Red-headed Woodpecker, maar ook hier kwam hij er niet uit. Wel gingen we nog even lekker warblertjes fotograferen op het bruggetje en daarbij werden we door een andere vogelaar gewezen op een fraaie Wilson's Warbler. Zelf vonden we de eerste Eastern Wood-Pewee voor de reis, en die zouden we nog vaker tegenkomen. Een Eastern Bluebird was een aangename verrassing, want die hadden we eigenlijk alleen in Carden Alvar verwacht.
We besloten op zoek te gaan naar de zogenaamde Onion Fields, die een uitstekende plek voor steltlopers zouden zijn volgens een van onze folders. Vreemd genoeg was dit gebied echter met geen mogelijkheid te vinden, ook niet toen we er aan alle kanten zo'n beetje omheen gereden moesten zijn. Onze zoektocht leverde wel een Solitary Sandpiper en een Amerikaanse Oeverloper op, en ook een groepje overvliegende Sandhill Cranes, en als leuke vakantiesoort de enige twee American Cliff Swallows van de reis, maar die uienvelden bleven voor ons verborgen. Velden genoeg, daar niet van, maar nergens velden met steltlopers erop.
Dan maar weer even langs Hillman Marsh, misschien dat we daar de vakantielijst nog konden aanvullen. Dat lukte wel, want deze keer was er flink wat Zilverplevieren aanwezig en ook een stel Short-billed Dowitchers. Er foerageerde een Sandhill Crane en ook de Willow Flycatcher was er nog, maar verder kwam er niet veel (nieuws) uit. Wel fotografeerde ik mijn eerste vlinder van de reis, een witje, en dat bleek bij thuiskomst de Mustard White te betreffen.
We reden nog even naar Pelee en checkten daar de struiken van West Beach op de aanwezigheid van Yellow-breasted Chat, maar die was onvindbaar. Wel vonden we hier opnieuw een vlinder, de Monarch nog wel, want het was intussen best lekker weertje geworden. Ook zagen we nog een Field Sparrow, maar daarmee hield het wel zo'n beetje op.
Om een uur of zeven hielden we het voor gezien voor vandaag. Op de terugweg renden er zoals gebruikelijk Eastern Grey Squirrels over de weg, die hier vreemd genoeg vooral zwart gekleurd waren. Enkele keren zagen we 's morgens vroeg ook een White-tailed Deer de bosjes in springen.

Woensdag 16 mei 2018
Yellow-bellied Sapsucker
Het was vannacht droog en helder weer, en voor de komende dagen werd veel zon voorspeld. Dat is op zich lekker natuurlijk, maar voor de vogelstand in Pelee was het minder, en dat zouden we vandaag goed merken. Regen brengt de trekvogels naar de grond, en nu het mooi weer was geworden, was er heel veel weggetrokken en weinig gearriveerd. De hoeveelheid aanwezige vogels was dan ook geen schim van wat die de voorafgaande dagen was.
We begonnen vandaag op het Cactus Trail, een plek die volgens een van de vogelaars die we spraken een van de beste zou zijn voor Red-headed Woodpecker en ook de Yellow-breasted Chat moest hier goed te doen zijn. Het was een mooie plek, halfopen en overzichtelijk, en we zagen er leuke dingen.

Een Brown Thrasher bijvoorbeeld was een onverwachte voor deze locatie, een zingende Carolina Wren erg leuk en baltsende Brown-headed Cowbirds onderhoudend. Veery, Orchard Oriole, Northern Cardinal, Rose-breasted Grosbeak: allemaal leuke en mooie soorten waaraan we zo onderhand gewend waren geraakt. Maar het duurde een tijd voordat er een vakantiesoort uitkwam: de enige Yellow-throated Vireo van de reis. Een nestholte uithakkend stel Northern Flickers zorgden voor fotografisch genot. Ook twee Eastern Bluebirds bleken op de Cactus Fields aanwezig te zijn en een House Wren bij zijn nestholletje was ook erg leuk.
Maar van de Red-headed Woodpecker geen spoor.
Eerst maar koffie dan, en daarna een uitstapje naar de punt, waar vandaag bitter weinig te beleven was, behalve flinke groepen overtrekkende Blue Jays, een bijzonder gezicht.
We checkten het waarnemingenbord in het Visitor Center en zagen dat er een Worm-eating Warbler was gezien bij de eerste stop van het treintje, aan een van de uiteinden van het Woodland Trail. Dus namen we het treintje naar stop 1, maar ter plekke aangekomen bleek al snel de hopeloosheid van deze onderneming: een paar zoekende vogelaars en een enorme hoeveelheid bomen. Niet het clubje gericht kijkende mensen waarop we hadden gehoopt. Kansloos, besloten we, en we begonnen de trail maar af te lopen in de hoop op die woodpecker of iets anders leuks. Het hoogtepunt van deze wandeling was een Northern Waterthrush, een gluiperige soort waarop we niet direct hadden gerekend. Maar hij liet zich mooi zien, en later vandaag zag ik er zelfs nog eentje bij het bruggetje in Tilden Woods. Deze gave soort was moeiteloos het hoogtepunt van deze dag.
Andere leukerds waren nog de tweede Bald Eagle van de reis, die meeliftte met een groep Turkey Vultures, en de Wilson's Warbler die op de foto ging bij het bruggetje in Tilden Woods. En vanaf het piertje waar we eerder de Blackpoll Warbler hadden, was nu een groepje van zes Knobbelzwanen te zien.
Maar verder gebeurde er niet veel. Deze 16e mei ging dan ook de boeken in als de minst opwindende dag van de vakantie.

Donderdag 17 mei 2018
American Yellow Warbler
De laatste volle (vogel)dag van onze vakantie was alweer aangebroken en dus besloten we er nog een keer keihard voor te gaan, ondanks dat het ook vandaag weer helder en droog weer was en de verwachtingen - gezien de ervaringen van gisteren - niet al te hoog gespannen waren.
Toch zou het een spannend dagje worden.

We gingen direct naar de punt en daar begon de dag al leuk met fotografeerbare Middelste Zaagbekken, Ringsnavel- en Kleine Kokmeeuwen die op het zuidelijkste puntje van Canada rondhingen. Daar besteedden we enige tijd aan, mede omdat het met de zangertjes weer niet echt druk leek. Wel was er opnieuw flinke trek van onder meer Blue Jays en Common Grackles.
Net toen we besloten weer een stukje te gaan lopen, ontstond er enige opwinding: er zou een 'magpie' in aantocht zijn. We liepen dus weer terug naar de punt, waar we vrij uitzicht hadden, en wachtten af. En inderdaad, na enkele minuten vloog er ineens een Black-billed Magpie boven ons! De soort is een dwaalgast in deze streken en werd daarom door enkele tientallen vogelaars met groot enthousiasme en gejuich onthaald. Dat was wel even een vreemde gewaarwording, zoveel opwinding om een simpele ekster, ook al is het dan een andere soort dan die van ons in Europa! De vogel zorgde in ieder geval voor een grappig tafereel en was voor mijn metgezellen ook nog eens een nieuwe soort.
Nou, dat was alweer meer dan we hadden verwacht. We bleven nog wat rondhangen op de punt, fotografeerden wat meeuwenspul, zagen een Grote Mantelmeeuw voor de vakantielijst en wilden weer verder lopen, toen ik een gesprekje opving waaruit ik opmaakte dat er een Yellow-billed Cuckoo zat aan te komen. Terug naar de punt dus maar weer en jawel, ineens zagen Koert en René hem vliegen, terwijl ik net werd afgeleid door een mevrouw die iets over sterns vroeg, waardoor ik de vogel miste. Maar gelukkig kwam het toch nog goed, want even later werd de vogel teruggevonden in een boom en kon ik hem ook nog even zien. Zo! Blijkbaar werd het toch niet de rustige dag die we hadden gevreesd dat het zou worden en dat was goed nieuws.
We dwaalden nog wat rond op de punt, maar veel kwam er niet meer uit, dus namen we het treintje terug en dronken koffie bij het Visitor Center. Daarna begaven we ons weer op de Cactus Trail, in een volgende - tot mislukken gedoemde - poging op die vermaledijde Red-headed Woodpecker.
Terwijl we naar de auto liepen zagen we een Atalanta, en eenmaal op de trail kwamen er ongeveer dezelfde dingen als gisteren uit, met de aantekening dat er vandaag ook een Zwarte Stern kwam overvliegen, dat er een Five-striped Skink tegen een boom zat en dat ik een blauwtje fotografeerde dat bij thuiskomst de Eastern Tailed Blue bleek te zijn. Toen we weer bijna bij het begin waren, werden we door twee andere vogelaars echter geattendeerd op het feit dat er vlak voor ons een vrouwtje Prothonotary Warbler in een kaal boompje zat, dat zich gaarne wilde laten vastleggen op de gevoelige plaat. Zo, dat was zeldzaamheid nummer drie alweer voor vandaag. Wat zou er nog volgen?

We reden terug naar het Visitor Center voor een welverdiende hotdog met koffie. Ik checkte het waarnemingenbord en zag tot mijn grote verrassing dat er op de punt een Kirtland's Warbler was gezien, een van de allerzeldzaamste vogels van Noord-Amerika en een echte hoofdprijs in Point Pelee, een soort die ieder jaar weliswaar een- of tweemaal wordt gezien, maar ja, daar moet je dan wel net bij zijn.
We hoefden er niet lang over na te denken en sprongen weer op de trein richting de punt en daar aangekomen liepen we het paadje naar het noorden in waarlangs de vogel zou zijn gezien. Na een tijdje lopen maakte het pad een bochtje en daar stonden twee vogelaars die ons erop wezen dat de Kirtland's Warbler steeds terugkwam op deze plek, En ja, na enkele seconden had ik hem al in beeld en vervolgens gaf de vogel (een vrouwtje) een complete show voor ons weg, waarbij hij vaak tot op zeer korte afstand te zien was en (weliswaar met enige moeite) leuk te fotograferen was. Hallelujah! Wat een fantastische lifer was dit!
Het was intussen knap warm geworden en het was verder rustig met de vogels, zodat we een pauze op de motelkamer inlasten. Op weg daarnaartoe vlogen er nog vier Sandhill Cranes over.
Aan het eind van de middag besloten we Hillman Marsh nog eens te bezoeken, omdat we hadden gehoord dat het licht daar in de namiddag het beste was. En dat klopte ook. Bovendien had de Marsh vandaag heel wat meer te bieden dan de vorige keren dat we er waren. Zo zwommen er twee Trumpeter Swans op het water, de soort waarvoor we in eerste instantie naar dit gebied waren getrokken. Er waren deze keer behalve Lesser -, ook Greater Yellowlegs aanwezig, die ook nog eens fotografisch konden worden vastgelegd. Genieten was het ook van de Grote Franjepoot die enige tijd aanwezig was en die een leuke aanvulling op de vakantielijst was. En ten slotte wist ik nog een Forster's Stern te fotograferen, een soort die door Koert en René al eerder was gezien.
Daarmee eindigde onze laatste volle vogeldag met een onverwacht aantal zware soorten in de pocket.

Vrijdag 18 mei 2018
Wild Turkey
We hadden een lange reis te maken, vandaag. Het was zeker vier uur rijden naar Toronto, waar we de auto moesten inleveren en waar we drie uur van tevoren geacht werden aanwezig te zijn. Dan nog een uurtje of zeven vliegen naar Schiphol, vanwaar ik nog een uur of anderhalf met de trein naar Leerdam moest. We besloten om vroeg op te staan, zodat we in het vliegtuig misschien zo moe waren dat we konden slapen en trouwens, wie weet wat zo'n laatste paar uurtjes nog zouden opbrengen.
Niet bijster veel, zo bleek al snel. Het waaide vandaag stevig, en op de punt was weinig te beleven, behalve dan twee Amerikaanse Oeverlopers en een IJsduiker. Bij een ultieme poging om de Northern Cardinal fraai op de foto te krijgen, begaf mijn fototoestel het. Dat was een ontzettend baalmoment, maar ik realiseerde me al snel dat ik van geluk mocht spreken dat het ding nu pas de geest gaf, en niet al in het begin van de vakantie.
We namen het treintje terug om nog eenmaal een poging te doen op de Red-headed Woodpecker langs de Cactus Trail, maar ook die poging was vergeefs. We zullen nog een keer terug moeten voor die specht. En trouwens ook voor de Black-billed Cuckoo, de Cerulean Warbler en nog een paar van die types waarnaar we vergeefs hebben uitgekeken.
Enfin, we zagen langs de Cactus Trail nog een paar leuke en mooie soorten, zoals de Rose-breasted Grosbeak, een man Scarlet Tanager, de Eastern Towhee, de Eastern Bluebird, Blue Jay en Lincoln's Sparrow.
Daarna was het tijd om de spullen te gaan inpakken, de lange rit naar Toronto te maken en de auto in te leveren. We waren veel te vroeg op het vliegveld, en voor we konden inchecken moesten we nog een paar uur wachten. Daarna bleek ook het vliegtuig nog ruim een uur vertraging te hebben, en eenmaal bij de bagageband op Schiphol, op

Zaterdag 19 mei 2018
stonden we daar ook nog eens een uur vanwege een technische storing aan het bagagesysteem.
Maar goed, uiteindelijk kwamen we toch thuis, na een fantastische reis door prachtige gebieden en met schitterende vogels die vaak ook nog totaal niet schuw waren. Ik zou er zo nog een keer naartoe gaan.


Jan Zwaaneveld, 25 mei 2018

maandag 7 mei 2018

07-05-2018: Zwarte Wouw over dakterras!

Jaarsoort nr. 201 kwam sneller dan ik had verwacht: vanmorgen om tien voor negen stapte ik even naar buiten, zag een flinke roofvogel aankomen, greep de kijker en constateerde dat het om een Zwarte Wouw ging, die traag flappend en af en toe een cirkeltje draaiend richting west verdween. Dat was nog eens een mooi begin van de dag!

zaterdag 5 mei 2018

05-05-2018: Op zoek naar nr. 200, een zingende Zomertortel en twee Raven

De Zomertortel bij Heukelum liet zich vandaag fijn fotograferen.
Het beloofde vandaag weer een prachtige lentedag te worden, dus ik besloot om maar eens vroeg op pad te gaan. Om zes uur zat ik op de fiets en toen ik de Lingedijk opreed, hoorde ik meteen een Nachtegaal (de eerste van vier) en een Cetti's Zanger (de eerste van vijf vandaag) zingen. Ik fietste rustig richting Kedichem, noteerde Kleine Karekieten, Koekoek, twee Braamsluipers, veel Grasmussen en meerdere Tuinfluiters. Bij Kedichem stond een Lepelaar in een plasje en er vlogen vier Zwarte Sterns en twee Visdieven rond. Het duurde echter tot voorbij Kedichem tot ik mijn beoogde nummer 200 te pakken had: de Bosrietzanger. Later vandaag hoorde ik er nog twee, ze zijn dus duidelijk terug.

Een van de twee Raven van Heukelum.
Via een fietspaadje dat van de dijk af naar de Achterdijk leidde, reed ik richting de plek waar enige dagen geleden twee Patrijzen waren gezien, een soort die intussen een echte zeldzaamheid genoemd kan worden in de regio. Helaas vond ik ze niet, en precies op de plek waar de vogels waren gezien waren nu boeren met twee tractors in de weer. Jammer.
Ik fietste terug naar Leerdam en omdat het nog vroeg was, besloot ik nog even de Nieuwe Zuiderlingedijk op te rijden tot de plek waar ik ieder jaar de Snor heb. Maar die liet ook vandaag weer verstek gaan. Dan maar doorrijden en even kijken of de Raaf nog te vinden is, dacht ik.

Zomertortel.
Ik wachtte een tijdje bij het bosje langs de Tiendweg. Er kwam een Appelvink overgevlogen, altijd leuk. En ja hoor, na een kwartiertje kwam de Raaf weer uit het bosje gevlogen. Ik besloot te wachten, want wat doet zo'n beest de hele tijd bij hetzelfde bosje? Na weer een kwartier hoorde ik ineens een Zomertortel zingen! Een heerlijk geluid van een soort die ook al bloedzeldzaam is geworden bij ons in de regio. Maar hier zat er eentje, boven op een dode boomstam te koeren. Hij liet zich prachtig fotograferen en mijn dag was allang goed. Toen ik terugkwam bij het bosje zag ik nog net de Raaf weer aankomen en het bosje in duiken. Maar even later zag ik nog een Raaf aankomen, met voer in de snavel deze keer. Het kon toch niet zijn dat de vogel zo stiekem het bosje weer had verlaten? De Raaf landde niet, maar vloog eerst een rondje om na enige  minuten toch in het bosje te landen, waarna ik getrakteerd werd op de typische corr-corr-roep, maar ook iets wat deed denken aan de bedelroep. Het zou toch niet...? Vijf minuten later werd mijn vermoeden bevestigd: twee Raven verlieten tegelijkertijd het bosje! Een ding is zeker: ik ga de situatie daar goed in de gaten houden!

vrijdag 4 mei 2018

04-05-2018: Regionale Raaf op de plaat

Paartje Krakeend bij Lappenheide.
Nog twee soorten had ik nodig om aan de 200 jaarsoorten te komen, en omdat het opnieuw fraai weertje was vandaag, ging ik er rond halfnegen op uit. Ik maakte het rondje Lappenheide-Acquoy-Nieuwe Zuiderlingedijk-Heukelum en weer terug. Het was heerlijk fietsweer en allerlei vogels deden hun best. Ze zongen erop los, lieten zich mooi zien en/of wilden graag fotomodel zijn, zoals de Krakeenden hierboven. Maar een jaarsoort kwam er vooralsnog niet uit.
Pas toen ik via het weggetje langs de tennisclub van Heukelum weer naar de dijk fietste, hoorde ik een geluidje waarop ik erg gespitst was: Grauwe Vliegenvanger! En jawel, even later kwam het vogeltje in de kijker, zittend in een kale boomtop. Jammer genoeg vloog hij weg net toen ik mijn camera in gereedheid had.

Jaaa, de Raaf van de Nieuwe Zuiderlingedijk!
Ik zat een tijdje op het bankje nabij Vogelswerf en genoot van onder meer vier Zwarte Sterns, een zingende Nachtegaal en idem Cetti's Zanger. Na een tijdje fietste ik terug de Nieuwe Zuiderlingedijk op en reed nog even de Tiendweg op. Ineens hoorde ik een vreemd geluid en zag dat het gemaakt werd door een grote donkere vogel die in een boomtop zat: de Raaf! Wat een geluk, hij is er dus nog steeds! Even later vloog hij uit het bosje, bijna over me heen, maar het lukte me in de gauwigheid niet om een foto te maken. De vogel vloog helemaal over de dijk, maar niet veel later kwam hij terug en vloog over het bosje waar hij eerder uit was gevlogen. Nu kreeg ik hem wel op de foto, maar alleen van de achterkant, zodat je er nog geen fluit aan zag. Maar na nog een paar minuten kwam de Raaf opnieuw uit het bosje gevlogen en nu kreeg ik hem wel één keer scherp en goed op de plaat. Pff, eindelijk! Want zo'n regionale zeldzaamheid wil je natuurlijk wel gedocumenteerd hebben.

Wijfje Wilde Eend met pul, Lappenheide.
Ik fietste rustig aan terug, maar de soorten waarvan ik hoopte dat een ervan mijn 200e zou worden (Snor of Bosrietzanger), lieten zich niet horen. Nou ja, lang zullen ze niet meer op zich laten wachten. Ook op de terugweg nog even bij Lappenheide gekeken, maar daar was verder niet veel veranderd. Wel liet een Kleine Plevier zich leuk fotograferen.

Kleine Plevier bij Lappenheide.
Zanglijster te Acquoy.

woensdag 2 mei 2018

02-05-2018: De Cirlgors, een nieuwe soort voor Nederland.

Het mannetje Cirlgors van Budel.
Al ruim een week verblijft een mannetje Cirlgors op een openbaar toegankelijk militair oefenterrein bij Budel. Het is pas de zesde voor Nederland en, sterker nog, pas de tweede twitchbare. Aangezien deze fraaie soort voor mij nog een nieuwe voor Nederland zou zijn en ik vandaag een afspraak had met Chris om te gaan vogelen, was het al dagenlang nagelbijten en hopen en bidden dat de vogel nog even bleef. Dat bleek geen probleem, want dag na dag werd hij keihard zingend gemeld en het leek erop alsof de vogel ter plekke gewoon territorium hield. Gisteren was het nog even spannend toen hij na kwart over negen 's morgens niet meer werd gezien, maar gelukkig werd hij 's avonds toch weer waargenomen.
Vanmorgen om zeven uur vertrokken wij vanuit Leerdam en een uurtje later waren we ter plaatse, en toen was de vogel nog steeds niet gemeld, hetgeen begrijpelijkerwijs voor enige onrust zorgde. Maar gelukkig wist een vogelaar die net kwam teruglopen te vertellen dat de Cirlgors wel degelijk nog aanwezig was en onafgebroken zong. Dat was goed nieuws!


En jawel, na vijf minuten stug doorlopen hoorden we hem al zingen. Even later zagen we hem zitten, in de top van een den, met de zon in de rug. Wat geweldig, en wat ging dit voorspoedig! De vogel liet zich zelfs een paar keer fotograferen, zij het van afstand. Vliegerig was hij wel, en je moest als vogelaar behoorlijk aan je conditie werken als je het beest, dat van hot naar her (lees: van Brabant naar Limburg; hij bevond zich precies op de provinciegrens) en vice versa vloog, wilde volgen. Ondertussen zagen en hoorden we ook nog Boompieper, Boomleeuwerik, Gekraagde Roodstaart en twee Tapuiten, waarvan die laatste soort nog een jaarsoort was.
Na een uur of twee werd de Cirlgors stiller en hadden wij genoeg gezien. We besloten de Iberische Tjiftjaf van Heerjansdam met een bezoek te vereren en intussen hoopten we dat de Hop van Kinderdijk weer werd gevonden. Dat laatste bleek ijdele hoop, maar met de IbTjif kwam het goed: het diertje zat vrijwel onafgebroken te zingen. Helaas bevond hij zich in een cluster van grotendeels dicht bebladerde bomen en kregen we hem alleen een keer als een schim wegvliegend te zien, maar horen is scoren en gehoord hebben we hem wel een uur lang.


Intussen was er een Steltkluut gemeld bij Berkel en Roderijs, dus gingen we daar ook nog even op af. De Steltkluut was er helaas niet meer, maar als troostprijzen vonden we onder meer Bosruiter, Zwarte Ruiter (twee jaarsoorten voor mij) en twee Groenpootruiters. We besloten de dag in de buurt van Bleskensgraaf, waar twee Roodhalsganzen zouden zitten, maar ook die vonden we niet. Er zaten giga-veel Brandganzen in verschillende groepen en groepjes, die bovendien lang niet allemaal goed te overzien waren. Wel was het een erg mooi gebiedje voor weidevogels, met onder meer zingende Veldleeuwerik en vele baltsende Grutto's, Tureluurs en Kieviten.

zondag 22 april 2018

22-04-2018: Nieuwe regiosoort: de Noordse Stern!

Fitis bij Everdingen.
Vandaag zou voorlopig de laatste zomerse aprildag worden, en na het ontbijt besloot ik naar Everdingen te fietsen. Ik was er al een tijdje niet meer geweest, en er ontbreken nog wat steltlopers op mijn jaarlijst die ik daar mogelijk kon vinden. Onderweg kwam ik mijn eerste Grasmus voor 2018 tegen, eindelijk, en in de loop van de dag zag en hoorde ik er nog veel meer. Bij de Waaij zong de Cetti's Zanger en fotografeerde ik een mooie Grote Bonte Specht, maar daarna fietste ik flink door omdat ik toch al aan de late kant was en ik snel in de uiterwaarden wilde zijn.
Grote Bonte Specht bij De Waaij.
Het eerste wat opviel bij Everdingen waren de hoeveelheden sterns. Zeker twintig Visdieven en vier Zwarte Sterns foerageerden boven de plas. Ik zag vier Kemphaantjes lopen, altijd leuk, en ook hier zong Cettia cetti. Een stukje verder langs de dijk zag ik jaarsoort nummer twee: een Oeverloper. Ik liep het gebied in en hoorde en zag Blauwborst en Sprinkhaanzanger, terwijl Rietzanger en Fitis zich mooi lieten fotograferen. Dat gold ook voor een mannetje Zomertaling.
Rietzanger bij Everdingen.
Jaarsoort nummer drie was een Regenwulp, een soort die ik hier hoopte te zien. Verder was het echter rustig met de steltjes, op wat bekende snuiters na zoals Kluut, Grutto, Kleine Plevier, Tureluur et cetera.
Maar de beste soort werd bewaard tot het allerlaatst. Ik stond nog wat te praten met Piet en Bertie, toen Hans Evers ons attendeerde op maar liefst vijf Noordse Sterns! Dat was even omschakelen, want je rekent er niet op met al die Visdieven, maar inderdaad: daar vloog een groepje van vijf sterns met langere staarten, korte bloedrode snavels, witte doorschijnende slagpennen met een dun zwart achterrandje. Ze foerageerden als Zwarte Sterns, insecten pikkend van het wateroppervlak of vlak daarboven, en bleven steeds bij elkaar. De typische 'wittere' uitstraling en de iets andere proporties (korte voorkant en lange achterkant) waren ook van een afstandje nog duidelijk. Deze Noordse Sterns waren behalve een goeie jaarsoort ook nog een nieuwe regiosoort voor mij, dus ik kon dik tevreden huiswaarts gaan.
Man Zomertaling, Everdingen.

vrijdag 20 april 2018

20-04-2018: Zomer(tortel)!

De Koekoek liet zich mooi horen en zien bij Lappenheide.
Het was ook vandaag weer zomers weertje, dus na het ontbijt fietste ik weer een rondje, langs Lappenheide, Acquoy en de Nieuwe Zuiderlingedijk. Bij Lappenheide begon het meteen al goed met een Koekoek die bovenin een kale tak zat en zijn roep over de omgeving liet weerklinken. Gelukkig bleef hij mooi zitten, zodat ik mijn mooiste koekoekfoto's tot nu toe kon maken.
Op de plas bevonden zich vandaag maar liefst dertien Kluten en ook twee Visdieven, en verder het intussen normale spul, waaronder de Kleine Plevieren.
Ik fietste door Acquoy, over het dijkje en dan de Langedijk af, waar niet veel te beleven was vandaag. Maar dat werd helemaal gecompenseerd toen ik het sluisje bereikte, waar ik vlakbij me een Appelvink hoorde zingen! En jawel, daar zat de rakker, zowat open en bloot in een boompje te tsjikken en te brabbelen.
Appelvink!
Dat smeekte om foto's van deze over het algemeen toch bar schuwe rakker en gelukkig werkte deze Appelvink uitstekend mee. Zo, dat ging niet slecht!
Intussen had ik ook al een Boomblauwtje gezien voor de vlinderlijst 2018 en Oranjetipjes vlogen er volop langs de Nieuwe Zuiderlingedijk. Ik zag er ook mijn eerste Bont Zandoogje van het jaar (maar een Kleine Vos heb ik nog altijd niet...).
Intussen schoot het met de jaarsoorten niet erg op. Zelfs een Grasmus liet zich niet horen. Dat veranderde pas toen ik het bankje aan de Linge, vlakbij Vogelswerf, bereikte, waar twee Zwarte Sterns alweer boven hun traditionele broedplaats rondvlogen. Leuk!
Ik fietste nog even de dijk af naar het plekje waar ik in 2012 de eerste Cetti's Zanger voor de streek vond en jawel, hij (of een soortgenoot) gaf een riedel ten beste. Rustig aan reed ik weer terug en ineens hoorde ik, jawel, een Zomertortel!
Zomertortel!
Deze fraaie tortel is tegenwoordig een zeldzaamheid in onze regio, en trouwens, hij holt overal achteruit, mede 'dankzij' de jagers in Zuid-Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten, die ze massaal uit de lucht knallen. Maar deze had toch weer veilig en wel ons landje bereikt. En zo werd het opnieuw een hartstikke leuke en productieve fietstocht door de eigen streek.
En nogmaals de Appelvink.

woensdag 18 april 2018

18-04-2018: Terug naar de basis

Gekraagde Roodstaart.
Ooit, ruim veertig jaar geleden alweer, ben ik mijn vogelaarscarrière begonnen in de Amsterdamse Waterleidingduinen. Ik heb perioden in mijn leven gehad dat ik daar de spreekwoordelijke deur plat liep. Maar sinds ik in Leerdam woon, kom ik er niet al teveel meer. Maar vandaag was het weer eens zover: ik had een afspraak gemaakt met mijn goede vriendin Anita om een lekkere duinwandeling te maken. Het weer was fantastisch vandaag: zonnig, vrijwel windstil en ruim twintig graden.
Ik had een paar zomervogeltjes op mijn verlanglijst staan die ik zeker wilde zien, omdat je die bij mij in de streek niet of nauwelijks tegenkomt. De belangrijkste waren Boomleeuwerik, Boompieper en Gekraagde Roodstaart, en die waren alledrie in ruime mate voorradig. Als bonus kwam mijn eerste Koekoek van 2018 nog even gedag koekoeken en verder was een roffelende Kleine Bonte Specht een leuke bijvangst.
Heel fijn was ook dat de Nachtegaal zich voor het eerst door mij liet fotograferen. Geen topplaten geworden, maar toch, het is een begin.
Nachtegaal!
Van de zomervogels waren ook deze Nachtegaal en de Braamsluiper nogal aanwezig, maar van de verwachte Grasmus ontbrak ieder spoor. Maar toch, het waren een paar heerlijke en nuttige uurtjes in de AW-duinen.

zondag 15 april 2018

15-04-2018: Biesboschdag

Witte Kwikstaart in Polder Maltha.
Traditioneel bezoeken Koert, René en ik ergens in april altijd de Brabantse Biesbosch, en dit jaar was die dag vandaag, 15 april, ingepland. Helaas moest Koert verstek laten gaan wegens de griep, dus vertrok ik samen met René om halfnegen vanaf station Leerdam.
Onze eerste stop was langs de Bandijk tegenover Fort Bakkerskil en daar kwamen meteen twee Zwartkopmeeuwen overvliegen die ik er op geluid uitpikte. Later vandaag zagen we nog veel meer Zwartkopmeeuwen, en dat is altijd een feestje natuurlijk. Ook hoorden we de eerste Cetti's Zanger van de dag en er volgden er nog heel, heel veel. Wat is die soort talrijk geworden zeg.
Even verderop, bij de kruising met Braspenning, hoorden we onze eerste Kneutjes en Veldleeuweriken zingen en bij de Muggenwaard waren helaas niet al die leuke steltlopers aanwezig die er gisteren zaten, met uitzondering van wat Kluten.
Rietgors bij de Pannenkoek.
Polder Hardenhoek dan, waar Fitissen en vele Rietzangers zongen en twee Roodborsttapuiten aanwezig waren. Opnieuw vlogen er Zwartkopmeeuwen over en in de verte zagen we het nest van de Visarend, en aangezien die ook daadwerkelijk op het nest zat, werd hij mijn eerste jaarsoort van vandaag. Later zouden we hem nog diverse malen tegenkomen; de mooiste waarneming was die in Polder Maltha, achter het voormalige boswachtershuisje.
Op naar de Pannenkoek, waar helaas niet al die beloofde leuke zomerzangers aanwezig waren en ook de Beflijster liet verstek gaan, maar wel zagen we er ons eerste mannetje Oranjetipje van het jaar.
Zoeken naar Beflijsters op de bekende plek bij Lijnoorden was ook zinloos, maar wel sleepten we er een zingende Nachtegaal uit, en die was hoognodig, want pas mijn tweede jaarsoort van de dag.
Nogmaals de Witte Kwik.
Bij het nest van de Visarend, die af en toe met takken in z'n poten kwam aanvliegen, wat natuurlijk erg onderhoudend was, vloog een Visdief over, jaarsoort nummer drie. Ook een Bruine Kiekendief en een Kleine Plevier boden enig vertier, maar verder kregen we vooral het gevoel dat het niet erg opschoot. Er waren letterlijk tientallen jaarsoorten mogelijk, maar veel kwam er niet uit. Enfin, we besloten voordat we zouden gaan lunchen nog even Polder Maltha in te wandelen en dat leverde ons de mooiste Visarend van de dag op en ook een hoempende Roerdomp, en die bracht de schwung er weer een beetje in.
Tijdens de lunch werden we vermaakt door twee Appelvinken, een soort die ik nog nooit eerder in de Biesbosch had gezien. Na de lunch liepen we naar de vogelkijkhut van Hardenhoek, waar vanmorgen een Amerikaanse Wintertaling was gezien. Onderweg ernaartoe vonden we een Huiszwaluw, een leuke jaarsoort, en vanuit de hut scoorden we Groenpootruiter en een adulte Dwergmeeuw, ook altijd een fijne soort om binnen te hebben.
Ringmus, Polder Hardenhoek.
Maar de Zeearend, de Zomertaling en de Beflijster werkten niet mee. Dus besloten we die laatste twee in de uiterwaarden van Everdingen te proberen, als slot van de dag. De Beflijsterplek werd geteisterd door een discuswerpend gezinnetje en was dus kansloos. Gelukkig vonden we nog wel een slapend mannetje Zomertaling, en dat was toch een mooi slot van deze dag, die over het algemeen ook weer aangenaam voorjaarsweer bood.